Factcheck: De eenzaamheid neemt toe – maar alleen over bepaalde perioden en voor bepaalde leeftijdsgroepen

Factcheck: De eenzaamheid neemt toe – maar alleen over bepaalde perioden en voor bepaalde leeftijdsgroepen

Onder jongeren neemt de eenzaamheid toe. Foto: Matthias Zomer, Pexels

In een opiniestuk dat op 4 september in Trouw verscheen, stelde de schrijver van het stuk dat de eenzaamheid toeneemt in Nederland. Over een kortere periode gezien klopt dit, maar vooral volwassenen en ouderen worden over de lange termijn juist minder eenzaam. Daarnaast zijn er een beperkt aantal onderzoeken over meerdere decennia en wordt eenzaamheid op veel verschillende manieren gemeten, wat de resultaten van onderzoeken beïnvloed. 

Naar aanleiding van de oproep van minister Sterk om de kerken meer maatschappelijke verantwoordelijkheid te laten nemen, beschreef de auteur de rol van de kerk in de samenleving van toen en nu. Hij stelt daarbij dat kerken niet alle rollen op zich kunnen nemen die men denkt dat het kan, en benoemt in zijn redenering ook dat ‘de eenzaamheid toeneemt’. Dit is gedeeltelijk onwaar.  

Cijfers van het CBS bevestigen in eerste instantie dit beeld. De meest recente cijfers over eenzaamheid laten zien dat zowel de algemene eenzaamheid, de sociale eenzaamheid als de emotionele eenzaamheid over de periode 2019-2025 is gestegen. Het merendeel hiervan is enigszins eenzaam, een kleiner deel sterk eenzaam. Vooral 15- tot 25-jarigen worden hierdoor hard geraakt. Onderzoek van EenVandaag bevestigt dit beeld, maar een nationale studie laat andere cijfers zien. Jongeren en jongvolwassenen geven ook hier aan zich steeds eenzamer te voelen, maar volwassenen vanaf 40 jaar zijn even eenzaam gebleven of juist minder eenzaam geworden. ‘Jongvolwassenen moeten dingen bereiken, aan bepaalde verwachtingen voldoen. Wanneer dit lastiger lijkt dan gedacht, ervaren zij gevoelens van eenzaamheid’, zegt Theo van Tilburg, die meewerkte aan de bovengenoemde studie naar eenzaamheid en veroudering. 

Uniformiteit in afname van vragenlijsten ontbreekt 

Dat de resultaten uiteenlopen, komt volgens Jenny Gierveld door verschillende onderzoeksmethoden en vraagstellingen. Gierveld doet al sinds 1965 onderzoek naar eenzaamheid. In een artikel van het NRC legt de socioloog uit dat participanten die deelnemen aan online vragenlijsten vaak openhartiger zijn over eenzaamheid dan wanneer zij tegenover een interviewer zouden zitten. Van Tilburg bevestigt dit beeld. ‘De maatschappelijke druk om niet te laten zien dat je eenzaam bent, is enorm. Het CBS en het RIVM gebruiken sinds een aantal jaren dezelfde vraagstelling als wij, maar compenseren niet voor het feit dat zij schriftelijk vragenlijsten afnemen. Die scores zijn daarom te hoog.’  

Sociaal wetenschapper Luzia Heu gaat dieper in op de verschillende vraagstellingen en de afwijkende resultaten. In een achtergrondartikel van de UU zegt zij dat dit verwarring op kan roepen bij lezers. Websites lijken elkaar tegen te spreken: er staat bijvoorbeeld dat Nederland een van de gelukkigste landen in Europa is, omdat slechts negen tot tien procent van de Nederlanders zich meestal of altijd eenzaam voelt, en in een informatiebron van de overheid dat bijna de helft van de Nederlanders zich wel eens eenzaam voelt en het daarom een groot probleem is. Door de grote verscheidenheid aan vragen die wordt gesteld, bijvoorbeeld hoe vaak iemand zich eenzaam voelt of in welke mate iemand zich eenzaam voelt, zijn de resultaten bij een aantal onderzoeken anders. Daarnaast worden de antwoorden van respondenten beïnvloed door hoe zij zich op dat moment voelen of door een selectief geheugen. ‘Als iemand bijvoorbeeld een avondje alleen op de bank zit en liever iets met vrienden had willen doen, kan diegene aangeven eenzaam te zijn. Maar hoe eenzaam ben je dan echt?’ vraagt Van Tilburg zich af.  

‘Daarnaast is er enorm veel aandacht gekomen voor eenzaamheid de afgelopen decennia. Toen het bekend werd dat eenzaamheid leidde tot een aantal ziektes en mogelijk tot een eerdere dood, gingen belanghebbenden een groot probleem van eenzaamheid maken, terwijl de cijfers al jaren dit beeld bevestigden’, besluit Van Tilburg. 

Conclusie 

Geconcludeerd kan worden dat de claim onnauwkeurig is. Over bepaalde periodes – bijvoorbeeld tijdens de coronapandemie – nam de eenzaamheid toe bij elke leeftijdsgroep in de Nederlandse samenleving, maar als je cijfers over meerdere decennia vergelijkt, valt op dat de eenzaamheid onder oudere leeftijdsgroepen juist afneemt, onder volwassen leeftijdsgroepen stabiel blijft en onder jongeren toeneemt. Deze resultaten zijn afhankelijk van een aantal factoren, zoals de stemming van de deelnemer op dat moment, een selectief geheugen en de vraagstelling die verschillend kan zijn per onderzoek. 

Over de auteur

Tristan Klanker

Tristan Klanker (19) is student aan de Hogeschool Utrecht en maakt producties voor nieuwssite SvJ-Media. Hij is sportief en houdt er van om over verschillende sportaspecten te schrijven, zoals fitness, voetbal, hardlopen en wielrennen. Daarnaast is hij ook geïnteresseerd in geschiedenis en gezondheid en het menselijk brein. Contact: tristan.klanker@student.hu.nl