Verslaggever Matina Dontis sprak met hoogleraar John de Wit en ervaringsdeskundige Nanou van Dijk over Paarse vrijdag.
Op 6 oktober 2026 is de nieuwe Lhbtiqa+ monitor gepubliceerd. Het rapport, uitgevoerd door Movisie, Panteia en Ipsos I&O in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), onderzoekt hoe het gaat met lhbtiqa+ personen in Nederland en hoe de Nederlandse bevolking tegenover verschillende groepen binnen de gemeenschap staat. De belangrijkste conclusie is dat de algemene acceptatie grotendeels stabiel blijft, maar dat er tussen verschillende groepen nog grote verschillen bestaan.
Zo staat 84 procent van de Nederlanders positief tegenover homoseksuele en lesbische personen. In 2024 was dit nog 86 procent, maar dit verschil is volgens het onderzoek niet significant. Bij andere groepen ligt de acceptatie duidelijk lager. Zo is 63 procent positief over transgender personen en 52 procent over non-binaire personen. Vooral bij deze laatste groepen blijft de kennis en het begrip onder de Nederlandse bevolking beperkt.
Naast acceptatie kijkt de monitor ook naar de ervaringen van lhbtiqa+ personen zelf. Hieruit komt een zorgelijker beeld naar voren. Lhbtiqa+ personen ervaren veel vaker discriminatie dan cisheteroseksuele Nederlanders. Zo geeft 57 procent van de queer personen aan in de afgelopen twaalf maanden discriminatie te hebben ervaren. Bij cisheteroseksuele Nederlanders is dit 12 procent. Ook transgender, non-binaire en intersekse personen hebben relatief vaak met discriminatie te maken.
Een ander opvallend punt is de mentale gezondheid. Vooral transgender, queer en non-binaire personen hebben veel vaker ooit suïcidale gedachten gehad dan cisheteroseksuele Nederlanders. Bij transgender personen gaat het bijvoorbeeld om 69 procent, tegenover 24 procent van de cisheteroseksuele groep. Dit laat zien dat een relatief stabiele houding van de samenleving niet automatisch betekent dat lhbtiqa+ personen zich ook veilig en geaccepteerd voelen.
Ook de woonomgeving speelt een interessante rol. Uit cijfers van het CBS blijkt dat lhbtiqa+ personen relatief vaak in zeer sterk stedelijke gemeenten wonen. 31 procent woont in zo’n gemeente, tegenover 25 procent van de niet-lhbtiqa+ bevolking. Fayaaz Joemmanbaks, senior onderzoeker onderzoeker aanpak discriminatie bij Movisie, nuanceert dit verschil: “We zien wel een oververtegenwoordiging van lhbtiqa+ personen in (zeer) stedelijke gemeenten (volgens het CBS), maar dat zou ook te maken kunnen hebben met het aanbod in die steden betreffende lhbtiqa+ activiteiten. Percentueel zijn ze nog steeds in de minderheid, maar in verhouding tot de verspreiding van niet lhbt-personen zijn er wel relatief meer lhbtiqa+ personen die in zeer stedelijke gebieden wonen.”
De monitor laat daarmee zien dat Nederland op het gebied van lhbtiqa+ acceptatie niet simpelweg als “geaccepteerd” of “niet geaccepteerd” kan worden gezien. Hoewel de meerderheid positief tegenover de verschillende groepen staat, blijven discriminatie, mentale gezondheid en verschillen tussen groepen belangrijke aandachtspunten. De volgende Lhbtiqa+ monitor verschijnt in 2028.
Live in de uitzending te gast was Juul Chapot om te praten over zijn eigen ervaring als queer persoon.
