Journalisten willen zelf kunnen bepalen wat er met hun werk gebeurt als het wordt gebruikt voor kunstmatige intelligentie. De NVJ, Auteursbond en Stichting Lira willen daarom dat techbedrijven vooraf toestemming vragen, een passende vergoeding bieden en transparant zijn over het gebruik van journalistiek werk. De organisaties kwamen daar dinsdag voor in actie bij het Nederlandse kantoor van Meta.
Journalisten publiceren dagelijks artikelen die vervolgens online door miljoenen mensen gelezen kunnen worden. Maar volgens de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) betekent dat niet automatisch dat technologiebedrijven die teksten zonder overleg mogen gebruiken voor de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. Voor de NVJ gaat de discussie niet alleen over een vergoeding, maar vooral over de vraag hoeveel controle makers houden over hun eigen werk.
‘Het gaat erom dat je als maker vooraf toestemming kunt geven’, zegt Milen van Boldrik, zelfstandig secretaris van de NVJ. Volgens haar moeten journalisten zelf kunnen bepalen of hun werk gebruikt mag worden voor het trainen van AI-systemen. Volgens Van Boldrik zijn er drie eisen waar Meta rekening mee moet houden: toestemming, een passende vergoeding en transparantie. ‘Je moet weten wat er met je werk gebeurt.’
Juist voor individuele journalisten is het volgens haar lastig om daarover afspraken te maken met grote technologiebedrijven. Daarom trekken de organisaties gezamenlijk op. ‘Een individuele journalist maakt geen kans tegen een bedrijf als Meta’, zegt Van Boldrik. De samenwerking gaat volgens haar verder dan alleen de actie bij het hoofdkantoor. Ook als de kwestie uiteindelijk voor de rechter komt, willen de organisaties dat gezamenlijk doen. ‘Als we naar een rechtszaak gaan, doen we dat bewust als groep’, vertelt Van Boldrik.
Volgens de NVJ kunnen journalisten zich als individu moeilijk meten met de financiële en juridische middelen van een groot technologiebedrijf. De actievoerders willen ook voorkomen dat iedere journalist afzonderlijk moet uitzoeken wat er met zijn of haar werk gebeurt. Volgens Van Boldrik is het belangrijk dat makers samen een vuist kunnen maken. ‘Je staat als individuele maker veel sterker als je dit gezamenlijk doet.’
De NVJ, Auteursbond en Stichting Lira willen uiteindelijk afspraken maken over het gebruik van journalistiek en ander auteursrechtelijk beschermd werk voor AI. Daarbij blijven toestemming, een passende vergoeding en transparantie de belangrijkste voorwaarden.
