Op 18 september was content creator Annemarie Lekkerkerker te gast bij het televisieprogramma Renze. Aan tafel werd gesproken over gendergelijkheid naar aanleiding van het nieuws dat Nederland was gedaald op de wereldwijde ranglijst voor gendergelijkheid. Lekkerkerker deed tijdens dat gesprek de uitspraak: ‘Haat tegen vrouwelijke politici gaat vaak over hun uiterlijk, kleding en seksualiteit, terwijl haat tegen mannelijke politici meestal inhoudelijk is.’
Alleen klopt dat verschil echt? Om de uitspraak te controleren, moeten twee delen worden bekeken. Krijgen vrouwelijke politici inderdaad vaker persoonlijke en seksistische haat? Gaat de haat tegen mannelijke politici meestal over de inhoud?
Vrouwen krijgen vaker persoonlijke haat
Uit Nederlands onderzoek van Atria en Ipsos I&O blijkt dat vrouwelijke politici in gemeenten, provincies en waterschappen vaker online agressie en geweld ervaren dan hun mannelijke collega’s. 47 procent van de vrouwen gaf aan hier in het afgelopen jaar mee te maken te hebben gehad. Daartegenover staat ruim 35 procent van de mannen. De agressie tegen vrouwen ging ook vaker over hen als vertegenwoordiger van een bepaalde groep. Denk aan hun geslacht, etniciteit of seksuele voorkeur.
Anne van Bavel, die onderzoek doet naar geweld tegen politici, ziet ook een verschil in het soort haat dat mannen en vrouwen krijgen. ‘Zowel vrouwen als mannen krijgen te maken met haat gericht op inhoud, hun ideeën, beleid. Maar vrouwen krijgen daarbovenop veel vaker te maken met persoonlijke haat, gericht op hun uiterlijk, kleding.’
Volgens Van Bavel is de haat tegen vrouwelijke politici daarnaast vaker seksistisch en seksueel van aard. Vooral online ziet zij dit terug. Vrouwelijke politici krijgen bijvoorbeeld opmerkingen over hun uiterlijk of worden aangevallen, omdat ze vrouw zijn.
Ook internationaal onderzoek onder Britse politici laat zien dat vrouwelijke politici vaker berichten krijgen met stereotypen over hun identiteit en berichten waarin hun positie als politicus in twijfel wordt getrokken.Onderzoekers Rosalynd Southern en Emily Harmer analyseerden daarvoor ruim 117.000 tweets aan Britse parlementsleden. Bij sommige andere vormen van online agressie vonden zij juist weinig verschil tussen mannen en vrouwen.
Vrouwen krijgen niet automatisch méér haat
Dat vrouwen vaker met bepaalde persoonlijke aanvallen te maken krijgen, betekent niet dat zij in ieder onderzoek ook meer online haat ontvangen.
Onderzoeker Isabelle van der Vegt analyseerde met andere onderzoekers bijna twee miljoen berichten op X (voorheen Twitter) die gedurende heel 2022 aan Nederlandse partijleiders werden gestuurd. Op alle zes onderzochte vormen van online haat kregen de berichten aan mannelijke politici juist hoger.
Dat spreekt dan de uitspraak eerst tegen. Volgens Van der Vegt is het alleen belangrijk om onderscheid te maken tussen wat haar onderzoek laat zien en wat andere onderzoeken bekijken. Haar onderzoek zegt volgens haar weinig over de vraag of vrouwen vaker worden aangevallen op bijvoorbeeld hun uiterlijk of seksualiteit.
‘Er kan verschil zitten tussen wat we online zien op een specifiek platform, wat bovendien een momentopname uit 2022 was en wat politici zelf rapporteren en ervaren. De impact kan verschillend zijn.’ Van der Vegt geeft aan dat ander onderzoek wel aanwijzingen vindt dat vrouwelijke politici vaker gendergerichte of seksistische aanvallen krijgen.
Is haat tegen mannen dan vooral inhoudelijk?
Vooral het tweede deel van de uitspraak blijkt moeilijk te bewijzen. Van der Vegt noemt de woorden ‘meestal inhoudelijk’ een beetje te stellig en zegt dat het Nederlandse bewijs daarvoor nog beperkt is.
Van Bavel benadrukt hetzelfde: ‘Het is niet zo zwart-wit dat mannen enkel inhoudelijke haat krijgen en vrouwen enkel persoonlijke haat.’
Andere kenmerken van een politicus kunnen namelijk ook een rol spelen, zoals afkomst, religie of seksuele voorkeur. Mannen kunnen daardoor net zo goed persoonlijk worden aangevallen.
Het onderzoek van Van der Vegt laat bovendien zien dat berichten gericht aan vrouwelijke politici met een etnische minderheidsachtergrond een hoger niveau van bedreiging laten zien. Dat laat zien dat niet alleen gender een rol speelt bij het soort online haat dat politici ontvangen.
Conclusie
De uitspraak van Annemarie Lekkerkerker is onnauwkeurig. Het eerste deel van haar uitspraak wordt door verschillende onderzoeken ondersteund. Vrouwelijke politici krijgen relatief vaak te maken met persoonlijke, seksistische en gendergerichte aanvallen. Dat betekent alleen niet dat vrouwen altijd meer online haat ontvangen dan mannen.
Voor het tweede deel van de uitspraak is minder bewijs. Op basis van het beschikbare onderzoek kan niet worden vastgesteld dat haat tegen mannelijke politici meestal inhoudelijk is. Ook mannen kunnen persoonlijke aanvallen krijgen. Daarnaast spelen andere kenmerken, zoals afkomst en seksuele voorkeur een rol.