UPD8

Selecteer Pagina

Factcheck: Liggen er bouwplannen genoeg?

Factcheck: Liggen er bouwplannen genoeg?

‘Het is duidelijk wát er moet gebeuren, er is geld en er liggen bouwplannen genoeg.’ Dat zei minister Boekholt-O’Sullivan op 21 september bij de presentatie van de plannen van het kabinet om de woningbouw te versnellen. Het Kabinet pakt woningnood aan met 50 concrete acties: sneller, meer én beter bouwen. (Rijksoverheid)

Met haar uitspraak wekt de minister de indruk dat er voldoende woningbouwplannen klaarliggen om de bouwdoelen te halen. Maar hoeveel woningen staan er daadwerkelijk in de plannen en hoe ver zijn die plannen uitgewerkt?

Cijfers

Volgens de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw is er voor de periode 2026 tot en met 2030 een plancapaciteit van 823.400 woningen. Het kabinet streeft naar 100.000 nieuwe woningen per jaar. In vijf jaar tijd zijn dat 500.000 woningen. Op het eerste gezicht zijn er dus ruim voldoende plannen. De 823.400 woningen zijn 165 procent van het aantal woningen dat nodig is om het doel van 500.000 te halen. Maar niet alle plannen zijn even ver uitgewerkt. Van de 823.400 woningen vallen 386.200 woningen onder harde plannen. Dat is 47 procent. De overige 437.300 woningen zijn onderdeel van zachte plannen.

Een hard woningbouwplan is een plan waarbij het bestemmingsplan of omgevingsplan is vastgesteld en/of onherroepelijk is. Zachte plannen bevinden zich nog in een eerdere fase, bijvoorbeeld bij een verkenning of een conceptplan. Wanneer alleen naar de harde plannen wordt gekeken, zijn er tot en met 2030 386.200 woningen beschikbaar. Dat is 77 procent van de 500.000 woningen die nodig zijn om het kabinetsdoel te halen.

Ook het ministerie schrijft op basis van de monitor dat er voldoende nieuwbouwplannen in de pijplijn zitten om de komende periode 100.000 woningen per jaar te realiseren. Tegelijkertijd moeten de plannen die nog niet zijn vastgesteld verder worden uitgewerkt. Dat blijkt uit de informatie van Volkshuisvesting Nederland over de woningbouwprognose en de Landelijke Monitor. (Tweede kamer)

Deskundige 

Arend Jonkman, senior onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), vindt het belangrijk om onderscheid te maken tussen harde en zachte plannen. ‘Bij harde plannen is de kans een stuk groter dat woningen volgens planning gerealiseerd worden’, Verteld hij. Volgens Jonkman zijn er wel voldoende potentiële woningbouwlocaties om het gewenste aantal woningen te realiseren. Tegelijkertijd is het aantal harde plannen nog onvoldoende. ‘Er is daardoor ook realisatie van woningen nodig in plannen die nu nog zacht zijn.’ Het is daarom vooral belangrijk om te kijken naar de ontwikkeling van het aantal opgeleverde en vergunde woningen en naar de harde plancapaciteit. ‘De uitdaging is plannen hard te maken en tot ontwikkeling te brengen.’

Ook waarschuwt hij dat hoge verwachtingen over toekomstige woningbouwproductie vaker niet worden gehaald. In de plancapaciteit is regelmatig een zogenoemde boeggolf te zien. De verwachte productie ligt dan eerst lager en neemt daarna sterk toe. ‘De hoge productie over enkele jaren is een terugkerende overschatting.’ Jonkman noemt verschillende redenen waardoor plannen vertraging kunnen oplopen. Voorbeelden zijn netcongestie, financiële haalbaarheid, bezwaren van omwonenden, beperkte ambtelijke capaciteit, stikstof en benodigde investeringen in infrastructuur. 

Conclusie 

De uitspraak van de minister klopt, maar verteld niet het hele verhaal. Op papier zijn er genoeg woningbouwplannen om het doel van 500.000 woningen tot en met 2030 te halen. Maar een groot deel van deze plannen zijn nog niet hard. Daardoor geeft de uitspraak ‘er liggen bouwplannen genoeg’ niet het volledige beeld van de situatie. 

Over de auteur

Aoife Janssen

Mijn naam is Aoife Janssen. Ik studeer journalistiek aan de hogeschool van Utrecht. Ik zou later graag in de sport- of muziekwereld terecht willen komen. Contactgegevens: aoife.janssen@student.hu.nl