ZWEDEN – Het Zweedse onderwijssysteem heeft onlangs kritiek gekregen van Scandinavië-correspondent Jeroen Visser. In een geschreven reportage in de Volkskrant, gepubliceerd op 26 september, beweerde Visser dat “Zweden een van de meest kapitaal-liberalistische landen van Europa is.” Hij sprak zich uit over het schoolsysteem wat sinds 1992 in Zweden is ingevoerd: de Friskolereformen. De uitspraak van Visser brengt ook vragen met zich mee. Hoe zit het met de kapitaal-liberalistische status van Zweden? En tot hoeverre heeft het schoolsysteem van Zweden daar invloed op?
Het systeem houdt in dat het wettelijk is toegestaan dat private bedrijven scholen oprichten en hiermee winst maken met publiek onderwijsgeld.
Economische vrijheid
Om de uitspraak te onderzoeken moet eerst worden gekeken naar wat onder een kapitaal-liberalistisch land kan worden verstaan. Een vaste internationale ranglijst voor ‘kapitaal-liberalisme’ bestaat niet. Een vergelijkbare maatstaf is de Index of Economic Freedom van The Heritage Foundation, gepubliceerd door TheGlobalEconomy. https://www.theglobaleconomy.com/rankings/economic_freedom/Europe/ Deze index kijkt onder meer naar eigendomsrechten, overheidsomvang, regelgeving, handel, investeringen en financiële vrijheid. In 2026 staat Zweden op de achtste plaats van 40 Europese landen, met 78 van de 100 punten. Alleen zeven landen staan hoger. Zweden behoort daarmee tot de landen met een hoge economische vrijheid, maar de ranglijst meet niet letterlijk ‘kapitaal-liberalisme’.
Belastingen en overheid
Belastingen zijn een belangrijke factor bij economische vrijheid. Zweden kent een gemeentelijke inkomstenbelasting van ongeveer 32 procent en daarbovenop 20 procent staatsbelasting voor inkomens boven 625.800 Zweedse kronen. Ook de btw bedraagt 25 procent. Tegelijkertijd is de belasting op kapitaal lager: kapitaalinkomsten zoals dividend en vermogenswinst worden doorgaans tegen 30 procent belast. De OECD noemt het verschil tussen belasting op arbeid en kapitaal opvallend. De vennootschapsbelasting bedraagt 20,6 procent. Ook Sirelo beschrijft de Zweedse belastingdruk als relatief hoog en noemt gemeentelijke tarieven van ongeveer 30 tot 34 procent. https://sirelo.nl/verhuizen-buitenland/verhuizen-zweden/belastingen-in-zweden/
De overheid speelt daarnaast een grote rol. De Zweedse regering begroot voor 2026 1.542 miljard Zweedse kronen aan centrale overheidsuitgaven. Ook de gezondheidszorg is grotendeels publiek gefinancierd via belastingen. Dat past minder bij een beeld van een economie waarin de overheid zich zo veel mogelijk terugtrekt. https://www.government.se/government-of-sweden/ministry-of-finance/central-government-budget/central-government-budget-in-figures/
Onderwijs als voorbeeld
Het onderwijs laat juist een sterke vorm van marktwerking zien. De hervormingen van de jaren negentig maakten het mogelijk dat private aanbieders scholen oprichten met publieke financiering. Onderzoekers Olof Hallonsten en Ellika Sevelin schrijven dat Zweden daardoor veranderde van een zeer uniform onderwijsstelsel naar een sterk gedereguleerd en gemarketiseerd systeem. Een meerderheid van de onafhankelijke scholen wordt volgens hen geëxploiteerd door besloten vennootschappen. https://publicera.kb.se/sjpa/article/view/11374 De Nordic Lead Database noemt daarnaast 644 bedrijven binnen de categorie regulier primair onderwijs en noemt onder andere Internationella Engelska Skolan en Kunskapsskolan als grote bedrijven. https://nordicleaddatabase.com/sweden-companies/top-education-and-training-companies-in-sweden
Loth van Veen, docente en auteur die ruim twee jaar in Zweden woont en ongeveer één dag per week op een Zweedse school werkt, ziet in haar eigen praktijk echter niet direct een sterk commercieel karakter. “Niemand heeft me verteld hoe deze school gefinancierd wordt”, zegt Van Veen. Ze benadrukt dat ze maar één Zweedse school kent en daarom geen uitspraak kan doen over het Zweedse onderwijs als geheel. Wel merkt ze dat leerlingen in haar omgeving minder schoolkeuze hebben dan zij uit Nederland gewend is.
Conclusie
Het Zweedse model laat dus twee kanten zien. Aan de ene kant is er veel ruimte voor private bedrijven in bijvoorbeeld onderwijs en andere publiek gefinancierde diensten. Aan de andere kant kent Zweden relatief hoge belastingen, een omvangrijke publieke sector en een grotendeels publiek gefinancierde gezondheidszorg. Politicoloog Lisa Pelling beschreef de Zweedse privatisering van publieke diensten in 2025 als een vergaande vorm van marktwerking en neoliberalisering. Dat is haar analyse en geen officiële classificatie. https://www.socialeurope.eu/how-swedens-welfare-experiment-became-a-warning-to-europe
De economische-vrijheidsindex plaatst Zweden in 2026 op de achtste plaats in Europa. Dat ondersteunt dat Zweden internationaal als economisch vrij kan worden gezien. De beschikbare gegevens laten echter niet zien dat ‘een van de meest kapitaal-liberalistische landen’ een vaststaande categorie is. De uitspraak hangt daarom af van de definitie en de factoren die worden meegewogen. Het onderwijssysteem is een duidelijk voorbeeld van marktwerking, maar op basis van alleen het onderwijs kan de bredere uitspraak over de economische positie van Zweden niet worden vastgesteld.
