Tijdens de publieke beschouwing zijn er veel onderwerpen besproken. Een van die onderwerpen was de daling van acceptatie bij jongeren van homoseksualiteit. Milan Schenk (FVD) beweerde op 22 september het volgende: ‘Ga nou eens naar een gemiddelde middelbare school en vraag het eens aan een scholier. Zij hebben niet zozeer een probleem met wat iemands seksuele voorkeur is, maar wel met het propageren van die regenbooggekte.’
Achtergrondinformatie
Om te beginnen moet er gekeken worden naar de cijfers van het Trimbos en wat er nou precies is onderzocht. Ongeveer 4 op de 10 jongeren in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs heeft een positieve houding ten aanzien van homoseksualiteit. Daarnaast vertelt het trimbos dat voorgaande jaren de acceptatie een stijgende lijn was en het nu dus weer daalt. Het percentage is bijna gehalveerd ten opzichte van 2021. Bij de jongens van 40 naar 22 procent, bij meiden van 79 naar 51 procent. In 2021 gaf 60 procent van de leerlingen aan dat ze op school open konden zijn over hun seksualiteit; in 2025 lag dat op 45 procent. Er is dus over de jaren heen een significant verschil ontstaan op het gebied van homoacceptatie, maar volgens de FVD kloppen de cijfers niet en zijn jongeren minder accepterend van de zichtbaarheid van de lhbti+-community.
Oorzaak van het probleem
In de Tweede Kamer werden veel mogelijke oorzaken benoemd. Bijvoorbeeld: geloof (voornamelijk de islam), propaganda van regenbooggekte, en de manosphere.
Wat de oorzaak is van de dalende cijfers, ontbreekt in het onderzoek van het Trimbos Instituut.
In 2025 heeft de Universiteit van Amsterdam een empirisch rapport uitgebracht, in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), waarin ze de opvattingen van jongeren over de lhbtiq+-community hebben onderzocht. In 2026 hebben ze zo’n zelfde rapport uitgebracht waar het rapport van 2025 nogmaals wordt geciteerd. Uit het onderzoek dat in 2025 is uitgebracht (Empirisch rapport De lhbtiq+-opvattingen van jongeren 2025) blijkt dat er zes theorieën zijn waardoor de opvatting van jongeren conservatief aan het veranderen is. De eerste theorie is de Sociale Leertheorie: jongeren observeren leeftijdsgenoten of (online) rolmodellen die worden beloond voor een bepaald gedrag, wat resulteert in een bepaalde groepsnorm. Als tweede theorie noemen ze de Subjectieve Groepsdynamica-theorie. Afwijken van de norm kan resulteren in afwijzing, wat ervoor zorgt dat jongeren eerder meegaan in dominante opvattingen van groepsgenoten. De derde theorie heet de Sociale identiteitstheorie. Ze leggen dit uit als ‘Jongeren ontlenen hun zelfbeeld aan groepslidmaatschap, wat kan leiden tot voorkeur voor de eigen groep en negatieve opvattingen over groepen die als afwijkend worden gezien.’ Dekker et al. (2025).
De volgende theorie heet de intergroepsbedreigingstheorie. Hier geldt dat wanneer andere groepen als bedreigend worden ervaren, dit kan zorgen voor vooroordelen. Als een na laatste noemen ze de Intergroepscontact Theorie: ‘Positief contact tussen verschillende groepen kan vooroordelen verminderen en leiden tot positievere houdingen ten aanzien van seksuele en genderdiversiteit.’ Dekker et al. (2025). Ze sluiten af met de Gender Schema-theorie. Van kinds af aan leren kinderen in de opvoeding over genderschema’s. De opvatting van wat een man en een vrouw is, wordt aangeleerd bij de opvoeding. Dit kan op latere leeftijd sturen hoe ze zichzelf en anderen waarnemen. Han van der Maas, mede-onderzoeker van het empirisch rapport, zegt hierover: ‘Het onderzoeken van oorzaak is eigenlijk bijna onmogelijk, zonder dat daar manipulaties bij komen kijken. Het is wel te stellen dat de afname in acceptatie niet alleen te merken is bij Paarse Vrijdag, maar ook bij genderneutrale wc’s, zoenende koppels van hetzelfde geslacht, maar ook de seksualiteit van de leerkracht wordt minder geaccepteerd.’ Hij concludeert dat het onmogelijk is om vast te stellen dat ‘propaganderen van homogekte’ een oorzaak is van het probleem. Dat jongeren er een probleem mee hebben, is juist. Daarnaast spreekt volgens Bas Hageman, eindredacteur van de Paarse Vrijdag Krant en docent op de middelbare school Zaanlands Lyceum, Schenk zichzelf in zijn uitspraak ook tegen: ‘Je zou kunnen zeggen dat ze eigenlijk in deze zin zeggen dat ze het wel accepteren, maar alleen als de community onzichtbaar is. In hoeverre valt dat onder acceptatie? Ook is dit een manier om de schuld van de daling in acceptatie te verleggen van het onderzochte probleem naar de community zelf, wat dus ook ervoor zorgt dat ze niet de verantwoordelijkheid en problematiek bij zichzelf leggen.’
Conclusie
De stelling van Schenk is in twee delen op te splitsen. Als eerste zegt hij dat jongeren niet zozeer een probleem hebben met iemands seksualiteit. Dit is op basis van de Trimbos-cijfers al erg snel vast te stellen als onjuist. Het tweede gedeelte, dat jongeren een probleem hebben met het propageren van de regenbooggekte, is niet bewezen. Het tweede gedeelte van de uitspraak spreekt het eerste gedeelte in zekere zin tegen. Er zijn ook geen zekere cijfers over de oorzaak of welk gedeelte van de lhbti+-community nou precies wordt gehaat. Hierdoor is dit gedeelte niet onderbouwd, bewezen, en kan het niet als feitelijk juist worden benoemd.
De uitspraak is daarom ook onjuist.
