UPD8

Selecteer Pagina

Innovatieve bedrijven hebben buitenlands groeikapitaal nodig, maar vertrekken maar zelden

Innovatieve bedrijven hebben buitenlands groeikapitaal nodig, maar vertrekken maar zelden

Foto: ANP

Nederlandse innovatieve bedrijven gaan voor hun doorgroei vaak de oceaan over, omdat daar het benodigde durfkapitaal beschikbaar is. Dat stelde minister van Financiën Eelco Heinen tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen. Europese cijfers laten echter zien dat maar een klein deel van de startups daadwerkelijk verhuist. Wel zijn Nederlandse groeibedrijven voor grote investeringen steeds afhankelijker van buitenlands kapitaal.

Tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen op 1 oktober sprak minister van Financiën Eelco Heinen over het Nederlandse investeringsklimaat. Nederland is volgens hem goed in het ontwikkelen van innovaties, maar heeft meer moeite om succesvolle bedrijven hier verder te laten groeien.

“De innovaties vinden hier wel plaats, maar om door te groeien gaan ze vaak de oceaan over, omdat daar het durfkapitaal is om te investeren in die veelbelovende technologieën en bedrijven”, zei Heinen in de Tweede Kamer. Even later stelde hij dat deze bedrijven het benodigde kapitaal wel kunnen vinden, “maar niet in Europa”.

Slechts een klein deel verhuist

Onderzoek van het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie nuanceert het eerste deel van die uitspraak. Onderzoekers bekeken startups uit 25 Europese landen en volgden hun verhuizingen tot 2025. Van de Europese startups die durfkapitaal hadden ontvangen, verplaatste ongeveer 3 procent het hoofdkantoor naar het buitenland. Bij vergelijkbare bedrijven zonder durfkapitaal was dat ongeveer 0,3 procent. De Verenigde Staten waren wel de belangrijkste bestemming.

Peter Roosenboom, hoogleraar Ondernemingsfinanciering en Private Equity aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, vindt het daarom belangrijk om de omvang van het vertrek te relativeren. “Als we praten over aantallen, gaat het dus om een beperkt aantal bedrijven dat dit daadwerkelijk doet.”

Een verhuizing van het hoofdkantoor betekent bovendien niet automatisch dat een bedrijf Europa volledig verlaat. Uit een andere analyse van het JRC blijkt dat 97 procent van de verhuizende VC-gefinancierde startups activiteiten in het oorspronkelijke thuisland behoudt.

“Als je strikt alleen deze uitspraak neemt, dan lijkt het net alsof we een leegloop hebben”, zegt Roosenboom over de woorden van Heinen. “Dat is niet de werkelijkheid, dat wordt in ieder geval niet door de Europese studies onderschreven.”

Buitenlands kapitaal wel belangrijk

Toch benoemt Heinen een bestaand probleem. Dat ontstaat volgens Roosenboom vooral wanneer succesvolle startups willen opschalen en daarvoor grotere investeringsbedragen nodig hebben.

“Het probleem zit bij de bedrijven die eenmaal succesvol zijn en de eerste fase hebben doorlopen”, zegt hij. Voor kleinere bedragen is volgens hem in Europa doorgaans wel financiering beschikbaar. “Als je dan wilt doorgroeien en opschalen, heb je wat grotere bedragen nodig. Dan wordt het lastiger – niet onmogelijk, maar lastiger – in Europa om dat te vinden.”

Cijfers uit State of Dutch Tech 2026 ondersteunen dat beeld. Bij Nederlandse investeringsrondes tussen 50 en 100 miljoen euro steeg de betrokkenheid van Amerikaanse investeerders in 2025 van 14 naar 40 procent. De betrokkenheid van Europese investeerders daalde tegelijkertijd van 55 naar 21 procent.

Buitenlands kapitaal aantrekken betekent alleen niet dat een bedrijf ook verhuist. Dat onderscheid is belangrijk voor de uitspraak van Heinen.

Geld is niet de enige reden

Ook de suggestie dat bedrijven vanwege het beschikbare durfkapitaal de oceaan oversteken, vraagt om nuance. Volgens Roosenboom kijken groeibedrijven niet alleen naar geld. Buitenlandse investeerders kunnen ook gespecialiseerde kennis, internationale netwerken en toegang tot nieuwe markten bieden. “Het gaat niet puur en alleen over het geld.”

Onderzoek van de Europese Commissie en de Europese Investeringsbank laat hetzelfde zien. Toegang tot durfkapitaal speelt mee bij de beslissing om activiteiten buiten de Europese Unie te vestigen, maar ook toegang tot grotere markten, regelgeving en de beschikbaarheid van ervaren commercieel personeel spelen een rol.

Conclusie

De claim van Heinen is deels waar. Hij heeft gelijk dat succesvolle Nederlandse startups bij hun doorgroei moeilijker grote investeringen in Europa kunnen vinden en daardoor vaker afhankelijk zijn van buitenlands kapitaal. Maar zijn uitspraak dat bedrijven daarom “vaak de oceaan overgaan” wordt niet door de cijfers ondersteund: ongeveer 3 procent van de Europese startups met durfkapitaal verhuist daadwerkelijk naar het buitenland en de meeste daarvan behouden activiteiten in hun thuisland. Bovendien is een tekort aan groeikapitaal niet de enige reden om te verhuizen. Heinen benoemt dus een reëel financieringsprobleem, maar overschat in zijn formulering hoe vaak bedrijven daarvoor daadwerkelijk vertrekken.

Over de auteur