OnAir

Selecteer Pagina

Factcheck: Gordon legt verband tussen islam en dalende homoacceptatie, klopt die bewering?

Factcheck: Gordon legt verband tussen islam en dalende homoacceptatie, klopt die bewering?

Bron: ChatGPT

Gordon stelde tijdens de uitzending van Vandaag Inside op 27 oktober dat de afnemende acceptatie van homoseksualiteit in Nederland mede te verklaren is door de invloed van de islam. Maar klopt dat verband? Onderzoeken laten zien dat de positieve houding tegenover homoseksualiteit onder jongeren de afgelopen jaren is afgenomen. Toch ontbreekt wetenschappelijk bewijs dat moslimjongeren hiervoor verantwoordelijk zijn.

Op 27 oktober 2026 schoof Gordon aan bij Vandaag Inside. Tijdens de uitzending sprak hij over de dalende acceptatie van homoseksualiteit in Nederland en de LHBTIQ+-gemeenschap. Met de uitspraak ‘Love is Love’ benadrukte hij dat liefde voor iedereen is. Toen het gesprek vervolgens verschoof naar de afnemende homoacceptatie, deed Gordon een opvallende uitspraak. Hij zei: ‘We weten natuurlijk allemaal hoe dat komt.’ Dit leidde tot een vraag van Johan Derksen: ‘Is dat door de islam?’ Gordon antwoordde daarop: ‘Dat is mede door de islam.’

Zijn uitspraak roept de vraag op in hoeverre de islam daadwerkelijk invloed heeft op de afname van homoacceptatie in Nederland. Is er wetenschappelijk bewijs voor het verband dat Gordon legt?

Wat zeggen de cijfers?

Uit de Lhbtiqa+-monitor van Panteia, Movisie en Ipsos (2026) blijkt dat de Nederlandse bevolking overwegend positief staat tegenover homoseksuele en lesbische personen. Toch laat het HBSC-onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut, dat in september 2026 verscheen, een minder positief beeld zien onder jongeren. Tussen 2021 en 2025 is hun positieve houding tegenover homoseksualiteit sterk afgenomen.

Vooral bij jongens is de daling opvallend: het aandeel met een positieve houding daalde van 40 naar 22 procent. Bij meisjes was er een daling van 78 naar 51 procent. Hoewel deze cijfers een duidelijke verandering laten zien, geeft het onderzoek geen duidelijke verklaring voor de achteruitgang. Het is om die reden niet mogelijk om op basis van deze cijfers een specifieke oorzaak aan te wijzen.

Welke rol speelt religie?

Volgens Samira Azabar, onderzoeker aan de Universiteit Hasselt in België, staan religieuze mensen over het algemeen minder positief tegenover homoseksualiteit dan niet-religieuze mensen. Azabar benadrukt echter dat er ook binnen religieuze groepen grote verschillen bestaan. Dat geldt eveneens voor moslims. Mensen die sterker religieus zijn of vaker naar de moskee gaan, hebben gemiddeld vaker conservatieve opvattingen over homoseksualiteit. Toch betekent een religieuze overtuiging niet automatisch dat iemand homoseksuele personen afwijst. Onderzoek van Azabar en collega’s (2025) en Geurts en collega’s (2024) laat volgens Azabar zien dat de overtuiging dat de islam homoseksualiteit verbiedt, op zichzelf niet automatisch leidt tot intolerantie.

Een belangrijk verschil is of iemand vindt dat hij of zij zelf over homoseksualiteit mag oordelen, of dat oordeel aan God overlaat. Iemand kan homoseksualiteit vanuit religieus oogpunt afkeuren, maar tegelijkertijd respectvol omgaan met homoseksuele personen. Azabar wijst erop dat er binnen de Nederlandse moslimgemeenschap uiteenlopende opvattingen bestaan. Sommige moslims wijzen homoseksualiteit volledig af, terwijl anderen onderscheid maken tussen homoseksuele gevoelens en handelingen. Weer anderen vinden dat zij niet mogen oordelen of hebben geen bezwaar tegen homoseksualiteit. Daarnaast wordt volgens Azabar vaak vergeten dat er ook moslims zijn die zelf homoseksueel zijn.

Is de islam verantwoordelijk voor de daling?

Op de vraag of er wetenschappelijk bewijs is dat de islam bijdraagt aan de afname van homoacceptatie, is Azabar duidelijk: dat bewijs is er niet.
Volgens haar is het belangrijk om onderscheid te maken tussen samenhang en causaliteit. Dat religieuze mensen gemiddeld vaker conservatieve opvattingen hebben, betekent niet dat zij verantwoordelijk zijn voor de daling van homoacceptatie. Het onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut laat weliswaar een achteruitgang onder jongeren zien, maar wijst geen specifieke groep als oorzaak aan. Ook de rol van religie is in dit onderzoek niet diepgaand onderzocht.

Bij jongeren met een migratieachtergrond komt een positieve houding tegenover homoseksualiteit gemiddeld minder vaak voor. Dat betekent echter niet dat religie of de islam de oorzaak is van de algemene daling. Azabar plaatst daarnaast een kanttekening bij de manier waarop het jongerenonderzoek homoacceptatie meet. Sommige vragen gingen bijvoorbeeld over hoe jongeren het vinden als twee jongens of twee meisjes met elkaar zoenen. Andere vragen gingen over homoseksuele jongeren als vrienden of over de mogelijkheid om op school open te zijn over hun geaardheid. Volgens Azabar meten deze vragen niet allemaal precies hetzelfde. Daarom is het belangrijk voorzichtig te zijn met conclusies op basis van de uitkomsten.

Andere mogelijke verklaringen

De achteruitgang kan volgens Azabar niet aan één groep of oorzaak worden toegeschreven. Ze wijst op een samenspel van factoren, zoals conservatieve opvattingen, gendernormen, religie, sociale media en politieke ontwikkelingen. Op sociale media krijgen traditionele opvattingen over mannelijkheid en seksualiteit bijvoorbeeld steeds meer aandacht. Denk aan de zogenoemde manosphere en influencers zoals Andrew Tate. Ook de politisering van gender en seksualiteit kan een rol spelen. Hoogleraar Niels Spierings wijst eveneens op deze maatschappelijke ontwikkelingen.

Conclusie: de bewering is niet aangetoond

De onderzoeken laten zien dat de positieve houding tegenover homoseksualiteit onder jongeren de afgelopen jaren is afgenomen. Ook bestaan er verschillen tussen religieuze en niet-religieuze personen. Maar uit de beschikbare onderzoeken blijkt niet dat de islam, of moslimjongeren in het bijzonder, verantwoordelijk zijn voor deze daling. Gordon legt daarmee een verband waarvoor het wetenschappelijke bewijs ontbreekt. De afname van homoacceptatie lijkt een complex maatschappelijk verschijnsel te zijn, waarbij verschillende factoren een rol kunnen spelen, zoals politieke ontwikkelingen, sociale media en opvattingen over gender en mannelijkheid.

Gordon sloot zijn uitspraak af met: ‘Ik zal wel weer te veel hebben gezegd vanavond.’ Maar wat zegt het onderzoek? Zijn bewering dat de islam mede verantwoordelijk is voor de dalende homoacceptatie wordt door de beschikbare wetenschappelijke onderzoeken niet aangetoond.

Over de auteur

Meike Verdoorn

Ik ben Meike Verdoorn, 22 jaar. Student journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. Ik heb een zeer brede journalistieke interesse met een specifieke interesse op de mens en maatschappij. Mijn doel is om mensen te interesseren en inspireren met mijn producties.