OnAir

Selecteer Pagina

Factcheck: “De kennis over dierenleed moet on-negeerbaar worden om eetgedrag van mensen te veranderen”

Factcheck: “De kennis over dierenleed moet on-negeerbaar worden om eetgedrag van mensen te veranderen”

Leidt kennis over dierenleed daadwerkelijk tot ander eetgedrag?

Jan Willem Bolderdijk, hoogleraar duurzaamheid en marketing aan de Universiteit van Amsterdam, denkt van wel. In de NRC-podcast ‘Studio Plantaardig’ zegt hij: “De kennis over dierenleed moet on-negeerbaar worden om eetgedrag van mensen te kunnen veranderen.” Maar kennis hebben over dierenleed betekent nog niet automatisch dat iemand zijn eetgewoontes verandert. Wetenschappelijke onderzoeken laten verschillende resultaten zien over de invloed van informatie op vleesconsumptie. Lenka van Riemsdijk, onderzoeker op het gebied van consumentengedrag, en Bolderdijk zelf geven vanuit hun eigen onderzoek en ervaring uitleg over de kloof tussen wat mensen weten en wat ze uiteindelijk eten.

Kennis leidt niet automatisch tot ander gedrag

Een meta-analyse uit 2024 onderzocht het effect van informatie op vleesconsumptie. De onderzoekers vonden gemiddeld een klein effect van informatie-interventies. Wanneer ze specifiek keken naar informatie over dierenwelzijn, was het gevonden effect niet statistisch significant. Dat betekent dat op basis van deze analyse niet kan worden geconcludeerd dat informatie over dierenwelzijn op zichzelf zorgt voor minder vleesconsumptie.

Ook een Nederlands onderzoek van Wageningen Economic Research uit 2024 kijkt naar de relatie tussen dierenwelzijn, consumenten en vlees. Daaruit blijkt onder andere dat consumenten dierenwelzijn belangrijk kunnen vinden, maar dat dit niet automatisch betekent dat hun daadwerkelijke aankoopgedrag daarmee overeenkomt. De onderzoekers wijzen erop dat onder andere betaalbaarheid en de werking van de markt een rol spelen bij de keuzes van consumenten.

Het RIVM-onderzoek naar voedselconsumptie en de factoren die deze beïnvloeden laat daarnaast zien dat voedselkeuzes door meerdere factoren worden bepaald. Kennis of informatie is dus niet de enige factor die bepaalt wat mensen eten. Het onderzoek is wel breder dan alleen vleesconsumptie en dierenwelzijn en gebruik ik daarom vooral als context bij de claim.

De verschillende onderzoeken laten daarmee zien dat informatie invloed kan hebben op hoe mensen over voedsel en dierenwelzijn denken, maar dat dit niet automatisch betekent dat zij hun daadwerkelijke eetgedrag veranderen.

Waarom kennis over dierenleed niet genoeg is

Ook Lenka van Riemsdijk, onderzoeker op het gebied van consumentengedrag, benadrukt dat kennis maar één onderdeel is van gedragsverandering. Van Riemsdijk promoveerde in 2019 aan Wageningen University op haar proefschrift Making Animal Welfare Matter: Positioning Animal Welfare as Personally Relevant. Daarin onderzocht ze waarom consumenten die dierenwelzijn belangrijk vinden toch vaak voor gewoon vlees kiezen en hoe marketingstrategieën hen kunnen stimuleren om voor diervriendelijker vlees te kiezen.

Volgens Van Riemsdijk weten veel consumenten al van problemen rond dierenwelzijn, maar blijven zij vlees eten. Eetgedrag wordt sterk beïnvloed door gewoontes, smaak, gemak, sociale normen en tradities. Informatie over dierenwelzijn kan volgens haar bij sommige consumenten op korte termijn werken, maar kan bij anderen juist weerstand oproepen. Daarom moet informatie volgens haar aansluiten bij de doelgroep en bij wat voor hen belangrijk is.

Haar conclusie is duidelijk: “Kennis is niet voldoende.” Kennis over dierenwelzijn is volgens Van Riemsdijk “één puzzelstukje, maar niet de grootste” en daarmee “beweeg je gewoon de massa niet.”

Hoe mensen omgaan met kennis

Bolderdijk legt in het interview uit waarom kennis alleen volgens hem niet genoeg is. Hij noemt als eerste moral disengagement. Daarmee bedoelt hij dat mensen manieren gebruiken om dingen te kunnen doen waar ze van genieten, zoals vlees eten, terwijl ze tegelijkertijd weten dat ze daarmee indirect dieren pijn kunnen doen. Mensen kunnen die twee dingen dus van elkaar loskoppelen: ze weten dat er dierenleed aan verbonden is, maar veranderen daardoor niet automatisch hun eetgedrag.

Daarnaast noemt Bolderdijk willful ignorance. Hij beschrijft dit als situaties waarin mensen bewust “hun kop in het zand steken”. Door bepaalde informatie niet te willen weten, hoeven ze volgens hem ook niet met de consequenties van hun keuzes om te gaan. Meer informatie aanbieden betekent daardoor niet automatisch dat iemand zijn gedrag aanpast.

Als derde noemt Bolderdijk carnism. Hij omschrijft dit als iets dat cultureel verankerd is: het idee dat het normaal is om vlees te eten en dat dieren bijvoorbeeld geen pijn zouden ervaren. Iemand kan dus weten dat dieren worden gebruikt voor vleesproductie, maar vanuit culturele gewoontes toch vinden dat vlees eten normaal is.

Deze drie begrippen verklaren de kloof tussen kennis en gedrag. Kennis over dierenleed kan aanwezig zijn, maar mensen kunnen die kennis vervolgens rechtvaardigen, vermijden of loskoppelen van hun dagelijkse eetgedrag. Daarmee nuanceert Bolderdijk zijn eigen uitspraak: het gaat volgens hem niet alleen om mensen méér informatie geven, maar ook om de manier waarop mensen omgaan met de informatie die ze al hebben.

Kennis is één puzzelstukje

De onderzoeken geven geen eenvoudig antwoord. Informatie over dierenwelzijn kan invloed hebben op attitudes, intenties en soms ook daadwerkelijk gedrag. Tegelijkertijd is het effect beperkt en is veel onderzoek gericht op de korte termijn. Uit het onderzoek van Van Riemsdijk blijkt bovendien dat andere factoren, zoals gemak, smaak, gewoontes en sociale normen, een grote rol spelen. Zij noemt kennis daarom “één puzzelstukje, maar niet de grootste.”

Zijn uitspraak is niet onlogisch. Informatie kan bijdragen aan gedragsverandering, maar alleen meer informatie aanbieden lijkt onvoldoende. Mensen kunnen hun gedrag namelijk rechtvaardigen, informatie vermijden of beïnvloed worden door culturele en sociale gewoontes.

Oordeel: deels waar

De uitspraak van Bolderdijk is deels waar. Onderzoek laat zien dat informatie over dierenwelzijn kan bijdragen aan minder vleesconsumptie, maar het bewijs dat kennis op zichzelf leidt tot blijvende gedragsverandering is beperkt. Bolderdijk laat daarnaast zien dat mensen kennis over dierenleed niet altijd rechtstreeks vertalen naar hun gedrag. Door moral disengagement, willful ignorance en carnism kunnen mensen hun bestaande eetgedrag blijven rechtvaardigen of informatie over de gevolgen ervan vermijden. Kennis kan dus een onderdeel zijn van gedragsverandering, maar is niet voldoende om mensen massaal minder vlees te laten eten.

 

Geschreven door Do Pieren



Over de auteur