Greenpeace stelt dat een kat die het onderzochte Albert Heijn-kattenvoer eet, vijftig keer meer PFAS binnenkrijgt dan de gezondheidskundige waarde die voor mensen geldt. De organisatie publiceerde op 3 oktober een onderzoek waarin professor Jacob de Boer, expert in toxicologie en milieuchemie, deze waarde berekende. Een andere berekening kwam uit op een waarde van zes. In het onderzoek wordt vergeleken met een norm die geldt voor mensen.
Claim: ‘Een kat die dit kattenvoer eet krijgt 50 keer meer PFAS binnen dan de norm die geldt voor mensen.’
PFAS is de verzamelnaam voor toxische stoffen die door de mens zijn aangemaakt, PFNA en TFA zijn hier verbindingen van. De stoffen zijn door de mens aangemaakt om producten o.a. een langere levensduur te geven. Ze bestaan uit koolstof- en fluorbindingen die een sterke chemische binding vormen, hierdoor zijn PFAS moeilijk om af te breken en hopen ze zich op in de natuur. Ze worden daarom ook wel forever chemicals genoemd. PFAS kan onder meer via water, bodem en voedsel worden verspreid, dit meldt Rijksuniversiteit Groningen. Uit een RIVM-onderzoek uit 2023 blijkt dat vis een belangrijke bron is, omdat deze relatief veel PFAS bevat. Het RIVM berekende dat de totale blootstelling via voedsel en drinkwater boven de gezondheidskundige grenswaarde ligt. Als mensen langdurig boven die waarde zitten, kunnen schadelijke gezondheidseffecten mogelijk zijn.
Ook dieren kunnen PFAS via hun voedsel binnenkrijgen. Als bijvoorbeeld vis PFAS bevat en wordt verwerkt in kattenvoer, kunnen deze stoffen uiteindelijk bij een kat terechtkomen.
PFAS in brokken
In het onderzoek van Greenpeace werden vijf monsters getest op het PFAS-gehalte. In alle monsters werd trifluorazijnzuur (TFA) gevonden. Bij één van de vijf monsters, Albert Heijn: Premium Brok Adult Zalm, werd aansluitend een relatief hoge waarde van de lange-keten-PFAS gevonden, namelijk PFNA. De gemeten waarde is 0.12 μg/kg (microgram per kilogram), wat boven de rapportagegrens van 0,1 μg/kg uitkomt.
50 vs. 6 keer meer PFAS
Om de berekening te maken, gaat Greenpeace uit van een kat van 3,5 kilogram die dagelijks 100 gram van het onderzochte kattenvoer eet. In het voer werd 0,12 microgram PFNA per kilogram kattenvoer gemeten. Een kat die dagelijks 100 gram van dit voer eet, krijgt daarmee 0,012 microgram, oftewel 12 nanogram PFNA per dag binnen.
Om verschillende PFAS met elkaar te kunnen vergelijken, wordt soms gewerkt met een relatieve potentiefactor (RPF). Greenpeace rekent met een RPF van tien voor PFNA ten opzichte van een PFOA. De 12 nanogram PFNA wordt dan vermenigvuldigd met de RPF, daarvan ontstaat de 120 ng PFOA-equivalent per dag. Vervolgens wordt deze waarde vergeleken met 2,2 nanogram per dag, de humane gezondheidskundige waarde van Europese Voedselveiligheidsautoriteit EFSA omgerekend naar een kat van 3,5 kilogram. De eindwaarde wordt daarmee ongeveer 55. In een andere berekening was de uitkomst 6, dit is zonder het toevoegen van de RPF.
Milieuchemicus en toxicoloog, Chiel Jonker, bevestigt de berekening van Greenpeace. Het vermenigvuldigen met de RPF is wetenschappelijk juist bij zo’n berekening.Hij merkt wel op dat van de onderzochte langere PFAS alleen PFNA in een concentratie boven de rapportagegrens werd gevonden. Hij noemt het bijna onvoorstelbaar dat er alleen PFNA wordt gevonden en niet ook PFOS. Bovendien is het volgens hem niet correct om de humane gezondheidskundige grenswaarde toe te passen op katten.
Kat vs mens vergelijking
Greenpeace noemt in de claim een ‘norm’, maar het gaat hierbij om een gezondheidskundige advieswaarde voor mensen. Volgens de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFCA) is deze 4,4 nanogram per kilogram lichaamsgewicht per week. Er bestaat ook geen officiële PFAS-norm voor katten. Katten kunnen stoffen anders opnemen en verwerken dan mensen. Daardoor kun je een menselijke waarde niet zomaar één op één op een kat toepassen. Jonker vertelt dat de vergelijking die Greenpeace maakt tussen mensen en katten niet terecht is. ‘De advieswaarde is gebaseerd op het immuunsysteem van gevoelige subgroepen in de maatschappij die niet vergelijkbaar zijn met het immuunsysteem van katten.’ Onderzoek bij kinderen laat bijvoorbeeld zien dat een hogere blootstelling aan PFAS samen kan hangen met een verminderde reactie op vaccinaties.
Door het gebrek aan een PFAS-norm voor katten kun je op basis van de berekening van Greenpeace wel zeggen dat de berekende blootstelling van de kat ongeveer vijftig keer zo hoog is als de gebruikte menselijke gezondheidskundige waarde. Je kunt daaruit echter niet concluderen dat de kat daardoor ook vijftig keer boven een voor katten veilige hoeveelheid PFAS zit.
Oordeel: misleidend
De uitspraak van Greenpeace: ‘Een kat die dit kattenvoer eet krijgt 50 keer meer PFAS binnen dan de norm die geldt voor mensen.’ kan worden opgesplitst in twee onderdelen: het onderzoeken van de factor 50 en de vergelijking met de PFAS-norm voor mensen. De factor is wetenschappelijk juist berekend, maar hier is wel een kanttekening bij te maken. De berekening wordt gemaakt met de humane gezondheidswaarde omgerekend naar de gegevens van een gemiddelde kat. Een lezer kan hierdoor de indruk krijgen dat zijn kat met dit voer 50 keer meer PFAS binnenkrijgt dan veilig is, terwijl dat niet is vastgesteld. De menselijke gezondheidskundige waarde kan volgens Jonker niet zonder meer worden gebruikt om het gezondheidsrisico voor een kat te beoordelen.
