Spotlight

Selecteer Pagina

Nederlandse visserij zoekt naar toekomst: ‘Het is een zwaar en onzeker bestaan’

Nederlandse visserij zoekt naar toekomst: ‘Het is een zwaar en onzeker bestaan’

Er zijn steeds minder Nederlandse vissersboten en het wordt drukker op de Noordzee. Ook hebben vissers te maken met veel regels. Volgens Michiel Koelderijn van VIS-HAL in Spakenburg moet de politiek daarom meer doen om de Nederlandse visserij te helpen. Want als er niets verandert, wordt het volgens hem steeds moeilijker om in Nederland visser te blijven.

Tijdens ‘Vrijdag Visdag’ staat de Nederlandse visserij vandaag extra in de aandacht. De sector wil laten zien wat er allemaal gebeurt voordat een vis uiteindelijk op ons bord terechtkomt. Maar ondertussen zijn er ook zorgen over de toekomst.

Volgens Michiel Koelderijn van VIS-HAL zit het grootste probleem niet bij de verkoop van vis. Vooral de aanvoer wordt lastiger.

‘Waar wij heel erg tegenaan lopen is niet eens de verkoop, want dat loopt wel door. Maar waar we meer tegenaan lopen is de aanvoer’, vertelt Koelderijn.

Steeds minder vissersboten

Dat er minder Nederlandse vissersboten zijn, is ook terug te zien in de cijfers. Volgens Wageningen University & Research waren er in 2024 nog 212 actieve Nederlandse kotters. Twee jaar eerder waren dat er nog 261.

Ook werken er steeds minder mensen op deze schepen. In 2000 waren dat er nog 1.829. In 2024 waren het er ongeveer 850.

Koelderijn denkt dat de regels waar vissers mee te maken krijgen daar niet bij helpen. ‘Nu is het niet heel erg interessant om visserman te worden. Het is een zwaar bestaan en een onzeker bestaan. Niet alleen op zee, maar ook qua regelgeving.’

Wat kan de politiek doen?

Een deel van de regels voor vissers komt vanuit Nederland en de Europese Unie. Zo wordt ieder jaar bepaald hoeveel er van bepaalde vissoorten gevangen mag worden. Dat moet ervoor zorgen dat er niet te veel vis uit de zee wordt gehaald.

Daarnaast wordt het steeds drukker op de Noordzee. Vissers moeten de ruimte delen met bijvoorbeeld scheepvaart, natuurgebieden en windparken.

Volgens Koelderijn mag de politiek daarom meer rekening houden met de vissers. ‘De aandacht mag meer richting politiek in de zin van regelgeving. Als ze willen dat we blijven vissen, maak het dan gewoon wat makkelijker.’

Tegelijkertijd kunnen niet alle regels zomaar verdwijnen. Een deel daarvan is juist bedoeld om ervoor te zorgen dat er in de toekomst genoeg vis overblijft.

Toch ziet hij kansen

Ondanks de problemen is Koelderijn niet alleen maar negatief over de toekomst. Door het warmer worden van het zeewater verschijnen er volgens hem bijvoorbeeld andere vissoorten voor de Nederlandse kust. Dat kan weer nieuwe mogelijkheden opleveren voor vissers.

Ook hoopt hij dat Nederlanders in de toekomst vaker vis gaan eten.

‘Als we net zo’n vis-eetcultuur kunnen krijgen als in Italië, Portugal of Spanje, dan zie ik de wereld nog wel rooskleurig tegemoet’, zegt Koelderijn. ‘Maar dan moeten we niet tegengewerkt worden.’

De toekomst van de Nederlandse visserij hangt dus niet alleen af van hoeveel vis er in de zee zwemt. Ook de keuzes die de politiek de komende jaren maakt, gaan bepalen hoeveel Nederlandse vissers straks nog het water opgaan.

De toekomst van de visserij is dus onzeker, maar de sector kent ook een lange geschiedenis. Zo stond vrijdag vroeger bekend als dé dag om vis te eten. Waar die traditie vandaan komt en of die nog steeds leeft, zocht ik uit in Spakenburg. Luister hieronder naar de reportage.

Over de auteur

Juliën de Jongh

Mijn naam is Juliën de Jongh (2004) en ik studeer journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. Ik schrijf voor SvJ media over en mijn favoriete onderwerpen zijn sport, cultuur en evenementen. Ik ben nieuwsgierig en altijd opzoek naar nieuwtjes. Contact: julien.dejongh@student.hu.nl