Het kabinet stelt dat de uitspraak van de Reclame Code Commissie (RCC) over de duurzaamheidsreclame van Tata Steel op zichzelf geen gevolgen heeft voor de afspraken met het staalbedrijf. Juridische experts schrijven dat de uitspraak de afspraken niet rechtstreeks verandert. Wel kan nieuwe informatie over de milieuprestaties van het bedrijf relevant zijn voor de onderhandelingen.
Op 26 oktober beantwoordde het kabinet Kamervragen over de uitspraak van de RCC over de duurzaamheidsreclame van Tata Steel. Daarin zegt het kabinet dat de uitspraak op zichzelf geen gevolgen heeft voor de maatwerkafspraak tussen de overheid en het staalbedrijf. Maar terwijl Tata Steel tegen de uitspraak in beroep is gegaan, zijn de onderhandelingen over de definitieve maatwerkafspraak nog niet afgerond.
De RCC oordeelde op 14 augustus 2026 dat verschillende reclame-uitingen van Tata Steel over onder bijvoorbeeld ‘groen staal’ en de verduurzaming van de staalproductie niet voldeden aan de regels voor uitingen over duurzaamheid die in reclames worden gedaan. Volgens de commissie waren de duurzaamheidsambities onvoldoende onderbouwd. De klachten waren in eerste instantie ingediend door Stichting Gezondheid op 1 en Stichting Urgenda.
Wat betekent de uitspraak juridisch?
Volgens Ebba Hoogenraad, advocaat bij Hoogenraad & Haak en gespecialiseerd in reclame- en communicatierecht, moeten de twee zaken juridisch van elkaar worden onderscheiden. De RCC beoordeelt reclame-uitingen, terwijl de maatwerkafspraak gaat over bijvoorbeeld financiële afspraken, vergunningen, milieuvereisten en de verduurzaming van de bedrijfsvoering. ‘Een individuele, wel of niet juist geformuleerde, reclame-uiting over een duurzaamheidsambitie brengt daar juridisch gezien geen wijziging in’, aldus Hoogenraad.
Ook het feit dat Tata Steel in beroep is gegaan, speelt volgens haar een rol. De uitspraak is nog niet definitief, het College van Beroep moet zich er namelijk nog over uitspreken. Hoogenraad benadrukt dat de RCC niet heeft vastgesteld dat Tata Steel de bonoemde ambities niet kan waarmaken. De commissie kon op basis van de argumenten die het bedrijf had aangevoerd alleen nog niet vaststellen dat de claims aan de eisen voldeden.
De afspraken zijn nog niet definitief
De overheid, Tata Steel en de provincie Noord-Holland werken sinds 2025 aan een zogenoemde Joint Letter of Intent (JLoI). Daarin staan de uitgangspunten en plannen voor een toekomstige maatwerkafspraak over onder meer CO₂-reductie, verduurzaming en verbetering van de leefomgeving rond het bedrijf.
Op 25 september maakte het kabinet bekend dat meer tijd nodig is om de definitieve overeenkomst uit te werken. De partijen streven nu naar een akkoord voor uiterlijk 1 maart 2027. Technische, financiële en juridische onderdelen moeten nog worden uitgewerkt. Daarnaast moet ook moet het formele staatssteunproces bij de Europese Commissie worden doorlopen.
In de Kamerbrief van 25 september staat bovendien dat aandachtspunten uit de RCC-uitspraak waar relevant worden meegenomen in het verdere proces. Volgens Hoogenraad is dat niet tegenstrijdig met de latere uitspraak van het kabinet. Het meenemen van aandachtspunten betekent volgens haar niet dat de RCC-uitspraak zelf de afspraken juridisch verandert.
Kan nieuwe informatie wel invloed hebben?
Kars de Graaf, hoogleraar bestuursrecht en duurzaamheid aan de Rijksuniversiteit Groningen, maakt op een zelfde manier onderscheid tussen de juridische afspraken en de bredere context. Volgens hem hebben de RCC-uitspraak en de mogelijke overeenkomst tussen Tata Steel en de Staat juridisch gezien niets met elkaar te maken.
Wel kan nieuwe informatie over de milieuprestaties van Tata Steel relevant zijn bij het maken of herzien van afspraken, stelt De Graaf. Daarbij hangt veel af van wat de partijen precies in de overeenkomst hebben vastgelegd. Ook kunnen zij afspraken maken over wat er gebeurt wanneer nieuwe informatie beschikbaar komt. Volgens hem kunnen onvoorziene omstandigheden ertoe leiden dat een partij als Tata Steel, redelijkerwijs niet langer aan een overeenkomst gehouden kan worden.
De Graaf ziet daarnaast een mogelijk ander gevolg van de RCC-uitspraak: “Ik kan me voorstellen dat het politieke draagvlak voor het sluiten van een overeenkomst met Tata Steel door een dergelijke uitspraak beïnvloed kan worden.”
Conclusie
Zowel Hoogenraad als De Graaf benadrukken dat een oordeel over reclame niet automatisch gevolgen heeft voor een overeenkomst over verduurzaming. Dat betekent echter niet dat nieuwe informatie over de milieuprestaties van Tata Steel niet relevant kan zijn voor verdere onderhandelingen. Bovendien kan de RCC-uitspraak volgens De Graaf het politieke draagvlak beïnvloeden.
De kabinetsuitspraak is daarmee in juridische zin verdedigbaar, maar moet niet worden gelezen als de bewering dat de RCC-uitspraak op geen enkele manier relevant kan zijn voor het verdere proces.
