Terwijl het politieke vertrouwen onder bijna alle leeftijdsgroepen flink daalt, zijn er 2 groepen die meer vertrouwen in de politiek hebben gekregen in 2025. Dit zijn de 15 tot 18 jarige en de 18 tot 25. De eerste groep staat zelfs fier bovenaan met 62,1% algemeen vertrouwen in de politiek. Hiermee komt een einde aan vier opeenvolgende jaren van daling in vertrouwen onder deze leeftijdsgroep.
Deze ontwikkeling valt extra op omdat elke andere leeftijdsgroep wel mee daalt met de trend van de 25 tot 35 jarige en het vertrouwen in de politici van de Tweede Kamer zelfs een historisch laag niveau bereikte. Sinds het begin van de metingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft het vertrouwen nog nooit zo laag gelegen in de politici van de Tweede Kamer.
Bram Geurkink, wetenschappelijk onderzoeker bij het Sociaal Cultureel en Planbureau, ziet wel een mogelijke verklaring voor de stijging en het hoge vertrouwen van de 15 tot 18 jarige. ‘Jongeren in deze leeftijdsgroep hebben bijna altijd het meeste vertrouwen in de politiek, het schommelt wel mee met de rest, maar staat altijd wel bovenaan’. Dit kan volgens Geurink door verschillende redenen komen. Zo noemt hij dat jongeren vaak weinig ervaring hebben met de politiek en ze nog geen gevolgen of tegenslagen hebben gevoeld die te maken hebben met politieke keuzes. ‘Ze lopen nog niet rond op de arbeids- of woningmarkt, dus krijgen ze weinig mee van politieke keuzes.’
Ook verwijst hij naar de definitie die jongeren hebben van politiek. ‘Op school bij maatschappijleer leren ze over politiek als ons landelijk systeem en de democratie, minder over hoe een overheid functioneert en hun beleid.’ Dit draagt ook bij aan het hoge vertrouwen van deze leeftijdsgroep.
Wat ook een oorzaak kan zijn is dat jongeren steeds meer geïnteresseerd worden in de politiek en politieke onderwerpen. in 2025 gaf 37% van de jongeren aan ‘tamelijk’ of ‘zeer’ geïnteresseerd te zijn in de politiek. Niet alleen onder jongeren, maar onder alle leeftijdsgroepen is het afgelopen jaar de politieke interesse toegenomen. Of die grotere betrokkenheid ook daadwerkelijk bijdraagt aan de stijging in vertrouwen onder jongeren is niet vast te stellen.
Naast deze opvallende data was er nog een opvallende opsplitsing te zien in de cijfers van het CBS. Dit jaar liepen voor het eerst het vertrouwen van de 18 tot 25 jarige en de 25 tot 35 jarige niet samen op maar gingen de cijfers actief uit elkaar. De 18 tot 25 jarige hebben 2,5% vertrouwen erbij gekregen terwijl het vertrouwen van de 25 tot 35 jarige met 8% daalde. Waar komt deze uitzonderlijke opsplitsing vandaan en wat zijn mogelijke oorzaken? In de reportage hieronder geven Guy Kortes, voorzitter van de Jonge Democraten, en Chris Aalberts, hoogleraar en gespecialiseerd in dit onderwerp, antwoorden op deze vragen!