Factcheck: Rookt of vapet 40 procent van de 18- tot 29-jarigen?

Factcheck: Rookt of vapet 40 procent van de 18- tot 29-jarigen?

‘40 procent van de 18- tot 29-jarigen rookt of vapet.’ Dat schrijft Independer op basis van een enquête van onderzoeksbureau Q&A onder 2.000 Nederlanders. Maar uit het databestand achter het onderzoek blijkt dat de vraag die bij die 40 procent hoort niet rechtstreeks over roken of vapen gaat, maar over het kopen van sigaretten of vapes. Is de claim dan wel goed onderbouwd?

Independer schrijft dat van alle onderzochte leeftijdsgroepen 18- tot 29-jarigen het vaakst roken of vapen. Volgens de publicatie gaat het om 40 procent. In het databestand achter het onderzoek staat inderdaad dat 40 procent van deze leeftijdsgroep ‘ja’ antwoordde. Het databestand is niet openbaar en is door Independer per e-mail toegestuurd. Alleen werd niet gevraagd: ‘Rook of vape je weleens?’ De vraag was: ‘Koop je weleens sigaretten of vapes?’

Dat verschil is belangrijk. Iemand kan bijvoorbeeld sigaretten of vapes voor iemand anders kopen zonder deze zelf te gebruiken. Ook zegt de vraag niet hoe vaak iemand rookt of vapet. Het percentage van 40 procent laat daarom vooral zien hoeveel respondenten zeggen deze producten weleens te kopen, niet hoeveel mensen ze daadwerkelijk gebruiken.

Landelijke onderzoeken komen lager uit

Landelijke onderzoeken naar het gebruik van tabak en vapes komen op lagere percentages uit. Volgens CBS-cijfers over 2024 rookte en/of vapete 27 procent van de 18- tot 25-jarigen weleens. Deze cijfers gaan dus over 2024 en over een iets jongere leeftijdsgroep dan het onderzoek van Independer.

Ook de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024 komt lager uit. Daaruit blijkt dat ongeveer een derde van de 16- tot 25-jarigen weleens rookt en/of vapet. Een kleiner deel doet dat minimaal wekelijks.

Die percentages kunnen niet één op één naast de 40 procent van Independer worden gelegd. De onderzoeken gebruiken verschillende leeftijdsgroepen, stellen andere vragen en kunnen deelnemers op een andere manier selecteren. Daardoor kunnen de uitkomsten verschillen.

De vraagstelling maakt veel uit

Dr. Eline Meijer, Associate Professor bij de afdeling Public Health and Primary Care van het Leids Universitair Medisch Centrum, zegt over het percentage van 40 procent: ‘In het algemeen vind ik dit geen gek cijfer, maar het hangt af van de definitie.’ Volgens haar is het belangrijk om te weten of het gaat om dagelijks gebruik, incidenteel gebruik of iemand die ooit heeft gerookt of gevapet. Dat wordt in de claim van Independer niet duidelijk.

Ook leeftijd speelt volgens Meijer een rol. ‘Er zijn verschillen op basis van leeftijd, dus dat maakt zeker uit. Vapen neemt met name erg toe bij jongeren en jongvolwassenen.’ Daardoor maakt het verschil welke leeftijden precies in een onderzoek worden meegenomen.

Over het vergelijken van de verschillende onderzoeken zegt Meijer: ‘Dat kun je vergelijken, maar het zijn verschillende leeftijdsgroepen en mogelijk zijn de 2 steekproeven ook op andere manieren verschillend.’ Daarbij noemt zij onder meer de verdeling van leeftijden en de mate waarin de deelnemers representatief zijn. Verschillen tussen de percentages betekenen daarom niet automatisch dat één van de onderzoeken verkeerd is.

In de landelijke Leefstijlmonitor wordt rechtstreeks naar het gebruik van vapes gevraagd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen dagelijks gebruik, niet-dagelijks gebruik, vroeger gebruik en nooit gebruik. Ook het Trimbos-instituut maakt in de Kerncijfers Roken 2025 onderscheid tussen verschillende vormen van gebruik.

Eindoordeel

De claim dat 40 procent van de Nederlandse 18- tot 29-jarigen rookt of vapet is onvoldoende onderbouwd. Het percentage hoort bij de vraag of deelnemers weleens sigaretten of vapes kopen, niet of zij deze zelf gebruiken. Ook landelijke onderzoeken komen op lagere percentages uit, al zijn die niet rechtstreeks vergelijkbaar. Daarom kan niet worden vastgesteld dat 40 procent daadwerkelijk rookt of vapet.

Over de auteur

Lojain Alobaid

Mijn naam is Lojain Alobaid, ik ben 21 jaar oud en studeer Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. Van jongs af aan heb ik de ambitie om een carrière in de journalistiek op te bouwen. Met mijn passie voor lezen en schrijven gebruik ik mijn creativiteit om verhalen tot leven te brengen. Voor mij is journalistiek meer dan alleen het brengen van nieuws: het is een manier om mensen een stem te geven, vooral degenen die minder gehoord worden. Mijn ambitie is om met mijn werk niet alleen te informeren, maar ook bij te dragen aan meer begrip, verbondenheid en rechtvaardigheid in de samenleving.