De herfst begint steeds later
De kalender zegt herfst, maar het weer lijkt daar niet altijd in mee te gaan. September 2026 was met gemiddeld 16,7 graden in De Bilt de op vijf na warmste september sinds het begin van de metingen in 1901. Toch zegt één warme maand niet alles. Ook in 1949 en 1947 kwamen zeer warme septembermaanden voor, blijkt uit de meetreeks van het KNMI.
Wat wél duidelijk verandert, is het Nederlandse klimaat over een langere periode. Klimaatwetenschapper Michiel van den Broeke van de Universiteit Utrecht vertelt voor deze dat de huidige zomers sterk verschillen van die van honderd jaar geleden. Destijds kwam het volgens hem zelfs voor dat een hele zomer geen enkele dag boven de dertig graden uitkwam. Om de verandering goed te zien, moet je volgens hem daarom niet alleen op je gevoel afgaan, maar vooral naar langjarige metingen kijken.
Die metingen laten ook zien dat de grens tussen de seizoenen verschuift. Volgens onderzoek van het KNMI is het begin van de herfst in dertig jaar tijd gemiddeld acht dagen naar achteren geschoven. De zomer werd in dezelfde vergelijking langer en de winter korter. Het KNMI vergeleek hiervoor de gemiddelde temperaturen uit 1961-1990 met die uit 1991-2020.
Ook de natuur reageert daarop. Bij bomen verandert bijvoorbeeld het proces van bladverkleuring en bladval. Satellietwaarnemingen over de periode 2000-2018 laten volgens het KNMI zien dat bladveroudering bij bomen op het noordelijk halfrond langzamer verloopt. De bladeren vallen daardoor later in het seizoen. Nederlandse waarnemingen van Wageningen University & Research laten volgens het KNMI-klimaatbericht hetzelfde beeld zien.
Niet alleen de temperatuur verandert. September 2026 was ook vrij droog en zonnig. Er viel landelijk ongeveer 60 millimeter neerslag, tegenover 73 millimeter normaal. Tegelijkertijd telde de maand gemiddeld 170 zonuren, tegen 159 normaal. In De Bilt is het aantal zonuren in september de afgelopen dertig jaar met 28 procent toegenomen, vooral door minder bewolking. Dat blijkt uit het maandoverzicht van het KNMI.
Die droge start van de herfst kan in de toekomst duidelijker worden. Klimaatmodellen wijzen erop dat september richting 2100 droger kan worden, terwijl november juist natter wordt. Over de herfst als geheel verandert de hoeveelheid neerslag daardoor waarschijnlijk minder sterk. Het verschil tussen het begin en einde van het seizoen wordt wel groter, schrijft het KNMI over toekomstige herfstneerslag.
De meteorologische herfst begint officieel ieder jaar op 1 september. De astronomische herfst begint pas rond 22 of 23 september. Maar wanneer het buiten daadwerkelijk als herfst voelt, laat zich steeds moeilijker aan één datum koppelen. De langjarige metingen van het KNMI laten in ieder geval zien dat het typische herfstweer later komt dan enkele decennia geleden.