UPD8

Selecteer Pagina

Als beleggers de beurs niet meer vertrouwen, betaalt iedereen de prijs

Als beleggers de beurs niet meer vertrouwen, betaalt iedereen de prijs

Let op: deze foto dient als illustratie en is niet het daadwerkelijke rapport

Door een nieuw rapport over de beleggingen van Donald Trump laait de discussie over mogelijke belangenverstrengeling opnieuw op in de Verenigde Staten. Volgens financieel onderzoeker Rik Frehen, verbonden aan Tilburg University, kan handel met voorkennis grote gevolgen hebben voor het vertrouwen in de beurs en de politiek. Ook de kosten voor bedrijven kunnen onder druk komen te staan.

De Amerikaanse president Donald Trump heeft zijn beleggingen in farmaceutische bedrijven de afgelopen jaren fors zien toenemen. Dat blijkt uit een rapport dat Democratische leden van de gezamenlijke economische commissie van het Amerikaanse Congres op 16 oktober naar buiten brachten. Volgens het rapport steeg de gerapporteerde waarde van Trumps aandelen in farmaceutische bedrijven van maximaal 1,7 miljoen dollar in 2024 naar maximaal 56,2 miljoen dollar eind 2025. Een deel van die bedrijven zou profiteren van uitzonderingen op een wet die de prijzen van bepaalde medicijnen regelt.

De cijfers roepen vragen op over mogelijke belangenverstrengeling. Want wat gebeurt er als de financiële belangen van een president raken aan beleid waarover hij zelf invloed heeft? Het rapport is afkomstig van Democratische commissieleden en bewijst op zichzelf niet dat Trump illegaal heeft gehandeld of handel met voorkennis heeft gepleegd. Het Witte Huis stelt dat onafhankelijke financiële beheerders de beleggingen beheren.

Associated Press berichtte op 16 oktober over het rapport.

De discussie speelt terwijl een poging om de aandelenhandel van Amerikaanse Congresleden aan banden te leggen vorige maand strandde. Op 30 september kreeg een wetsvoorstel in de Senaat 53 stemmen vóór en 47 tegen. Er waren zestig stemmen nodig om het voorstel verder te behandelen. Het plan zou Congresleden, hun echtgenoten en hun afhankelijke kinderen beperken in het kopen van nieuwe beursgenoteerde aandelen. Het was geen volledig verbod, want Congresleden mochten aandelen die zij al bezaten behouden. Ook bevatte het voorstel een omstreden bepaling over identificatie bij verkiezingen. Democraten vonden de beperkingen op de aandelenhandel onvoldoende en keerden zich ook tegen die verkiezingsbepaling.

Het mislukken van de wet maakt duidelijk dat de vraag hoe politici met hun beleggingen moeten omgaan politiek gevoelig blijft. Maar de kwestie gaat volgens Frehen verder dan de vraag of een politicus persoonlijk geld kan verdienen met aandelen.

Niet alleen een kwestie van eerlijkheid

Volgens Rik Frehen, hoogleraar Finance aan Tilburg University, is het belangrijk om te begrijpen waarom handel met voorkennis op de financiële markten zo omstreden is. Historisch gezien werd die handel namelijk niet altijd als een probleem gezien.

‘Vroeger mocht het gewoon’, vertelt Frehen in een interview. In sommige landen bleef het volgens hem lang gebruikelijk. Hij haalt als voorbeeld het Verenigd Koninkrijk aan, waar advocaten volgens een anekdote die hij kent nog tot in de jaren tachtig op die manier werden betaald. ‘Dus ja, als jij gewoon een junior advocaat was in de jaren tachtig in de UK, dan kreeg je geen vergoeding. Maar jouw vergoeding was dat je mocht handelen met voorkennis.’

Inmiddels kijken we daar volgens Frehen anders naar. Toch zijn er economen die ook voordelen zien in handel met voorkennis. Als iemand informatie heeft die nog niet bekend is bij de rest van de markt, kan het kopen of verkopen van aandelen ervoor zorgen dat die informatie sneller in de prijs wordt verwerkt.

‘Stel, jij weet namelijk iets over een bepaald aandeel en de markt weet dat nog niet. En je gaat erop handelen, dan wordt die informatie in de prijs verwerkt. Dus je krijgt het eigenlijk door handelen met voorkennis betere prijzen, meer geïnformeerde prijzen’, legt Frehen uit.

Dat betekent volgens hem niet dat de handel daarom zonder meer toegestaan zou moeten zijn. De vraag is namelijk ook wie van die informatie kan profiteren en wie niet. ‘Aan de andere kant van het spectrum zeggen we juist dat is oneerlijk. En we moeten het niet willen.’

Dat is volgens Frehen een belangrijk onderdeel van het debat over politici die individuele aandelen mogen kopen en verkopen. Wanneer politici toegang hebben tot informatie die voor andere beleggers nog niet beschikbaar is, kunnen zij mogelijk een voordeel hebben. Dat voordeel hoeft niet automatisch te betekenen dat iemand de wet overtreedt, maar het roept wel vragen op over eerlijkheid.

‘Het is oneerlijk dat die mensen toegang hebben tot bepaalde informatie die waardevol is’, zegt Frehen. ‘En zich daarmee verrijken ten koste van de andere personen in de markt.’

Daarbij is een belangrijk onderscheid nodig. Niet iedere aandelenhandel door een politicus is handel met voorkennis. Daarvoor moet sprake zijn van het handelen op basis van relevante, niet-openbare informatie onder omstandigheden die onder de wetgeving vallen. Bij een mogelijk belangenconflict speelt iets anders, omdat daarvan kan sprake zijn wanneer iemands financiële belangen geraakt worden door beslissingen die diegene in een publieke functie neemt. Dat kan vragen oproepen over onafhankelijkheid, ook als niet is bewezen dat iemand illegaal heeft gehandeld.

Minder vertrouwen, duurder handelen

Frehen noemt twee mogelijke gevolgen wanneer beleggers denken dat de markt oneerlijk werkt. Het eerste is verlies van vertrouwen. Als mensen verwachten dat anderen structureel meer weten en daar voordeel uit halen, kunnen ze besluiten niet meer te beleggen op die beurs.

‘Als mensen namelijk het idee krijgen dat die markt rigged is, of dat je gepakt wordt, dan zeg je: oké, maar dan heb ik geen zin om die markt op te gaan. Want er zijn alleen maar mensen die meer weten dan ik. En dan blijf je van de markt af’, legt Frehen uit.

Dat kan gevolgen hebben voor bedrijven die geld willen ophalen door aandelen uit te geven. Zij zijn afhankelijk van beleggers die bereid zijn kapitaal in hun onderneming te steken. Als minder mensen willen investeren, kan het moeilijker of duurder worden om dat geld aan te trekken. Volgens Frehen is dat een belangrijker risico dan de schade van één afzonderlijke transactie tussen een ‘gewone’ belegger en een belegger met voorkennis.

Het tweede gevolg draait om liquiditeit: hoe gemakkelijk aandelen gekocht en verkocht kunnen worden zonder dat de transactieprijs sterk verandert. Op de beurs zijn onder meer professionele handelaren en brokers –Een broker is een tussenpersoon die namens beleggers aandelen koopt en verkoopt. Daarvoor rekent een broker meestal kosten. Brokers helpen zo beleggers om toegang te krijgen tot de beurs- actief die kopers en verkopers bij elkaar brengen. Zij lopen risico wanneer ze handelen met iemand die mogelijk over informatie beschikt die zij zelf niet hebben.

‘Die mensen zijn natuurlijk als de dood dat ze iemand tegenkomen die meer weet dan zij’, zegt Frehen over professionele handelaren. Als zij vermoeden dat de andere partij een informatievoorsprong heeft, kunnen ze volgens Frehen hun transacties duurder maken om zichzelf tegen dat risico te beschermen.

‘Dus als er veel handel met voorkennis is, dan wordt het heel duur om te handelen voor iedereen’, zegt Frehen. ‘Dus niet alleen voor die Congresleden, maar dat geldt voor iedereen in de markt.’

Dat effect raakt niet alleen politici of de belegger die rechtstreeks tegenover iemand met een informatievoorsprong staat. Het kan de werking van de markt als geheel beïnvloeden. Beleggers kunnen besluiten een andere markt te kiezen, waar zij minder risico lopen op hoge transactiekosten. ‘Markten waar minder handel met voorkennis is, worden dan relatief aantrekkelijker’, aldus de hoogleraar.

De gevolgen zijn volgens hem dus breder dan één belegger die mogelijk geld misloopt. ‘Die liquiditeitseffecten en die vertrouwenseffecten, die zijn er voor iedereen.’

Een vermoeden is nog geen bewijs

De discussie over Trump laat zien hoe ingewikkeld het is om financiële belangen en politieke besluitvorming uit elkaar te houden. Een president kan beleid voeren dat invloed heeft op bepaalde sectoren, terwijl hij of zijn familie beleggingen in die sectoren bezit. Dat kan de indruk wekken dat er een persoonlijk belang meespeelt. Maar om vast te stellen of sprake is van illegale handel met voorkennis, moet worden aangetoond welke informatie iemand had, wanneer die informatie bekend was en of die informatie een rol speelde bij een transactie.

Frehen benadrukt dat het in de praktijk moeilijk is om precies vast te stellen wie over welke informatie beschikte. Zelfs wanneer iemand aandelen koopt vlak voordat de prijs stijgt, is daarmee nog niet bewezen dat die persoon over voorkennis beschikte.

‘Stel, jij bent een Congreslid en ik zie dat jij iedere keer handelt, koopt, vlak voordat de prijs omhooggaat. Ja, dan heb je een schijn tegen’, zegt Frehen. ‘Dan kan ik echt afmaken dat jij informatie had die andere beleggers niet hadden. Dan zou ik eigenlijk in jouw hoofd moeten kijken en dat gaat niet.’

Volgens Frehen is het daardoor moeilijk om handel met voorkennis op te sporen en iemand daarvoor te veroordelen. Een opvallend beleggingsresultaat of een mogelijk belangenconflict is op zichzelf dus geen bewijs van een strafbaar feit.

Ook maakt Frehen onderscheid tussen de directe schade van één transactie en de bredere gevolgen voor de markt. Als iemand met een informatievoorsprong een aandeel koopt, is de directe tegenpartij mogelijk degene die het aandeel verkoopt. Maar de gevolgen voor vertrouwen en liquiditeit kunnen veel breder doorwerken.

Het is evenmin vanzelfsprekend dat eventuele problemen direct aantoonbare schade opleveren voor bijvoorbeeld pensioenen. Toen in het interview de vraag aan bod kwam of een minder aantrekkelijke Amerikaanse aandelenmarkt uiteindelijk pensioenbeleggingen minder waard kan maken, plaatste Frehen daar een kanttekening bij. ‘Die laatste stap, daar ben ik niet helemaal zeker van’, zegt hij. Wel kan een markt die minder aantrekkelijk wordt gevolgen hebben voor aandelenprijzen en voor de kosten waarmee bedrijven kapitaal ophalen.

Wat kan regelgeving oplossen?

De mislukte stemming in de Senaat maakt duidelijk dat er geen nieuw federaal verbod uit dat wetsvoorstel is voortgekomen. Het bestaande Amerikaanse stelsel verplicht Congresleden onder meer bepaalde transacties te melden, maar een meldingsplicht is niet hetzelfde als een verbod op het bezitten of verhandelen van individuele aandelen. Voorstanders van strengere regels willen voorkomen dat publieke functionarissen financiële belangen hebben die kunnen botsen met hun werk.

Frehen vindt dat er reden is om kritisch naar die belangen te kijken. ‘In een eerlijke wereld is een politicus natuurlijk eigenlijk een vertegenwoordiger van het volk. In eerste plaats. En niet een vertegenwoordiger van zichzelf’, zegt hij.

Tegelijkertijd is het niet eenvoudig om regels te maken die alle mogelijke vormen van handel met voorkennis voorkomen. Volgens Frehen is de wetgeving in de loop van de tijd strenger geworden, maar blijft het moeilijk om overtredingen vast te stellen. Onderzoekers moeten immers kunnen aantonen dat iemand daadwerkelijk over relevante informatie beschikte en daarop handelde.

Het recente rapport over Trumps beleggingen bewijst niet dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan handel met voorkennis. Het laat wel zien waarom financiële belangen van politici onderwerp van debat blijven. De vraag is niet alleen of een politicus zich aan de wet houdt, maar ook of het systeem voor buitenstaanders eerlijk en betrouwbaar blijft.

Want als beleggers het idee krijgen dat de beurs vooral werkt voor mensen met toegang tot informatie die anderen niet hebben, kunnen de gevolgen verder reiken dan de portefeuille van één politicus. Dan staat niet alleen de eerlijkheid van een afzonderlijke transactie ter discussie, maar ook het vertrouwen waarop de financiële markt draait.

Maar wat mogen Amerikaanse politici eigenlijk met hun eigen aandelen? En wanneer wordt beleggen een kwestie van belangenverstrengeling of handel met voorkennis?

In de explainer hieronder geven wij met Richard Painter, voormalig ethisch adviseur van het Witte Huis en hoogleraar rechten, uitleg over de regels, de risico’s en waarom hij pleit voor strengere beperkingen op de aandelenhandel door politici.

 

Over de auteur

David Zwart

Mijn naam David Zwart en ik ben negentien jaar oud, kom uit Koog aan de Zaan en ben student journalistiek op de Hogeschool Utrecht. Hiervoor heb ik de opleiding mbo 4, media en redactie op het ROC van Amsterdam gevolgd. Daarnaast heb ik stagegelopen bij het AD Utrechts Nieuwsblad en 1Amstelveen. Ook heb ik leerwerk-trajecten doorlopen bij o.a. AT5 Vanaf januari tot juni werk ik aan de wekelijkse nieuwsproductie in Amersfoort Graag ontvang ik tips en informatie! Ik ben te bereiken via mijn mailadres. E-mail: davidzwart998@gmail.com