UPD8

Selecteer Pagina

Helpt Turks of Arabisch thuis spreken kinderen juist bij het leren van Nederlands

Helpt Turks of Arabisch thuis spreken kinderen juist bij het leren van Nederlands

bron: Pexels

Royaltykenner Jeroen Snel zorgde begin oktober voor discussie met een uitspraak over meertaligheid. In RTL Boulevard reageerde hij op een Kruidvat-folder waarin prinses Laurentien ouders aanmoedigt om met hun kinderen te praten in de taal van hun hart. Dat kan volgens de folder Nederlands, Fries, Turks, Arabisch of een streektaal zijn.

Snel vond het onverstandig om Turks en Arabisch daarbij te noemen. In een uitzending van RLT boulevard zei hij: ‘Vier op de tien kinderen hebben echt een achterstand, was onlangs nog in het nieuws. Als je dan Turks of Arabisch thuis spreekt, dan gaat dat niet helpen bij je Nederlands.’ Maar klopt het dat een andere thuistaal de ontwikkeling van het Nederlands tegenwerkt?

Een sterke thuistaal kan juist helpen

Onderzoek van de Radboud Universiteit wijst op een ander verband. Taalonderzoeker Lisa Verbeek onderzocht ongeveer tweehonderd peuters, onder wie kinderen die thuis Pools of Turks spreken. In het onderzoeksbericht van 5 december 2024 schrijft de universiteit dat kinderen die hun thuistaal beter beheersen, vaak ook beter zijn in het Nederlands. Een sterke basis in de eerste taal kan dus juist bijdragen aan het leren van een tweede taal.

Verbeek benadrukt ook dat professionals voorzichtig moeten zijn met het beoordelen van meertalige kinderen op basis van alleen hun Nederlandse taalvaardigheid. Een kind dat nog niet veel Nederlandse woorden kent, heeft niet automatisch een taalontwikkelingsstoornis. Het kan ook zijn dat het kind het Nederlands nog aan het leren is. Om taalproblemen goed te herkennen, is het belangrijk om ook naar de thuistaal te kijken.

Dat betekent niet dat ieder meertalig kind vanzelf goed Nederlands leert. Kinderen hebben voldoende en kwalitatief goed taalaanbod nodig. De hoeveelheid taal die zij in verschillende situaties horen en gebruiken, speelt daarbij een rol.

Wat zegt onderzoek naar Turks-Nederlandse kinderen?

Ook een onderzoek van Anna Scheele, Paul Leseman en Aziza Mayo, gepubliceerd in 2010 in het wetenschappelijke tijdschrift Applied Psycholinguistics, is relevant. De onderzoekers bestudeerden de relatie tussen de taalomgeving thuis en de woordenschat van driejarige kinderen. De onderzoeksgroep bestond uit Nederlandstalige kinderen en kinderen met een Marokkaans-Nederlandse of Turks-Nederlandse achtergrond.

De onderzoekers vonden aanwijzingen dat taalactiviteiten en taalaanbod invloed hebben op de ontwikkeling van zowel de eerste als de tweede taal. Ook zagen zij aanwijzingen voor positieve overdracht tussen talen: vaardigheden die kinderen in de ene taal ontwikkelen, kunnen bijdragen aan het leren van een andere taal. Tegelijkertijd kan tijd die aan de ene taal wordt besteed, betekenen dat er minder tijd overblijft voor de andere taal.

Dat laatste is een belangrijke nuance. Het onderzoek zegt niet dat de thuistaal altijd een voordeel oplevert, maar evenmin dat Turks of Arabisch thuis spreken automatisch nadelig is voor het Nederlands. Het gaat mede om de mogelijkheden die kinderen krijgen om beide talen te ontwikkelen.

‘De thuistaal kan juist helpen’

Lyske Attaie-van den Berg, onderzoeker bij de onderzoeksgroep Meertaligheid en Onderwijs van Hogeschool Utrecht, bevestigt dat onderzoek ook het tegenovergestelde laat zien van wat Snel beweert.

‘Als je thuis de kans krijgt om die thuistaal beter te ontwikkelen, dan versterkt dat ook het kunnen leren van een nieuwe taal,’ zegt Attaie-van den Berg. ‘Daarnaast, zijn alle talen in het brein actief, dus als je daar bij kinderen erkenning voor hebt en daar in je onderwijs op inspeelt, dan biedt meertaligheid juist kansen.’ Ook benoemt ze dat er in literatuur dan ook vaak gepleit wordt voor een meertalige aanpak in de klas in plaats van een eentalige aanpak.

Haar reactie sluit aan bij de bevindingen van Verbeek en Scheele. Wel is het belangrijk om haar antwoorden te zien als een deskundige toelichting en niet als zelfstandig bewijs. De wetenschappelijke onderzoeken bieden de onderbouwing voor de relatie tussen thuistaal en taalontwikkeling.

Ook de school speelt een rol

De Onderwijsraad adviseerde in september 2025 om de talige diversiteit in het Nederlandse onderwijs beter te benutten. In het advies Talige diversiteit benutten stelt de raad dat thuistalen leerlingen kunnen helpen bij het leren van en in het Nederlands. Scholen hoeven daarvoor niet alle thuistalen zelf te beheersen. Wel moeten leraren voldoende kennis, ondersteuning en geschikte materialen krijgen om de talen van leerlingen op een zinvolle manier te benutten.

Ook lector Jantien Smit van Hogeschool Utrecht beschrijft in haar publicatie In alle talen hoe een meertalige aanpak het onderwijs toegankelijker, rijker en eerlijker kan maken. Volgens de samenvatting van de publicatie kunnen leerlingen daarbij gebruikmaken van kennis en vaardigheden die zij in andere talen dan het Nederlands hebben ontwikkeld.

Deze bronnen benadrukken dat taalontwikkeling niet alleen thuis plaatsvindt. Ook de manier waarop scholen omgaan met meertaligheid kan verschil maken. Het is daarom te eenvoudig om eventuele problemen met het Nederlands uitsluitend toe te schrijven aan de taal die ouders thuis spreken.

En hoe zit het met de taalachterstand?

Snel verwees naar vier op de tien kinderen met een taalachterstand, maar in de aangehaalde uitspraak wordt niet duidelijk op welk onderzoek of welke definitie dat cijfer is gebaseerd. Daardoor is dit specifieke getal op basis van de uitspraak alleen niet goed te controleren.

Er zijn wel cijfers over de Nederlandse leesvaardigheid. Volgens PISA Nederland behaalde in 2025 ongeveer een derde van de vijftienjarigen niet het basisniveau voor leesvaardigheid. De resultaten laten zien dat er een serieus probleem is met leesvaardigheid, maar zeggen niet dat dit wordt veroorzaakt doordat kinderen thuis Turks of Arabisch spreken. PISA meet bovendien leesvaardigheid bij vijftienjarigen en niet de volledige taalontwikkeling van jonge kinderen.

Het is dus belangrijk om twee zaken uit elkaar te houden: dat kinderen moeite kunnen hebben met het Nederlands en de vraag waardoor die problemen ontstaan. De cijfers over leesvaardigheid beantwoorden die tweede vraag niet.

Conclusie: de uitspraak is te stellig

De uitspraak van Jeroen Snel dat Turks of Arabisch spreken thuis niet helpt bij het leren van Nederlands, is te stellig en wordt niet ondersteund door het beschikbare onderzoek. Verschillende bronnen wijzen er juist op dat een goede beheersing van de thuistaal kan bijdragen aan het leren van een tweede taal.

Dat betekent niet dat meertaligheid vanzelf alle taalproblemen voorkomt. Voldoende taalaanbod, de kwaliteit van taalactiviteiten en de ondersteuning thuis en op school blijven belangrijk. Ook moet er genoeg gelegenheid zijn om Nederlands te leren en te oefenen.

De belangrijkste conclusie is daarom niet dat de thuistaal altijd een voordeel oplevert, maar dat het spreken van Turks of Arabisch thuis op zichzelf geen bewijs is voor een achterstand in het Nederlands. Om taalontwikkeling goed te beoordelen, moeten we kijken naar de vaardigheden van het kind in de verschillende talen én naar de omgeving waarin het opgroeit.

Over de auteur

jutta Gieskens

Hoi! ik ben jutta. Ik ben 19 jaar en woon in Amsterdam. Ik heb in 2023 mijn vwo diploma gehaald, toen heb ik een tussenjaar gehad en ik zit nu in mijn eerste jaar van de School van Journalistiek in Utrecht. Ik houd van schrijven en ik houd van films en documentaires. Met Hilversum heb ik weinig connectie., behalve dat mijn opa daar van 1982 tot 1984 wethouder is geweest. Wel heb ik super veel zin om over Hilversum te gaan schrijven en andere producties te gaan maken.