Meindert Boersma, PhD-onderzoeker bij het Department of Political and Social Sciences van het European University Institute, legt uit dat het geld niet altijd rechtstreeks aan overheden wordt betaald. “De EU betaalt overigens niet alleen direct de Turkse of Tunesische staat. Vaak financiert de EU projecten die worden uitgevoerd door bedrijven of ngo’s.”
Miljarden euro’s voor Turkije
Turkije is een van de grootste opvanglanden ter wereld. Volgens de Europese Commissie verblijven er miljoenen vluchtelingen. Sinds 2011 heeft de Europese Unie bijna 12,4 miljard euro beschikbaar gesteld voor vluchtelingen en de gemeenschappen die hen opvangen.
Een belangrijk deel daarvan komt uit de EU-Turkijefaciliteit. Die werd in 2016 opgericht en had een budget van zes miljard euro. Met dat geld zijn 115 projecten betaald. Het ging onder andere om onderwijs, gezondheidszorg, humanitaire hulp en ondersteuning bij het vinden van werk. Van het budget was ongeveer 2,44 miljard euro bestemd voor humanitaire hulp en 3,54 miljard euro voor ontwikkelingshulp.
In 2024 maakte de EU daarnaast nog één miljard euro vrij voor vluchtelingen in Turkije en de gemeenschappen die hen opvangen. Daarvan was 398 miljoen euro bedoeld voor migratiebeheer en grenscontrole. Dat laat zien dat een deel van het geld wel degelijk wordt gebruikt om migratie te controleren.
De overeenkomst tussen de EU en Turkije uit 2016 moest ervoor zorgen dat minder mensen via Turkije naar Griekenland zouden reizen. In 2015 staken ongeveer 856.700 mensen de Egeïsche Zee over. In de eerste twee maanden van 2016 waren dat er ongeveer 125.000. In juni 2016 was het aantal aankomsten in Griekenland met 98 procent gedaald. Deze cijfers staan in het onderzoek van het Britse parlement naar de EU-Turkijedeal.
Ook Noord-Afrika ontvangt geld
Niet alleen Turkije ontvangt Europees geld. Ook landen in Noord-Afrika krijgen financiële steun om migratie tegen te gaan. Volgens de Europese Commissie reserveerde de EU tussen 2021 en 2024 ongeveer 217 miljoen euro voor Libië, 218 miljoen euro voor Tunesië, 222 miljoen euro voor Marokko en 212 miljoen euro voor Egypte. Samen is dat ongeveer 869 miljoen euro.
Een voorbeeld is Tunesië. In juli 2023 sloten de EU en Tunesië een overeenkomst. Daarin werd 105 miljoen euro aan steun afgesproken. Dit geld is onder andere bedoeld voor de kustwacht, grensbewaking, het tegengaan van mensensmokkel en de bescherming van migranten. Dit staat in het onderzoek van het Europees Parlement naar de overeenkomst met Tunesië.
De samenwerking roept ook vragen op over mensenrechten. De Europese Ombudsman vroeg de Europese Commissie hoe zij controleert of Tunesië zich aan de mensenrechten houdt bij het uitvoeren van de afspraken. Dat is terug te lezen in het onderzoek van de Europese Ombudsman.
Boersma wijst erop dat een deel van de Europese financiering niet direct op grensbewaking is gericht, maar op het aanpakken van de oorzaken van migratie. Dit wordt ook wel de ‘root causes approach’ genoemd. Zo financiert de EU projecten waarbij ondernemers leningen krijgen om een bedrijf te starten, of waarbij bedrijven subsidie krijgen om zich in arme gebieden te vestigen. Ook wordt geïnvesteerd in onderwijs en seksuele voorlichting. Volgens Boersma kunnen zulke projecten echter ook onbedoelde gevolgen hebben. Mensen migreren bijvoorbeeld soms juist eerder wanneer ze wat geld hebben gespaard. Daardoor kunnen projecten die bedoeld zijn om migratie te verminderen op korte termijn juist voor méér migratie zorgen.
Hoeveel mensen worden tegengehouden?
Dat Europese landen samenwerken met landen buiten Europa heeft gevolgen voor mensen die proberen naar Europa te komen. Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) werden in 2024 minstens 155.328 mensen onderschept of teruggebracht door autoriteiten in acht landen. Daaronder vallen onder andere Turkije, Tunesië en Libië.
Ook in Libië worden veel mensen tegengehouden. Volgens het jaarverslag van UNHCR over Libië uit 2024 werden dat jaar 20.001 mensen onderschept of gered toen zij de Middellandse Zee probeerden over te steken. Van deze groep hadden 7.414 mensen internationale bescherming nodig. Daarnaast werden 12.438 mensen onderschept aan de grens tussen Libië en Tunesië.
Deze cijfers laten zien dat landen buiten Europa een belangrijke rol spelen bij het tegenhouden van migranten. Wel is het belangrijk om te weten dat niet alle onderscheppingen rechtstreeks door Europees geld worden veroorzaakt.
Boersma vindt dat Boomsma’s uitspraak feitelijk klopt: “De EU en de lidstaten geven samen miljarden uit om migranten tegen te houden.” Hij waarschuwt wel dat de uitspraak ook in een politieke context wordt gedaan. Volgens hem kan de nadruk op migratie als oorzaak van maatschappelijke problemen afleiden van andere, complexere oorzaken. “Ook als een uitspraak waar is, kan het nog bijdragen aan narratieven die een vertekend beeld van de werkelijkheid geven.”
Conclusie: grotendeels waar
De uitspraak van Boomsma is grotendeels waar. De Europese Unie geeft miljarden euro’s aan Turkije en honderden miljoenen aan Noord-Afrikaanse landen. Een deel van dat geld wordt daadwerkelijk gebruikt voor grensbewaking en het tegenhouden van migranten.
Toch vertelt de uitspraak niet het hele verhaal. Een groot deel van het Europese geld gaat ook naar onderwijs, gezondheidszorg, opvang en andere hulp voor vluchtelingen. Bovendien worden niet alleen vluchtelingen tegengehouden, maar ook andere migranten.
De volledige uitspraak van Diederik Boomsma is terug te zien in de uitzending van Goedemorgen Nederland op NPO Start.
