Rijkswaterstaat waarschuwt dat er de komende dagen mogelijk eenrichtingsverkeer voor schepen wordt ingesteld op de IJssel tussen Arnhem en Zutphen. De waterstand is daar zo laag dat schepen bij een verdere daling niet veilig in beide richtingen kunnen varen. Ook nu heeft de lage waterstand al gevolgen voor de binnenvaart.
Eenrichtingsverkeer
Als de waterstand verder daalt, mogen schepen op dit deel van de IJssel alleen van Arnhem naar Zutphen varen. Volgens Jeroen Klompenhouwer, persvoorlichter van Rijkswaterstaat, is de situatie bijzonder. ‘Als wij eenrichtingsverkeer instellen, gebeurt dat bij een waterstand die we niet eerder op dit deel van de IJssel hebben meegemaakt’. Volgens hem is de maatregel nodig voor ‘een vlotte en veilige verkeersafwikkeling’.
Als een schip stroomafwaarts vaart en de bodem raakt, kan het volgens Klompenhouwer dwars op de rivier komen te liggen. Door de stroming kan het schip dan niet zomaar loskomen. Ook een sleepboot of kraanschip kan niet altijd bij het schip komen, omdat daarvoor een hogere waterstand nodig is.
Minder vracht en meer vervoer over de weg en het spoor
De lage waterstand zorgt nu al voor problemen voor de binnenvaart. Schepen kunnen minder lading meenemen, omdat ze anders te diep in het water komen te liggen. ‘Alles wat een schip aan lading meeneemt, zorgt ervoor dat het schip dieper in het water komt te liggen.’ Bij weinig water tussen het schip en de bodem is de kans groter dat het schip de bodem raakt en schade oploopt.
De gevolgen van de lage waterstand zijn niet alleen op de rivier te merken. Doordat schepen minder vracht kunnen meenemen, moet een deel van de vracht op een andere manier worden vervoerd. ‘Daardoor vindt er meer transport plaats over de weg of via het spoor’, zegt Klompenhouwer. Als de lage waterstand langer aanhoudt, kan het volgens Rijkswaterstaat daarom drukker worden op de weg en het spoor.
Waarom staat het water zo laag?
De waterstand in De IJssel hangt af van de hoeveelheid water die vanuit de Rijn wordt aangevoerd. Dit is onder andere afhankelijk van regen en smeltwater in het stroomgebied van de Rijn. Een groot deel daarvan ligt in het buitenland.
Een paar dagen regen in Nederland is daarom niet meteen genoeg om de waterstand flink te laten stijgen. Er moet uiteindelijk meer water vanuit het stroomgebied van de Rijn worden aangevoerd. Rijkswaterstaat kijkt daarnaast naar manieren om bij laagwater meer water in de rivieren te houden. Daarbij wordt onder andere gekeken naar stuwen en sluizen.
In de audio-reportage vertellen woonschipbezitter Fred Mateman en binnenvaartschipper Stephan Meijer wat zij merken van de lage waterstand.