De elf huidige omroepverenigingen moeten plaatsmaken voor vier omroephuizen. Dat staat in het nieuwe wetsvoorstel voor de hervorming van de landelijke publieke omroep, dat sinds vrijdag in internetconsultatie is. Het kabinet wil hiermee minder bestuurlijke drukte en meer samenwerking bereiken. Onder medewerkers van de omroepen leven ondertussen zorgen over hun baan en de identiteit van de omroep waarvoor zij werken.
In het nieuwe stelsel gaan de huidige omroepverenigingen op in vier grotere omroephuizen. Ieder omroephuis krijgt één bestuur en één raad van toezicht en wordt werkgever van het eigen personeel. Ook verdwijnt het huidige ledensysteem. De NOS en NTR worden daarnaast samengebracht in één organisatie onder de naam NOS. Als het voorstel doorgaat, moet het nieuwe bestel op 1 januari 2029 ingaan.
Volgens Lisa Koetsenruijter, belangenbehartiger Omroep bij de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), hoeft een efficiëntere organisatie niet verkeerd te zijn. De vakbond ziet bijvoorbeeld mogelijkheden om de bestuurlijke laag binnen de publieke omroep eenvoudiger te maken. Tegelijkertijd waarschuwt zij voor de gevolgen voor de verschillende omroepen.
“Het is ook gevaarlijk om omroepen onder één leiding te gaan zetten met de kans dat hun eigen profiel gaat verwateren”, zegt Koetsenruijter. Volgens haar is het belangrijk dat de hervorming niet ten koste gaat van de diversiteit binnen de journalistiek.
Wat betekent de hervorming voor medewerkers?
Wat de nieuwe structuur precies gaat betekenen voor de medewerkers van de omroepen is nog niet duidelijk. Volgens Koetsenruijter zorgt die onduidelijkheid nu al voor onzekerheid op het Media Park. Medewerkers krijgen niet alleen te maken met een nieuw omroepbestel, maar bevinden zich ook in een periode waarin al arbeidsplaatsen verdwijnen.
“Er leeft nu veel onzekerheid op het Media Park, dat merken we echt”, vertelt Koetsenruijter.
Voor de NVJ is daarom vooral belangrijk waar bij de hervorming de nadruk komt te liggen. De vakbond hoopt dat het samenvoegen van omroepen vooral wordt gebruikt om de bestuursstructuur efficiënter te maken en niet opnieuw ten koste gaat van de mensen die programma’s maken.
“Ik hoop dat het deze keer niet ten koste gaat van de programmamakers, maar dat het echt gaat om: we gaan omroephuizen maken om efficiënter te besturen”, zegt Koetsenruijter.
Voor welke omroep werk je straks?
Ook over de dagelijkse praktijk bestaan nog vragen. Omroepverenigingen die nu ieder een eigen identiteit en achterban hebben, komen straks binnen hetzelfde omroephuis terecht. Welke omroepen precies samen in een huis komen, staat nog niet vast.
Koetsenruijter merkt dat programmamakers zich afvragen wat dat voor hun werk betekent. Tijdens een debat hoorde zij bijvoorbeeld zorgen van een medewerker van AVROTROS over een mogelijke samenwerking met WNL. De vraag was of een maker straks ook programma’s moet maken die niet aansluiten bij de identiteit of journalistieke visie waarvoor diegene bewust heeft gekozen.
“Hoe werkt dat? Dat is allemaal nog heel onduidelijk. Je merkt dat het een grote zorg is”, zegt Koetsenruijter.
Het kabinet stelt juist dat de vier omroephuizen gezamenlijk ruimte moeten blijven bieden aan verschillende geluiden en perspectieven uit de samenleving. De hervorming moet volgens het kabinet daarnaast zorgen voor minder versnippering, meer samenwerking en een duidelijkere bestuursstructuur.
Journalistieke onafhankelijkheid
Voor de NVJ is ook belangrijk hoe straks wordt gecontroleerd of omroepen aan journalistieke kwaliteitsnormen voldoen. Koetsenruijter benadrukt dat politieke invloed daarbij moet worden voorkomen. Tegelijkertijd moet er volgens haar wel een systeem bestaan waarmee de journalistieke kwaliteit kan worden bewaakt.
“Wij vinden dat de politiek niet zomaar mag zeggen: wij willen deze omroep niet meer”, zegt ze. Hoe dat toezicht precies moet worden ingericht, noemt ze een ingewikkeld onderdeel van de nieuwe wet.
Het wetsvoorstel is voorlopig nog niet definitief. Tot 23 oktober kan iedereen reageren via de internetconsultatie. Daarna kan het voorstel worden aangepast en volgt advies van de Raad van State, voordat de Tweede en Eerste Kamer zich erover buigen.
Voor medewerkers van de publieke omroep blijven daardoor voorlopig belangrijke vragen openstaan. Niet alleen over bij welk omroephuis zij straks terechtkomen, maar ook over wat de hervorming uiteindelijk betekent voor hun baan en de journalistieke identiteit van hun werk.