Voor de jongeren die in het AZC in Baarn wonen, begint een nieuw dagelijks leven in Nederland. Ze wachten op duidelijkheid over hun toekomst, maar ondertussen gaan ze naar school, leren ze fietsen, koken ze zelf en krijgen ze begeleiding. Volgens Rachel Brands, manager Jeugd (alleenstaande minderjarigen vreemdelingen) van de COA – locatie in Baarn, is vooral het opbouwen van een normaal ritme belangrijk.
De locatie vangt jongeren van 16 tot 18 jaar op. Zij gaan naar school en worden daarnaast begeleid bij alledaagse dingen. ‘We proberen ze een zo goed mogelijk dagritme te geven’, vertelt Brands. ‘Want vervelen, daar is niemand bij gebaat.’
Dat dagelijks leven bestaat uit gewone dingen die niet voor iedere jongere vanzelfsprekend zijn. In de keuken leren ze bijvoorbeeld zelf koken. Ook kunnen ze een fiets kopen en die samen met een fietsenmaker opknappen. ‘Het is niet zo dat er voor je gekookt wordt’, legt Brands uit. ‘Het is toch wel belangrijk om voor jezelf te kunnen zorgen.’
Die zelfstandigheid wordt steeds belangrijker. Jongeren die achttien worden, verhuizen naar een regulier asielzoekerscentrum. Daar moeten ze meer zelf regelen. Op de locatie in Baarn worden ze daarop op voorbereid. Zo kunnen ze bij een informatieloket terecht met praktische vragen, bijvoorbeeld over hun OV-pas of een afspraak bij de tandarts.
Er wordt ook veel aandacht besteed aan hoe jongeren zich voelen. Volgens Brands hebben veel van hen ingrijpende ervaringen achter de rug. ‘Ze hebben soms onderweg afscheid moeten nemen van familieleden of van vrienden’, vertelt ze. ‘Dus het belangrijkste is gewoon het gevoel dat ze zich veilig voelen bij ons.’
Begeleiders proberen daarom vooral beschikbaar te zijn voor de jongeren. ‘Dat je er bent. Dat je beschikbaar bent’, zegt Brands. ‘Dat op het moment dat iemand iets heeft, die weet dat die naar je toe kan komen.’
