Een eigen woning kopen lijkt voor veel mensen steeds moeilijker te worden. Vooral starters hebben moeite om een plek te vinden op de woningmarkt. De prijzen van woningen zijn de afgelopen jaren sterk gestegen, terwijl de inkomens minder snel meegroeiden. Daardoor staat de toegankelijkheid van de woningmarkt onder druk.
Stijging van de woningprijzen
De cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster laten zien hoe groot die stijging van de woningprijzen is. In het tweede kwartaal van 2026 kostte een bestaande koopwoning gemiddeld ongeveer 492.000 euro. Dat is 4,2 procent meer dan een jaar eerder. Ook nieuwbouwwoningen zijn duur: die kostten gemiddeld ongeveer 514.000 euro, volgens het CBS en het Kadaster.
Matthieu Zuidema, woningmarktexpert bij het Kadaster, ziet vooral de verhouding tussen de huizenprijzen en de inkomens als een probleem. ‘De toegankelijkheid staat onder druk. Wat wij in de afgelopen 10 jaar zien is dat met name de prijzen heel erg zijn gestegen. Deze stijgen sneller dan wat iemand met een normaal inkomen kan betalen.’
Minder ruimte voor starters
Volgens Matthieu zijn er twee gezichten in het verhaal van de woningmarkt. Wat opvalt is dat de huurwoningen op de koopwoningmarkt terecht zijn gekomen. Er zijn er dus een hoop mensen geslaagd in het kopen van een koopwoning. ‘Tegelijkertijd betekent het natuurlijk dat al die huurhuizen niet beschikbaar zijn voor mensen die willen huren’, aldus Matthieu.
Voor starters is de hoge prijs daarnaast nog extra lastig. Zij hebben meestal nog geen woning die ze kunnen verkopen en daardoor vaak ook minder eigen vermogen. Toch kopen starters nog steeds een groot deel van de woningen.
Volgens het Kadaster betaalden koopstarters in het tweede kwartaal van 2026 gemiddeld 407.000 euro voor hun woning. Dat is 2,8 procent meer dan een jaar eerder. Starters kopen daarmee gemiddeld goedkopere woningen dan doorstromers, die gemiddeld 573.000 euro betaalden.
Dat starters nog steeds woningen kopen, betekent alleen niet dat de woningmarkt voor iedereen even toegankelijk is. Starters moeten zich vaker aanpassen aan wat financieel mogelijk is. Ze kopen bijvoorbeeld samen met een partner, zoeken een kleinere woning of gebruiken spaargeld.
Te weinig betaalbare woningen
De hoge prijzen zijn niet het enige probleem. Ook het aanbod speelt een belangrijke rol. In het tweede kwartaal van 2026 werden ongeveer 77.000 bestaande woningen verkocht. Dat waren er 2,7 procent meer dan een jaar eerder. Tegelijkertijd werden er juist minder nieuwbouwwoningen verkocht. Vooral in grote steden zijn betaalbare woningen schaars. Volgens het Kadaster lag het aandeel alleen-starters bijvoorbeeld in Utrecht tussen 2020 en het eerste halfjaar van 2025 rond de 17 tot 19 procent.
Volgens Matthieu is de sociale huursector ook niet erg toegankelijk. ‘In de grote steden heb je een wachtlijst waar mensen jaren op moeten staan voordat ze een huurwoning aangeboden krijgen, dat is een probleem wat echt door de woningcorporaties en de politiek moet worden opgelost.’
Wie kan er nog kopen?
De cijfers laten uiteindelijk zien dat de woningmarkt niet voor iedereen hetzelfde is. Iemand die al een woning bezit, heeft een andere uitgangspositie dan iemand die voor het eerst probeert te kopen. Ook maakt het verschil of iemand alleen of samen koopt en hoeveel eigen geld beschikbaar is.
Het probleem gaat daarom niet alleen over de vraag of er genoeg woningen zijn. Het gaat ook over de vraag wie die woningen nog kan betalen.
De gemiddelde prijs van bijna een half miljoen euro zegt daarbij niet alles. Starters kopen gemiddeld goedkopere woningen, maar betalen daar volgens het Kadaster nog steeds gemiddeld 407.000 euro voor. Tegelijkertijd stijgen de prijzen verder.
De woningmarkt bestaat daardoor uit verschillende problemen die elkaar versterken: hoge prijzen, beperkte betaalbaarheid en een nieuwbouwmarkt waarin het aantal verkochte woningen afneemt. Voor starters betekent dit dat de ruimte om zelf te kiezen kleiner wordt.
Bekijk hier onder de reportage van Dilan Demir over het woonprotest op zaterdag 10 oktober: