Huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen verdwijnen steeds vaker uit de stad door verbouwingen en isolatie. Met een soortenmanagementplan (SMP) wil de gemeente Amersfoort verduurzaming van woningen versnellen, zonder schade toe te brengen aan deze beschermde dieren. Gideon Vreeman, stadsecoloog van de gemeente Amersfoort, licht toe hoe dit plan inwoners, woningcorporaties en ontwikkelaars helpt om bouwen en isoleren te combineren met natuurbescherming.
Wat houd het soortenmanagementplan in en waarom heeft de gemeente Amersfoort gekozen voor een soortenmanagementplan voor gebouw bewonende dieren?
Het Soortenmanagementplan (SMP) Gebouwbewonende soorten beschrijft hoe we verduurzaming van woningen en andere gebouwen kunnen combineren met het behoud of zelfs het versterken van het leefgebied van gebouw bewonende soorten, zoals huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Deze dieren gebruiken kieren, openingen of dakranden als nest- en verblijfplaatsen, die verloren kunnen gaan bij isoleren of verbouwingen. De gemeente heeft voor zo’n plan gekozen omdat normaal gesproken per project een ecologisch onderzoek nodig is, wat tijdrovend en kostbaar kan zijn. Met dit plan is voor de hele stad onderzocht waar deze beschermde soorten voorkomen en is er een ontheffing van de Omgevingswet verkregen. Dit betekent minder vertraging, lagere kosten en meer focus op het daadwerkelijk nemen van natuurbeschermende maatregelen, zoals het inbouwen van (extra) nest- en verblijfsplekken voor beschermde dieren.
Voor wie is dit plan vooral bedoeld: bewoners, woningcorporaties of projectontwikkelaars, of nog wat anders?
Het plan is bedoeld voor woningbouwcorporaties, projectontwikkelaars, bedrijven en particulieren die willen slopen, verbouwen en verduurzamen, en die het plan onder voorwaarden kunnen gebruiken bij plannen voor verbouwing, sloop of isolatie. Het doel is dat iedereen, van individuele huiseigenaren tot corporaties, duidelijkheid krijgt over wat nodig is om de beschermde soorten te beschermen.
Veel mensen zien huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen als “gewone” dieren. Waarom zijn ze toch zo kwetsbaar geworden?
Deze soorten worden vaak als gewoon of alledaags ervaren, omdat ze dicht in de nabijheid van mensen voorkomen. De omvang van de bebouwde omgeving in ons land neemt gestaag toe en ook binnen de bestaande stedelijke omgeving vinden veranderingen plaats. Zo gaat stedelijk groen verloren door inbreiding en worden huizen gerenoveerd en verduurzaamd. Hierdoor biedt de bebouwde omgeving voor veel stadsvogels steeds minder mogelijkheden, zowel voor nestgelegenheid, als schuilplekken en voedsel. In stedelijke omgeving gaan mede hierdoor inmiddels meer soorten in aantal achteruit dan vooruit. Zo laat de huismus sinds de jaren 80 een afname zien van meer dan 50%.
Wat gebeurt er met deze dieren als er zonder zo’n plan wordt verduurzaamd of verbouwd?
Zonder een plan zoals het SMP kunnen bij isolatie of verbouw nest- of verblijfsplekken verloren gaan waar deze soorten afhankelijk van zijn. Hierdoor ben je in overtreding van de wet, waarbij het risico bestaat dat de werkzaamheden moeten stoppen of vertraagd worden om alsnog ecologisch onderzoek te doen. Dit is niet altijd bekend bij particulieren, dus het SMP helpt naast de snellere procedure ook voor meer bekendheid.
Hoe zorgt het soortenmanagementplan ervoor dat verduurzaming en woningbouw tóch door kunnen gaan, zonder schade aan de dieren?
Het plan zorgt ervoor dat er ecologisch onderzoek voor de hele stad gedaan wordt, waardoor van tevoren bekend is waar welke soorten zitten. Hierdoor zijn er restricties aan de periode waarin je kunt werken en ben je verplicht gerichte maatregelen te treffen, zoals het behouden of toevoegen van nest- en verblijfplaatsen. Doordat je niet zelf een apart onderzoek hoeft te doen, versnelt dit verduurzamings- of bouwprojecten. Zo kunnen verduurzamen en bescherming van soorten hand in hand gaan.
Betekent dit plan meer regels of juist meer duidelijkheid voor inwoners?
Het SMP biedt vooral meer duidelijkheid, omdat de ecologische informatie voor de hele stad beschikbaar komt. Bewoners en bedrijven weten van tevoren wat ze moeten doen om aan de wetgeving te voldoen en veel van het tijdrovende en dure individuele onderzoek is al door de gemeente gedaan. Er zijn dus nog steeds verplichtingen, maar inwoners en organisaties krijgen duidelijkheid in wat nodig is en kunnen sneller verder met hun plannen.
Wat kunnen inwoners zelf doen om bij te dragen aan het beschermen van deze soorten?
Inwoners kunnen zelf onder andere nestlocaties melden (zoals van huismussen of andere vogels), zodat het onderzoek completer wordt, bij eigen verbouwingen rekening houden met de richtlijnen uit het SMP en nest- en verblijfplaatsen behouden of vervangen en zorgen voor een goede groene leefomgeving voor dieren in tuinen. Hiervoor kun je de informatie over gidssoorten gebruiken die op de website van het Groene Huis staat: Gidssoorten in je tuin | Het Groene Huis Amersfoort
Wanneer is dit soortenmanagementplan voor u geslaagd? Wat hoopt u over een paar jaar te zien?
Het plan is succesvol wanneer bewoners en ontwikkelaars natuurbeschermende maatregelen routineus en effectief toepassen en huismussen, gierzwaluwen, vleermuizen en andere gebouw bewonende soorten stabiel of in aantal toenemen in Amersfoort. Het doel is niet alleen schade te voorkomen, maar ook hun leefomgeving te versterken.
Heeft u zelf nog iets toe te voegen wat nog niet genoemd is?
Het plan is onderdeel van bredere natuur- en groenambities van Amersfoort, zoals opgenomen in het Deelomgevingsprogramma Biodiversiteit. DOP Biodiversiteit | Het Groene Huis Amersfoort
