Studentenarmoede in Amersfoort relatief laag maar zorgwekkend
Amersfoort- Studentenarmoede in Amersfoort lijkt op het eerste gezicht beperkt, maar achter de cijfers schuilt een complexer verhaal. Volgens date van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), gecombineerd met lokale cijfers en beleid, laten zien dat voorzichtigheid nodig is bij het trekken van conclusies.
Volgens de cijfers van 2024 leven in Amersfoort ongeveer 900 studenten in armoede. Dat lijkt weinig, zeker vergeleken met steden zoals Apeldoorn waar het aantal rond de 2700 ligt. Toch is die conclusie niet zo eenvoudig, benadrukt Bram Leeuwenkamp, lijsttrekker van GroenLinks-PvdA en specialist en woordvoerder binnen het sociaal domein. ‘Als je cijfers gaat verklaren, moet je altijd kijken naar vergelijkbare gemeenten en naar de grootte van de studentenpopulatie,’ zegt hij. ‘Anders ga je appels met peren vergelijken.’
CBS-methode verandert beeld van armoede
Een belangrijke reden waarom cijfers lastig te interpreteren zijn, is dat de manier waarop armoede wordt gemeten is veranderd. Het CBS werkt sinds 2024 met een nieuwe armoede grens, ontwikkelt samen met Nibud en het Sociaal en Cultureel Planbureau. Deze methode kijkt niet alleen naar inkomen, maar ook naar daadwerkelijke kosten zoals energie en wonen en naar financiële buffers. Ook sociale participatie, zoals geld voor sport of sociale activiteiten, telt mee.
Volgens deze berekeningen leefden in 2023 ongeveer 540.000 mensen in Nederland in armoede, wat neerkomt op 3,1 procent van de bevolking. Die nieuwe manier van meten maakt cijfers realistischer, maar ook moeilijk te vergelijken met eerdere jaren of tussen groepen zoals studenten.
Amersfoort heeft relatief laag armoede, geen reden tot geruststelling
Op lokaal niveau lijkt Amersfoort het goed te doen. In 2024 leefden er ongeveer 3885 inwoners in armoede. Dat is ongeveer 3 procent van de hele bevolking van Amersfoort. Het aantal langdurig armen, mensen die minstens drie jaar onder de armoedegrens leven, lag rond de 970 mensen, het laagste niveau in vijf jaar.
Ook breder gezien scoort de stad positief. Inwoners van Amersfoort zijn over het algemeen gezond en gelukkig, wat vaak samenhangt met een stabiele sociaaleconomische situatie.
Volgens Leeuwenkamp heeft dat effect op studentenarmoede. ‘Amersfoort heeft een relatief hoog opgeleide bevolking,’ zegt hij. ‘Dat betekent vaak dat gezinnen het financieel beter hebben, en dat werkt door naar de jongeren.’ Daarnaast wijst hij op het lokale beleid. ‘Wij hebben een stevig sociaal vangnet. Het uitgangspunt is dat iedereen moet rondkomen.’ Toch relativeert hij het beeld meteen, ‘0,9 uit het CBS klinkt weinig, maar het zijn wel 900 studenten. Dat is nog steeds een grote groep.’
Armoede begint vaak al voor de studententijd
Een belangrijke verklaring voor studentenarmoede ligt volgens Leeuwenkamp al in de jeugd. In Amersfoort leven honderden kinderen in langdurige armoede, wat hun kansen op latere leeftijd beïnvloedt. ‘Armoede is vaak een spiraal,’ zegt hij. ‘Kinderen die in armoede opgroeien, hebben minder kansen gehad. Dat zie je terug als ze gaan studeren.’
Landelijk bevestigen de cijfers dit beeld. In 2023 groeiden in Nederland ongeveer 115.000 minderjarige kinderen op in armoede. (CBS) Daarnaast leeft een grote groep net boven de armoedegrens, zonder financiële buffer, waardoor zij kwetsbaar blijven voor financiële tegenvallers.
De overgang naar volwassenheid vormt daarbij een cruciaal moment. Jongeren verliezen op hun achttiende bepaalde regelingen, terwijl kosten juist toenemen. ‘Je ziet op dat moment dingen wegvallen, zoals kinderbijslag,’ zegt Leeuwenkamp. ‘Tegelijkertijd ga je studeren, en dat kost geld. Dat maakt studenten extra kwetsbaar.’
Toegang tot hulp blijft een probleem
Hoewel er in Nederland verschillende regelingen bestaan om studenten te ondersteunen, blijkt in de praktijk dat deze niet altijd goed wordt benut. ‘De regelingen zijn er vaak wel, maar mensen moeten ze weten te vinden,’ zegt Leeuwenkamp. ‘Dat is ingewikkelder dan je denkt.
Daarom wilt de gemeente Amersfoort zich inzetten op vereenvoudiging. Een mogelijke oplossing is het bundelen van regelingen in een systeem, bijvoorbeeld via een pas of app. ‘Als je in een oogopslag ziet waar je recht op hebt, verlaag je de drempel enorm,’ legt Leeuwenkamp uit.
Toch ligt de kern van het probleem volgens Leeuwenkamp niet alleen bij de gemeenten. Lokale overheden hebben beperkte mogelijkheden om inkomens structureel te verbeteren. ‘Wij kunnen ondersteunen, maar uiteindelijk doen wij ook een beetje pleisters plakken,’ legt hij uit. ‘De echte oplossing ligt op landelijk niveau.’
Dat betekent dat politieke keuzes noodzakelijk zijn. Gemeenten kunnen wel schuiven met budgetten, maar dat gaat vaak ten koste van andere voorzieningen. ‘Het is altijd een afweging. Waar geef je geld aan uit? Wil je investeren in armoedebestrijding of ergens in de stad?’ zegt hij.
Cijfers lijken positief maar realiteit blijft zorgelijk
De cijfers over studentenarmoede in Amersfoort lijken op het eerste gezicht gunstig, zeker in vergelijking met andere gemeenten en landelijke trends. Toch laten nieuwe inzichten zien dat deze cijfers zonder context misleidend kunnen zijn. De introductie van een nieuwe meetmethode maakt armoede zichtbaar maar ook complexer om te interpreteren. Tegelijkertijd blijft het onderliggende probleem bestaan, honderden studenten in Amersfoort hebben moeite met rondkomen.
Zoals Leeuwenkamp het samenvat: ‘Voor mij is een student al te veel.’