CENTRUM – Ook deze winter leven mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats in de binnenstad van Amersfoort. Khaled (45)* is één van hen. Al acht jaar probeert hij zich staande te houden op straat.
Je leeft en slaapt in de binnenstad van Amersfoort. Hoe ziet een doorsneedag er voor jou uit?
‘Ik word vroeg wakker, meestal rond zes uur. Niet omdat ik dat wil, maar omdat dan de mensen weer op straat komen. Straatvegers, politie, mensen die naar hun werk gaan. Ik pak mijn spullen snel in, want als ik blijf liggen heb ik weer een boete. Soms ga ik naar een locatie van het Leger des Heils voor koffie. De rest van de dag probeer ik een plekje te vinden waar ik even kan zitten zonder weggestuurd te worden.’
Wanneer ben je dakloos geworden?
‘Acht jaar geleden. Ik werkte in de bouw en had een huurhuis. Toen raakte ik door het faillissement van mijn werkgever mijn baan kwijt. De rekeningen stapelden zich op en uiteindelijk kon ik de huur niet meer betalen. Dat gaat sneller dan mensen denken. Een paar rotte maanden, en je gaat eronderdoor.’
Had dat voorkomen kunnen worden?
‘Misschien. Als er toen iemand was geweest die me financieel had kunnen helpen of tijdelijk voor me kon instaan, had het misschien anders kunnen lopen.’
Veel mensen denken dat dakloosheid vooral te maken heeft met verslaving. Klopt dit?
‘Dat denken de meesten. Ja, er zijn mensen met verslavingsproblemen, maar wij doen dat niet allemaal. Bij mij kwam nadat ik op straat belandde. Als je elke dag stress hebt en het ijskoud hebt, zoek je iets om het vol te houden. Ook wordt het je continu aangeboden. Maar het is geen oorzaak, het is vaak een gevolg.’
Hoe word je behandeld door voorbijgangers in de stad?
‘De meeste mensen kijken weg. Dat is misschien nog wel het moeilijkst, het onzichtbaar zijn. Daar schaam ik me voor. Sommigen zijn vriendelijk, maken een praatje of geven wat te drinken. Anderen zien je als overlast. Dan voel je je een probleem.’
Er wordt veel gesproken over overlast en leefbaarheid in de binnenstad. Wat merk jij daarvan?
‘Dat betekent vooral dat we steeds worden weggestuurd. Bankje hier, portiekje daar, je mag nergens blijven maar kunt ook geen kant op. Er wordt gezegd dat er opvang is, maar die zit vaak vol of je moet aan allerlei regels voldoen. Als je één keer te laat bent of het mentaal even niet trekt, lig je eruit.’
Ben je zelf in de opvang geweest?
‘Ja, meerdere keren. Het helpt tijdelijk, maar het is geen oplossing. Je slaapt met veel mensen op één zaal, er is weinig privacy en veel onrust. Voor iemand die al uitgeput is, kan dat te veel zijn. Dan kies je toch weer voor buiten, hoe vreemd dat ook klinkt.’
Wat doet het leven op straat met je zelfbeeld?
‘Je schaamt je. Zelfs na acht jaar. Ik was altijd gewoon normaal, tevreden met mijn werk, mijn huisje, een doodgewoon leven. Nu voel ik me mislukt. Tegelijk probeer ik vast te houden aan wie ik was. Ik ben meer dan mijn situatie, dat zeg ik elke dag tegen mezelf.’
Wat zou volgens jou echt helpen om dakloosheid aan te pakken?
‘Begin met luisteren. Niet over ons praten, maar mét ons. Zorg voor kleine, stabiele woonplekken waar mensen tot rust kunnen komen, zonder meteen een heel traject. Een deur die op slot kan, dat is al een wereld van verschil. Vanuit rust kun je werken aan de rest.’
Denk je niet dat daar ook misbruik van wordt gemaakt?
‘Ja, dat zal vast een keer gebeuren. Maar dat gebeurt nu ook, alleen dan zonder oplossing. De meeste mensen willen gewoon een deur die op slot kan en even rust. Van daaruit kan je verder’
Hoe zie jij je toekomst?
‘Ik hoop op een huisje en weer werk. Maar zonder vaste verblijfplaats of zorgverzekering kun je ook niet aan werk komen. Dat blijft dus een cirkeltje waar je in zit. Een postadres heb ik wel, maar voor veel instanties is dat niet genoeg.’
*De achternaam van Khaled is bekend bij de redactie.
