AMSTERDAM — Amsterdam verandert snel. In steeds meer buurten klinkt Engels vaker dan Nederlands en verdwijnen vaste bewoners langzaam uit beeld. Wie er al jaren woont, ziet die veranderingen van dichtbij. Maaike, die dertien jaar geleden naar de Zeeheldenbuurt verhuisde, zag haar buurt en de stad enorm veranderen. Haar verhaal laat zien wat die veranderingen betekenen voor het dagelijks leven in Amsterdam.
Dertien jaar geleden verhuisde ze naar de Zeeheldenbuurt, aan de westkant van het centrum. Haar eerste kennismaking met de buurt was allesbehalve warm. ‘Ik reed met mijn scootertje een stuk over de stoep en meteen stond er een buurman te schelden,’ vertelt ze. ‘Dat was mijn eerste indruk en ergens vond ik dat ook wel mooi. Een echte Amsterdammer die je meteen aanspreekt. En ja, hij had ook gewoon gelijk!’
Voor haar was de Zeeheldenbuurt een compromis tussen hart en portemonnee. ‘Ik was gehecht aan het centrum, maar het was niet meer te betalen om daar iets te kopen. Hier kon dat wel. Dit huis had drie slaapkamers én een tuin, dat was bijna ondenkbaar in Amsterdam. Dat gaf de doorslag.’ Anders dan in haar vorige woning, midden in de stad, voelde deze buurt meteen warmer. In het centrum kende ze haar buren nauwelijks, hier paste men op elkaars huisdieren of kinderen.
Van buren naar expats
In tien jaar tijd heeft ze de buurt zien veranderen, iets wat in meerdere Amsterdamse wijken gebeurt. ‘De grootste verandering? Expats. Er zijn er enorm veel bij gekomen. Ze zijn heel aardig hoor, maar druk met hun eigen levens en minder met het leven in de stad zelf.’ Volgens haar is de buurt daardoor individualistischer geworden. Waar vroeger meer contact was, is dat nu minder vanzelfsprekend. Tegelijkertijd is de islamitische gemeenschap in de buurt gegroeid. ‘Zij zijn heel erg met elkaar. Daardoor is er weinig verbinding mogelijk. Dat vind ik wel jammer.’
De term havermelkelite vindt ze treffend. ‘Ik zie ze hier dagelijks: op elektrische fietsen, in Salomon-schoenen, allemaal dezelfde zwart-wit-beige tinten in hun outfits.’ Ze beschrijft hoe pakketjes en Amazon-dozen continu worden bezorgd en hoe mensen in de rij staan bij de nieuwste bakkers. ‘En eerlijk: ik ga er zelf ook wel eens heen, ik vind die bakkers heerlijk. Maar hun hele levensstijl? Nee, die tijd is voor mij wel voorbij.’
Hoewel haar eigen buurt vertrouwd blijft, voelt Amsterdam in het groot anders. ‘In winkels en tentjes moet je alles in het Engels bestellen. Dat echte Amsterdamse is er nog wel, maar steeds minder.’ Soms begint ze zelf al automatisch in het Engels als ze ergens binnenloopt, omdat Nederlanders schaars zijn. ‘En als het dan wel een Nederlander is, dan voelt dat bijzonder.’
Soms voelt ze zich een vreemde in haar eigen stad, vooral in de binnenstad. De Negen Straatjes met de TikTok-rijen noemt ze als voorbeeld. ‘Dat voelt totaal niet meer van mij.’ In haar eigen buurt is dat anders. ‘En als ik het zat ben, zoek ik die plekken waar ik de stad wel herken gewoon op.’
Opgroeien in een drukke stad
Over kinderen opvoeden in Amsterdam is ze enthousiast, maar ook kritisch. ‘Je geeft ze hier zoveel mee. Kunst, sport, cultuur, entertainment, alles is er.’ Tegelijkertijd vindt ze dat er soms bijna te veel keuze is. ‘Maar dat vind ik ook prachtig.’ De drukte ziet ze wel als nadeel, vooral het verkeer. ‘Dat vind ik heel eng voor Julie, mijn jongste dochter.’
De verschillen tussen haar oudste dochter en haar jongste zijn volgens haar duidelijk. ‘De stad is harder geworden. Er is minder acceptatie, bijvoorbeeld van homo’s.’ In haar ogen hangt dat samen met veranderingen in de buurt. ‘Vroeger werd het liberale heel erg uitgedragen, nu wordt het vaker verborgen.’ Daarnaast is het simpelweg drukker geworden. ‘Dat merk je aan alles.’
Vooruitkijken
Toch ziet ze verandering als iets onvermijdelijks. ‘Alles in het leven verandert. In een dorp gaat het misschien wat langzamer, maar ook daar verandert het.’ Ze noemt zichzelf iemand die denkt dat vroeger alles beter was, maar relativeert dat meteen. ‘Mijn kinderen zullen hier later ook op terugkijken en zeggen: het was beter toen ik kind was.’
Of ze zichzelf hier nog lang ziet wonen, weet ze niet zeker. ‘Niet per se in deze buurt, maar wel in dit deel van de stad. De Jordaan, Prinseneiland, dat zijn mijn buurtjes.’ Zuid voelt voor haar bijvoorbeeld niet eigen, omdat ze er nooit heeft gewoond. ‘Amsterdam is eigenlijk een verzameling kleine dorpjes. Overal kun je een leven opbouwen.’
Met het ouder worden zoekt ze meer rust en natuur. ‘Daarom heb ik nu mijn eigen moestuintje.’ De stad helemaal verlaten ziet ze niet snel gebeuren.
Waar ze op hoopt dat blijft? Daar hoeft ze niet lang over na te denken. ‘De Amsterdamse nuchterheid. Poep op de stoep, haat op de straat,’ zegt ze lachend. ‘Het is een beetje een ranzige stad, maar dat maakt het juist echt. Die directheid, jezelf blijven. En gezelligheid natuurlijk.’
