Kunt u zichzelf even voorstellen en vertellen wat uw rol is bij VluchtelingenWerk?
“Ik ben Annemieke van der Linden. Ik werk als docent NT2 op de ISK in Lisse en daarnaast ben ik juridisch begeleider bij VluchtelingenWerk. Dat betekent dat ik vluchtelingen help met juridische zaken, zoals het verlengen van een verblijfsvergunning, gezinshereniging en het aanvragen van de Nederlandse nationaliteit.”
Wat houdt het werk van juridisch begeleider bij VluchtelingenWerk in?
“Mensen die hier naartoe vluchten, kennen de Nederlandse taal niet en weten niet hoe de regels werken. Zelfs voor Nederlanders is dat soms al lastig, laat staan voor mensen die net uit een oorlogssituatie komen.”
“De overheid legt vaak niet goed uit hoe procedures werken of waarom alles zo lang duurt. Wij helpen vluchtelingen daarbij. We leggen uit wat hun rechten zijn, wat ze kunnen verwachten en helpen hen bij het starten van procedures.”
Waarom is VluchtelingenWerk nodig naast de overheid?
“De IND beoordeelt asielaanvragen, maar begeleidt mensen niet echt. Procedures duren vaak jaren. Veel vluchtelingen denken dat hun familie snel kan overkomen, maar dat kan soms twee tot vier jaar duren.”
“Die familie zit ondertussen nog in een gevaarlijke situatie. Dat is heel zwaar. Wij leggen uit waarom het zo loopt en proberen mensen daarin te ondersteunen.”
Hoe lang werkt u al bij VluchtelingenWerk en waarom bent u hiermee begonnen?
“Ik werk nu vijf jaar bij VluchtelingenWerk. Ik ben hiermee begonnen, omdat ik vind dat mensen geholpen moeten worden.”
“Er is in Nederland veel negativiteit rondom vluchtelingen. Alsof zij hier niet welkom zijn of problemen veroorzaken. Terwijl deze mensen vaak alles zijn kwijtgeraakt. Dat raakt mij en daar wilde ik iets aan doen.”
Heeft u weleens moeilijke situaties meegemaakt met vluchtelingen?
“Ik heb geen situaties meegemaakt waarin mensen echt agressief waren. Wat ik wel vaak zie, is paniek en angst.”
“Mensen voelen zich machteloos omdat ze hun familie niet kunnen helpen. Die wanhoop kan zich uiten in boosheid of verdriet. Dat is begrijpelijk, want ze zitten in een hele moeilijke situatie.”
Bestaat volgens u het stereotype van ‘de slechte vluchteling’?
“Nee, dat bestaat niet. Dat beeld wordt vooral door de media gemaakt. Mensen zijn gewoon mensen.”
“Ik zie juist veel vluchtelingen die graag willen werken en iets willen bijdragen. Zo begeleidde ik een vrouw uit Turkije die verpleegkundige was in haar eigen land. Ze werkt nu in de zorg en wordt daar heel erg gewaardeerd.”
Wat vindt u van de protesten tegen AZC’s en de uitspraak ‘we zitten vol’?
“Ik snap dat mensen zich zorgen maken, maar ik vind het ook kort door de bocht. Onder slechte omstandigheden kunnen alle mensen verkeerde dingen doen, ook Nederlanders.”
“In AZC’s zitten vaak te veel mensen te lang te wachten, zonder duidelijkheid. Dat zorgt voor frustratie. Veel vluchtelingen zijn ook hoogopgeleid en willen juist snel meedoen in de samenleving, maar krijgen die kans niet.”
Wat zou er volgens u moeten veranderen in de huidige situatie?
“Er is geen perfecte oplossing, maar het begint bij menselijkheid.”
“Toen de oorlog in Oekraïne begon, stonden veel mensen meteen klaar om te helpen. Dat zie je minder bij andere vluchtelingen. Bij AZC’s krijgen mensen snel een label opgeplakt, terwijl het gewoon mensen zijn die hun huis en veiligheid zijn kwijtgeraakt.”
Wat vindt u het leukst aan uw werk bij VluchtelingenWerk?
“Het leukste vind ik mensen helpen om hun weg te vinden in Nederland. Uitleggen hoe het hier werkt en zien dat mensen zich ontwikkelen.”
“De meeste vluchtelingen willen zich aanpassen en integreren. Dat lukt vaak ook, als ze daar de kans voor krijgen.”
Wat vindt u het minst leuk aan uw werk?
“De steeds veranderende regels en de lange wachttijden. Dat maakt mensen moedeloos.”
“Ook de negatieve berichtgeving in de media vind ik lastig. In al die jaren heb ik vooral wanhopige mensen gezien, geen criminelen.”
Tot slot: wat wilt u dat mensen onthouden na dit interview?
“Dat vluchtelingen mensen zijn, net als iedereen. Iedereen heeft een eigen verhaal.”
“Mensen vluchten niet zomaar. Als we meer menselijkheid en begrip tonen, zou dat al een groot verschil maken.”