AMERSFOORT – Uit de meest recente data van het CBS blijkt dat in de gemeente Amersfoort 3,2 % van het totaal aantal leerlingen op speciaal basisonderwijs (SBO) zit. Dit ligt boven het percentage in de gemeente Utrecht. Het percentage is hier 1,8 %. In de andere gemeenten van Utrecht varieert dit percentage tussen de 2 en 3 procent. Amersfoort ligt dus aan de relatief hoge kant. Tegelijkertijd wordt er in lang gewacht met het doorsturen van kinderen naar speciaal basisonderwijs.
Verder kijken dan enkel een schoolwisseling
Volgens Lisette, teamleider van een SBO school in Amersfoort, wordt er verder gekeken dan naar enkel de overplaatsing van regulier onderwijs naar speciaal onderwijs. ‘’Ze worden uit de wijk gehaald waar ze eerst naar school gingen,’’ vertelt ze. ‘’Onze school staat in Amersfoort, maar wij hebben leerlingen die overal vandaan komen. Ouders kunnen ze niet altijd brengen, dus moeten ze met de bus. Wanneer ze thuiskomen van school, zijn de kinderen in hun wijk al met andere kinderen aan het spelen,’’ aldus Lisette. ‘’Er verandert veel voor een kind. Meer dan slechts een schoolwisseling, dus snap ik best dat er eerst van alles wordt geprobeerd om die leerling in hun huidige onderwijssetting te kunnen behouden.’’
Hoewel er volgens Lisette zoveel mogelijk geprobeerd wordt om leerlingen op hun huidige school te houden, zetten de cijfers dit in een ander perspectief. In de omliggende gemeenten zoals Baarn (40 leerlingen) of Leusden (50 leerlingen) ligt het percentage leerlingen op een SBO ten opzichte van het totaal aantal leerlingen in basisonderwijs lager. Zo is dit in Leusden 1,9 % en in Baarn 2 %.
Ondanks de hogere cijfers van Amersfoort, neemt het aantal leerlingen op speciaal basisonderwijs af. Het percentage leerlingen op SBO lag in Amersfoort in het schooljaar 2024–2025 op 3,4 %. Dit daalde in 2025–2026 naar 3,2 %. Deze daling is ook zichtbaar in omliggende gemeenten. Dit was in 2024–2025 ongeveer 2,1 % en een jaar later afgedaald naar ongeveer 1,9 %.
Deze percentages zijn berekend op basis van de cijfers afkomstig van het CBS over het aantal leerlingen op (speciaal) basisonderwijs over het schooljaar 2025-2026.
Wat is een speciaal basisonderwijs?
Speciaal Basisonderwijs (SBO) geeft net als reguliere scholen de reguliere vakken, zoals rekenen en taal. Een SBO is voor leerlingen die meer tijd en aandacht nodig hebben bij het leren. Hiervoor vinden onderzoeken en een IQ-test plaats. Het onderwijs wordt aangepast op leerlingen met een lager tot laag IQ.
Het kan lang duren voordat een kind overgeplaatst wordt naar een SBO. Dit komt onder meer door de druk in het onderwijs, de onderzoeken die vooraf plaatsvinden en doordat er eerst gekeken moet worden of er mogelijkheden zijn zodat de leerling in regulier onderwijs kan blijven.
Lerarentekort en wachtlijsten
De cijfers van Amersfoort lijken in vergelijking met andere gemeenten hoog. Desondanks deze cijfers en het lerarentekort, waardoor reguliere scholen vaak te kampen krijgen met grote klassen en wachtlijsten, vertelt Lisette dat een SBO hier vooralsnog minder tot geen last van heeft ten opzichte van reguliere basisscholen. ‘’In speciaal basisonderwijs wordt er gewerkt met kleinere klassen. Om dit te hanteren, werkt de school met een maximum aantal leerlingen. Bij 150 leerlingen zitten wij fysiek vol. Dit is ook om de groepsgrootte te waarborgen,’’ legt ze uit. ‘’Wij werken nu niet met een wachtlijst, maar het kan rond de zomer drukker worden, waardoor wij wellicht in de toekomst wel een wachtlijst zullen moeten hanteren.’’
‘’Het is echt even zoeken’’
Annick, moeder van een leerling in groep 6 op regulier basisonderwijs, vertelt over de klas van haar zoon. “De klas is gewoon te groot,” zegt ze. “Er zitten ongeveer dertig kinderen in en de juf doet echt haar best, maar het is gewoon bijna onmogelijk om iedereen één op één echt goed te helpen.”
Een andere ouder, Simone, vertelt over haar oudste zoon die eerst op regulier onderwijs zat en later toch is overgeplaatst naar speciaal basisonderwijs. ‘’Wij merkten dat hij niet goed mee kon komen met de rest van de klas,’’ vertelt ze. ‘’Toen hij uiteindelijk op speciaal basisonderwijs zat ging het eigenlijk gelijk een stuk beter. Mijn jongste zit hier op school en je merkt dat er op speciaal onderwijs echt individueel naar de leerling wordt gekeken.’’ Ze geeft toe dat dit de juiste keuze is geweest, maar had gewild dat het eerder was gebeurd. ‘’Er gaat ook zoveel tijd overheen door het nadenken en bespreken van de verschillende mogelijkheden. Het is echt even zoeken.’’
Lisette herkent dit. ‘Het duurt soms best lang voordat een leerling verwezen wordt naar ons, waardoor leerlingen soms thuis komen te zitten. Dit maakt de stap om weer naar school te gaan moeilijker,’’ zegt Lisette. ‘’Als leerlingen thuis komen te zitten, kunnen wij ze niet in een bestaande onderwijssetting observeren. Naast een dossier vinden wij het ook belangrijk om onze leerlingen te kunnen zien. Daarnaast merk je wanneer leerlingen lang op regulier onderwijs zitten, ze gefrustreerd kunnen raken of een lager zelfvertrouwen krijgen,’’ aldus Lisette.
Cijfers zeggen niet alles
Op basis van de cijfers lijkt Amersfoort relatief hoog te scoren in vergelijking met de andere gemeenten van Utrecht. Echter, blijkt hier in de praktijk meer achter te zitten. Factoren zoals regionale instroom en het lange doorstroomtraject spelen hierbij waarschijnlijk een grote rol.
