Culemborg

Selecteer Pagina

92 extra uur werken en 160.000 kilo zout: zo hield gladheidbestrijding Culemborg de wegen schoon

92 extra uur werken en 160.000 kilo zout: zo hield gladheidbestrijding Culemborg de wegen schoon

De gladheidsbestrijding in Culemborg hield de wegen sneeuwvrij.

CULEMBORG – Terwijl Culemborg bedolven werd onder een dik pak sneeuw, draaide piketleider[1] Edward Spithoven samen met zijn collega’s dag en nacht overuren om de hoofdwegen sneeuwvrij te houden. Nachtenlang weinig slaap en lange werkdagen: een zware week, maar eentje waar hij met voldoening op terugkijkt.

Door: Iris Kleinmeulman

Hoe heeft u de afgelopen week ervaren?
‘Het was enorm druk. Ik heb 92 uur meer gewerkt dan in een normale werkweek. Zaterdag 3 januari was ik zelf helemaal af, en de rest van mijn ploeg ook. Toen heeft een andere piketleider die avond onze ploeg overgenomen, zodat wij een fatsoenlijke nacht konden slapen. Zondag 4 januari zijn we met mijn eigen ploeg van 8.00 tot 22.30 bezig geweest. We hadden rond 17.30 alles perfect schoon, en toen viel er weer een sneeuwlaag van vijf centimeter. We konden zo weer opnieuw beginnen.’

Hoe was dat voor het thuisfront, dat u die week zo weinig thuis was?
‘Ongezellig. Vanaf de jaarwisseling tot afgelopen zaterdag was ik nauwelijks thuis, ook vanwege piketdienst tijdens oud en nieuw. Als ik er wel was, was ik vaak moe en niet zo gezellig. Het was een intensieve week, maar ik kijk er toch positief op terug.’

Hoe bepalen jullie welke wegen wel en niet worden gestrooid?
‘We hebben twee verschillende dienstregelingen. Bij de normale strooiroute strooien we de hoofdwegen, fietspaden en in de wijken. Maar bij sneeuw rijden we een andere dienstregeling. Dan vegen en strooien we alleen de hoofdwegen en fietspaden. Dat komt omdat we de sneeuw in de wijken niet kwijt kunnen. Die straten zijn te smal en als we daar gaan schuiven, ligt de sneeuw alleen maar in de weg.’

Waarom kiezen jullie ervoor om de fietspaden wel mee te nemen in de sneeuwdienstregeling?
‘Fietspaden zijn belangrijke routes. Hier zitten bijvoorbeeld twee middelbare scholen waar honderden leerlingen naartoe moeten fietsen. We hebben ook kleinere wagens, waardoor we toch op de fietspaden kunnen vegen en strooien.’

Toch klagen mensen dat er niet in de wijken wordt gestrooid. Hoe gaan jullie daarmee om?
‘Daar doen we eigenlijk niks mee. We doen wat we kunnen en het is maar een klein groepje dat daarover klaagt. Op onze sociale media laten we zien welke route we rijden en leggen we ook uit waarom we de wijken nu niet in kunnen. Maar er zullen altijd mensen zijn die het er niet mee eens zijn of niet weten waarom we daar niet kunnen vegen en strooien.’

Hoeveel zout is er die week gestrooid?
‘We hebben zo’n 150.000 tot 160.000 kilo zout gestrooid, dat is extreem veel. We waren ook bijna door ons zout heen, dat ging zo hard. We hadden nog vier extra vrachten besteld, waarvan er twee waren binnengekomen. Hierdoor hebben we het net gered.’

Zijn er momenten geweest dat gladheidsbestrijding niet meer mogelijk was?
‘Nee, eigenlijk niet. Tijdens die extreme sneeuwval zijn we continu blijven vegen en strooien. Als je een paar uur zou stoppen, is dat eigenlijk killing. Dan ontstaat er een ijslaag op de weg en die krijg je er niet meer af. Je moet blijven rijden, borstelen en strooien. Soms denk je wel: ik doe dit voor niks, want zodra je de sneeuw wegveegt, ligt er alweer een nieuwe laag.’

Hoe bereiden jullie je voor op het strooiseizoen?
‘We hebben aan het begin van het seizoen, in november, een vlootschouw. Dan gaan we alles testen: alles opbouwen, aanbouwen, echt strooien, schuivers erop, borstels erop. We testen of alles werkt en rijden de routes. Er zijn vaak nieuwe jongens bij en die laten we dan een hele dag rijden om te kijken hoe alles werkt en in elkaar steekt. Aan het eind van de dag bouwen we alles weer af en dan weten we dat alles werkt en dat iedereen weet wat hij moet doen.’

‘Begin april sluiten we het seizoen weer af. Alles wordt schoongemaakt, gesmeerd en vervolgens naar de opslag gebracht. Daarna sluiten we het seizoen gezamenlijk af. Zeker na zo’n zware periode, waarin de jongens hard hebben gewerkt en veel uren hebben gemaakt, gaan we vaak met z’n allen naar een all-you-can-eatrestaurant. Dat is altijd gezellig en de sfeer is erg goed.’

Is er iets dat jullie de volgende keer anders willen aanpakken?
‘Niet echt. Je merkt wel dat je na een week lang continu werken op bent. We hebben zes chauffeurs voor drie grote trekkers en dat is eigenlijk te weinig. Die grote trekkers rijden alleen met sneeuw, niet in de normale strooiroute. Daardoor ben je wat beperkt. Maar deze week was zo extreem dat je je daar eigenlijk niet op kunt voorbereiden.’

[1] Een piketleider heeft een leidinggevende rol tijdens een piketdienst, een oproepdienst buiten reguliere uren voor spoedeisende situaties. Hij coördineert meldingen, geeft leiding aan het team en zorgt voor snelle, effectieve actie wanneer zich een incident voordoet.

 

Over de auteur

Iris Kleinmeulman

Mijn naam is Iris Kleinmeulman, ik ben 19 jaar en kom uit Hengelo. Ik studeer Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht en heb een brede interesse, maar cultuur, muziek en persoonlijke verhalen spreken mij het meest aan. Daarnaast vind ik het mooi om verhalen en gebeurtenissen op een interessante en begrijpelijke manier over te brengen. Tijdens mijn studie wil ik ontdekken welke kant van de journalistiek het beste bij mij past, nieuwe dingen leren en zoveel mogelijk ervaring opdoen. Voor vragen of contact kunt u mij bereiken via: iris.kleinmeulman@student.hu.nl