Zo onderzochten wij woonstress onder jongeren

Zo onderzochten wij woonstress onder jongeren

Auteurs: Mendy Hogenboom, Joas Kuiper, Poppe Ockeloen & Kaya Verbeek

In dit onderzoek hebben wij woonstress onder jongvolwassenen onderzocht, oftewel de spanning en onzekerheid rondom het vinden van een geschikte woning. In deze verantwoording leggen wij uit hoe wij het onderzoek hebben uitgevoerd, welke keuzes wij hebben gemaakt in onze methode, en hoe wij hebben gezorgd voor een betrouwbare uitvoering.

.

Analyse en interpretatie 

Om de analyse soepel te laten verlopen is vooraf een flowchart opgesteld. Deze flowchart beschrijft het proces van de analyse, van dataverzameling tot het visualiseren van de resultaten. Hieronder worden de stappen beschreven inclusief het doel en de gebruikte analysetechnieken. 

Databronnen  

Voor dit onderzoek naar de samenhang tussen (tijdelijke) woonsituaties en stress onder jongvolwassenen hebben we vijfdatabronnen gebruikt: vier openbare webbronnen en één eigen enquête. Onder aan het artikel zijn de excel bestanden met alle data te vinden. Hieronder lichten we per bron herkomst, kernindicatoren, motivatie en beperkingen toe, zodat het journalistieke dataverhaal controleerbaar en reproduceerbaar is. 

  • CBS – Meer mensen willen verhuizen maar kunnen geen woning vinden 

Wat we gebruiken: Percentages van meerderjarige thuiswonende kinderen die “willen verhuizen maar niets kunnen vinden”, uitgesplitst naar provincie (o.a. Utrecht, NoordHolland). Dit brengt de structurele krapte en regionale verschillen in kaart, relevant als macrocontext bij onze Utrechtse microdata.  

Waarom relevant: Deze indicator duidt de frictie op de woningmarkt die jongvolwassenen ervaren en helpt verklaren waarom woonzekerheid onder druk staat. 

Beperkingen: Het nieuwsartikel maakt gebruik van StatLine-cijfers en selecteert bepaalde data. We hebben de context uit de CBS-duiding gevolgd, maar realiseren ons dat achterliggende definities en filters invloed hebben op de vergelijkbaarheid met andere databronnen.  

  • CBS – Jongeren die graag het huis uit willen lukt dat minder vaak

Wat we gebruiken: Reeksen met het aandeel thuiswonende 18-35jarigen met verhuiswens dat binnen twee jaar daadwerkelijk zelfstandig ging wonen (2015-2017; 2018-2020; 2021-2023) en het aandeel dat na twee jaar ongewenst thuis woont.  

Waarom relevant: Deze indicator meet realiseerbaarheid van de verhuiswens; een dalende trend ondersteunt het journalistieke punt dat uitstroom naar zelfstandige huisvesting stagneert en dat dit samenhang kan hebben met het ervaren van stress en onzekerheid. 

Beperkingen: Definities zijn ietwat onduidelijk (bijv. thuiswonend, verhuiswens, zelfstandigheid) en kunnen variëren in interpretatie.  

  • RIVM/GGD – Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024

Wat we gebruiken: Reeksen met het aandeel thuiswonende 18-35jarigen met verhuiswens dat binnen twee jaar daadwerkelijk zelfstandig ging wonen (2015-2017; 2018-2020; 2021-2023) en het aandeel dat na twee jaar ongewenst thuis woont.  

Waarom relevant: Deze indicator meet realiseerbaarheid van de verhuiswens; een dalende trend ondersteunt het journalistieke punt dat uitstroom naar zelfstandige huisvesting stagneert en dat dit samenhang kan hebben met het ervaren van stress en onzekerheid. 

Beperkingen: Definities zijn ietwat onduidelijk (bijv. thuiswonend, verhuiswens, zelfstandigheid) en kunnen variëren in interpretatie.  

  • RIVM/GGD– Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024 (stress-specificaties)  

Wat we gebruiken: Detailuitsplitsingen van stressbronnen: “Stress studie/school”, “Stress werk/bijbaan”, “Stress geldzaken/schulden”, “Stress woonsituatie”, “Stress combi van alles wat moet”. Hiermee krijgen we inzicht in de typen stress die leven bij jongvolwassenen in Utrecht en Nederland.  

Waarom relevant: Door bronspecifieke stress te bekijken, kunnen we het journalistieke narratief nuanceren (is stress vooral financieel, woonzekerheid, of studie/werk?). 

Beperkingen: Dezelfde dataset/methode als voorgaande bron; zelfgerapporteerde stress kent subjectiviteit. Daarnaast zijn meetmomenten en regioindelingen bepalend voor vergelijkbaarheid met onze enquête. 

  • Enquête Januari 2026 – Woonsituatie jongvolwassenen in Utrecht   

Beschrijving: Enquete uitgezet onder jongvolwassenen in Utrecht. Verspreid via veldwerk bij de Hogeschool Utrecht en Universiteit Utrecht en via groep chats met Utrechtse jongvolwassenen. Er wordt gevraagd naar ervaringsdata over de woonsituatie (incl. tijdelijke woonvormen als antikraak, shortstay, hospita, studentenkamer), contractzekerheid, (on)veiligheidsgevoel, privacy/overlast, financiële druk (woonlasten), en frequentie/bron van stress. Identificeerbare gegevens zijn geminimaliseerd; optionele emails voor followup zijn gescheiden van inhoudelijke antwoorden. Dit borgt privacy en reduceert bias door herleidbaarheid. 

Waarom relevant: De enquête levert microniveau inzicht dat ontbreekt in officiële statistiek (contracttypen, directe stressbeleving). Dat maakt verbanden toetsbaar die voor het journalistieke artikel centraal staan.  

Beperkingen: Niet representatief voor alle jongvolwassenen in Utrecht (n=106). Resultaten zijn illustratief.  

  • Samenhang en reproduceerbaarheid  

De vier openbare bronnen zijn op 17-12-2025 verzameld en per link hierboven te benaderen. De enquête is in december 2025-januari 2026 afgenomen en volledig gedocumenteerd met onbewerkte en bewerkte tabbladen plus analysestappen in Excel. Deze verzameling maakt ons onderzoek mogelijk: trends duiden we met CBS-data, stressprofielen met RIVM-data, en de hoe/waarom op individueel niveau halen we uit de enquête.  

.

Datakwaliteit en betrouwbaarheid

De kwaliteit en betrouwbaarheid van de data zijn zo goed mogelijk geprobeerd te waarborgen tijdens het project. Zo is er gebruik gemaakt van meerdere databronnen, denk hierbij aan bronnen zoals het CBS, RIVM en de GGD. Dit zijn erkende en betrouwbare organisaties en hierdoor biedt deze data een solide basis voor de analyse. Ook is er gebruik gemaakt van eigen verzamelde data door middel van een enquête. Door deze kwantitatieve en kwalitatieve bronnen te combineren is er een zo compleet mogelijk beeld geprobeerd te schetsen van de woonsituatie en stressbeleving van jongeren. 

De verzamelde data is door de studentonderzoekers gefilterd en opgeschoond. Hierbij zijn dubbele waarden en andere niet relevante variabelen verwijderd, ook is er geselecteerd op de doelgroep (18-30 jaar) en op de regio en gemeente Utrecht. Hierdoor sluit de overgebleven data nauw aan op de onderzoeksvraag. Daarnaast is er ook landelijke data verzameld wat gebruikt kan worden om Utrecht te vergelijken met de landelijke cijfers, dit biedt een breder perspectief aan het onderzoek. 

De data is zorgvuldig verzameld en geanalyseerd, maar dit gaat nooit zonder beperkingen. Deze worden later in dit artikel beschreven. 

.

Databewerking en opschoning  

  • Enquête data 

De gegevens voor dit onderzoek zijn verzameld via Microsoft Forms en vervolgens geëxporteerd naar Excel. Om de kwaliteit van de resultaten te bewaken, is de dataset eerst opgeschoond: dubbele inzendingen en onvolledige antwoorden zijn verwijderd, zodat alleen de bruikbare informatie overbleef voor analyse. 

Tijdens het analyseren is gezocht naar verbanden tussen specifieke variabelen, zoals de woonsituatie en het ervaren stressniveau. Met behulp van draaitabellen en grafieken zijn eventuele correlaties in kaart gebracht. De uiteindelijke conclusies en de visualisaties in dit artikel zijn het directe resultaat van deze bewerkingen.  

  • Overige data 

Ter verdieping is gebruikgemaakt van openbare data van het CBS (StatLine) en de RIVM Gezondheidsmonitor. Door filters toe te passen op deze platforms, zijn alleen de cijfers geselecteerd die relevant zijn voor dit artikel. Deze data zijn vervolgens verwerkt in Flourish om de informatie door te vertalen naar tijdelijke grafieken. Deze tijdelijke grafieken zijn gebruikt om de uiteindelijke visualisaties te creëren. 

Hier zie je de data voor en na de opschoning. Zoals je kunt zien, is de dataset na de opschoning veel overzichtelijker. Dit hebben we op alle data toegepast.

Bij elke visualisatie in dit artikel is aangegeven op welke bronnen en cijfers de weergave is gebaseerd.

.

Beperkingen van het onderzoek 

Dit onderzoek heeft een aantal beperkingen. Ten eerste is de groep respondenten mogelijk niet volledig representatief. De deelnemers aan de enquête zijn vooral bereikt via het eigen netwerk, door rond te lopen op de HU met een QR-code en via DUB. Dit samen zijn ongeveer 100 respondenten en hierbij kan je lang niet iedereen vertegenwoordigen. Hierdoor zijn sommige groepen jongeren minder goed vertegenwoordigd, wat invloed kan hebben op de uitkomsten. 

Hierdoor zijn sommige groepen jongeren minder goed vertegenwoordigd. Omdat de enquête vooral is verspreid binnen een specifieke omgeving, zoals de Hogeschool Utrecht en via eigen netwerken. Jongeren die hier geen deel van uitmaken, bijvoorbeeld jongeren die werken, niet studeren of in andere woonvormen leven, hebben minder kans gehad om deel te nemen. Hierdoor komen hun ervaringen minder vaak terug in de resultaten. Dit kan ervoor zorgen dat bepaalde problemen of gevoelens van onveiligheid sterker of juist minder sterk naar voren komen dan bij de totale groep jongeren in Utrecht. Daardoor geven de uitkomsten vooral een beeld van de onderzochte groep en zijn ze niet volledig representatief voor alle jongeren. 

Daarnaast is het onderzoek gebaseerd op ervaringen die door de respondenten zelf zijn beschreven. Dit betekent dat de antwoorden afhankelijk zijn van hoe jongeren hun eigen situatie ervaren en interpreteren. Gevoelens van veiligheid en leefstabiliteit verschillen per persoon en kunnen worden beïnvloed door persoonlijke omstandigheden, zoals stress, gezondheid of recente gebeurtenissen in de woonomgeving. Ook kan het moment waarop de enquête is ingevuld invloed hebben op de antwoorden, bijvoorbeeld na een negatieve of juist positieve ervaring. Hierdoor geven de resultaten vooral inzicht in hoe jongeren hun situatie beleven, maar is het moeilijk om vast te stellen welke factoren precies de oorzaak zijn van deze gevoelens en in hoeverre deze voor iedereen hetzelfde gelden. 

Ook de verschillende vormen van tijdelijk wonen vormen een uitdaging. Begrippen zoals tijdelijk wonen of precaire woonvormen worden niet altijd op dezelfde manier begrepen. Hierdoor kunnen respondenten vragen anders interpreteren, wat invloed kan hebben op de vergelijkbaarheid van de antwoorden. 

Tot slot was de looptijd van het project beperkt. Hierdoor was het niet mogelijk om het onderzoek over een langere periode uit te voeren. De resultaten laten daarom vooral zien hoe jongeren de situatie op dit moment ervaren. 

.

Ethiek en privacy keuzes 

Bij dit onderzoek hebben we gewerkt met gevoelige informatie, namelijk de woonsituatie en mentale gezondheid van jongeren. Omdat we het vertrouwen van de respondenten niet wilden schenden en zorgvuldig met de data om wilden gaan, hebben we een aantal keuzes gemaakt wat betreft ethiek en privacy. De keuzes lichten wij hier verder toe.  

  • Anonimiteit en dataseparatie  

De enquête is zo opgesteld dat respondenten anoniem konden blijven. We hebben in de verplichte velden niet gevraagd naar namen of exacte adressen. Alleen aan het einde was er een optie om een e-mailadres achter te laten voor een vervolginterview. Deze e-mailadressen zijn bij de verwerking direct losgekoppeld van de inhoudelijke antwoorden. Het doel hiervan is het creëren van een dataset die volledig anoniem is. Hierdoor konden we de data analyseren zonder bias en zonder de privacy van individuele studenten te schenden. 

  • Bescherming van kwetsbare posities  

Jongeren in een tijdelijke woning zitten vaak in een afhankelijke positie ten opzichte van hun huisbaas of een instantie. Ons doel tijdens het onderzoek is het beschermen van de bron. We hebben ervoor gekozen om in de productie geen details of quotes te publiceren die herleidbaar zijn naar één specifiek persoon. Dit voorkomt dat deelname aan het onderzoek nadelige gevolgen heeft voor hun woonsituatie of relatie met de verhuurder. 

  •  Belasting van de respondent  

Het onderwerp ‘stress’ kan zwaar zijn, of misschien gevoelig liggen. We hebben de afweging gemaakt tussen het verzamelen van diepgaande info en het welzijn van de respondent. Het doel hiervan was om de drempel laag te houden. We hebben bewust gevraagd naar ervaren stress en algemene gevoelens, zonder diep in te gaan op medische diagnoses of psychische klachten. We wilden voornamelijk data verzamelen over mogelijke trends en dus geen uitgebreid psychologisch profiel schetsen. 

  •  Framing van de doelgroep  

Het doel van ons onderzoek is een eerlijke weergave van het probleem. In de analyse en visualisatie hebben we de focus gelegd op de systemische oorzaken (zoals het tekort aan woningen en tijdelijke contracten) en niet op het individu. Wel wilden we de gevolgen van deze oorzaken waar de doelgroep mee te maken krijgt in kaart brengen.  

.

Visualisatiekeuzes 

We hebben gekozen voor visualisaties die de cijfers een gezicht geven, zodat lezers direct kunnen inschatten wat een percentage betekent in mensen. Daarom vertalen we kernpercentages naar ‘1-op-x’-verhoudingen en unitcharts (icoontjes) en koppelen we die aan korte persoonlijke profielen (persona’s). Zo voelt “bijna 1 op de 5” direct als bijna 20 mensen op 100, in plaats van “17,3%” als los getal. Voor de redactionele opmaak sloten we aan bij de flow van een artikel (losse visualisaties + leporello voor de geïnteresseerde lezer) zodat het verhaal ook voor de onwetende lezer interessant en te volgden is.  

 Grafiek- en vormprincipes waar we voor gekozen hebben: 

  • Metrische eerlijkheid: Eén icoon staat nooit voor verschillende aantallen in één visualisatie. Waar we afronden (bijv. “bijna 1 op de 5”), tonen we ook het exacte percentage (17,3%) in de beeldtekst. 
  • Vergelijkbaarheid: Contrasten (tijdelijk vs. thuiswonend) krijgen identieke layouts en kleurcodering. Staafdiagrammen voor provincies behouden gelijke assen en labeldichtheid.  
  • Kleur & hiërarchie: Warme contrastkleur voor de focus en koel voor de referentie. Dit helpt scannen zonder misleiding. Legenda en titels benoemen expliciet het onderwerp van de visualisatie.  

Waarom deze keuzes werken voor ons verhaal:  

De woningmarktproblematiek is macro, maar stress wordt micro ervaren. Door mensgerichte beelden (icoonrasters, persona’s) naast harde contextpercentages te zetten, blijft de visualisatie eerlijk én empathisch. “Bijna 1 op de 5” triggert herkenning, terwijl 17,3% en bronvermelding de journalistieke controleerbaarheid waarborgen. Zo combineren we begrijpelijkheid, precisie en transparantie.  

Lees hier het hele artikel.

Over de auteur