Auteurs: Mendy Hogenboom, Joas Kuiper, Poppe Ockeloen & Kaya Verbeek
Utrechtse huurders zitten er doorheen: “Je leven staat constant on hold”
Elke ochtend stapt Maya langs de verhuisdozen in haar kamer. Ze staan opgestapeld tegen de muur alsof ze daar horen. Uitpakken voelt zinloos. Met een tijdelijk contract staan ze klaar voor de volgende verhuizing die ze niet wil maken, maar wel verwacht. Haar studentenkamer is functioneel, niet meer dan dat. Er staat een bed, een bureau en een kast. In de keuken en huiskamer deelt ze de ruimte met anderen. Ze woont hier, maar het voelt niet als thuis.
Overdag zit Maya op de campus en ’s avonds werkt ze in een winkel om de huur te kunnen betalen. Ruim zestig procent van haar inkomen verdwijnt elke maand in woonlasten. Ze probeert vooruit te kijken, maar haar huurcontract is tijdelijk. De einddatum staat als eens stille herinnering in haar mailbox. Elke e-mail van de verhuurder zorgt voor een knoop in haar maag.
Maya probeert zich te focussen op haar studie, maar haar gedachten dwalen af. “Het is een tijdelijk contract, dus na net alles ingericht te hebben mag ik weer vertrekken.”
.
Stress en tijdelijk wonen, hoe gaat dat in de praktijk?
Het verhaal van Maya is geen incident. Sinds 1 juli 2024 is de nieuwe Wet vaste huurcontracten van kracht. Deze wet zou huurders juist moeten beschermen door tijdelijke huurcontracten te verbieden. Toch kan er een uitzondering worden gemaakt voor bijvoorbeeld studenten. Tijdelijke contracten blijven hierdoor in leven. Maar bevorderen deze tijdelijke contracten flexibiliteit, of zorgen ze juist voor onzekerheid?
Studenten van de Hogeschool Utrecht hebben dit vraagstuk onder de loep genomen. Zij vroegen zich af in hoeverre tijdelijke woonvormen zorgen voor stress en een verminderd gevoel van veiligheid bij jongvolwassenen in Utrecht. De studentonderzoekers zijn wekenlang in data van het CBS en RIVM gedoken, om verbanden te vinden tussen tijdelijke woonvormen en stress. Deze verbanden waren lastig vindbaar en daarom hebben ze besloten om de ervaringen van de jongvolwassenen in Utrecht uit te vragen door middel van een enquête.
De resultaten waren ronduit interessant en relevant. Uit de enquête onder 106 jongvolwassen Utrechters blijkt dat die onzekerheid diepe sporen nalaat. Maar liefst 30,4% van de respondenten kampt met stress door de tijdelijke aard van hun woonplek. Tijdelijkheid is voor veel jongvolwassenen nu de nieuwe standaard, maar de prijs die betaald wordt is mentaal.
Wat is stress?
Stress is een psychologisch en fysiologisch proces dat optreedt wanneer een persoon situaties als uitdagend, bedreigend of moeilijk ervaart en onvoldoende middelen voelt om hiermee om te gaan. Het is een reactie van lichaam en geest op druk of spanning, wat van invloed kan zijn op emoties, gedrag en lichamelijke functies zoals hartslag en concentratie. Stress kan kortdurend en zelfs nuttig zijn door motivatie en focus te verhogen. Wanneer het echter langdurig aanwezig is, kan het leiden tot negatieve gevolgen voor de gezondheid en het welzijn. Voor het opstellen van deze definitie is gebruik gemaakt van de informatie die UMC Utrecht geeft.
Wat zijn tijdelijke woonvormen?
Volgens Volkshuisvesting Nederland zijn tijdelijke woonvormen flexibele woningen die snel kunnen worden ingezet op tijdelijk beschikbare locaties en, afhankelijk van het project, na tien tot vijftien jaar kunnen worden verplaatst of hergebruikt. Ze worden ingezet als oplossing voor de wooncrisis en richten zich op spoedzoekers zoals statushouders, arbeidsmigranten en studenten.
Voor het onderzoek is er vooral gekeken naar tijdelijke woonvormen voor jongvolwassenen. Hieronder vallen bijvoorbeeld onderverhuur, tijdelijke studentenhuur en campuscontracten. Volgens de Rijksoverheid is onderverhuur van een kamer toegestaan met toestemming van de verhuurder, terwijl volledige onderverhuur van de woning verboden is. Volgens Yspeert mag tijdelijke huur voor studenten voor maximaal twee jaar worden aangegaan en wordt een campuscontract beëindigd zodra de studentstatus vervalt.
.
De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek op een rij
Onderzoek van het RIVM laat zien dat één op de vijf Utrechtse jongvolwassenen woonstress ervaart. Dit is minder dan verschillende andere stressfactoren, maar verschilt op één belangrijk punt: In tegenstelling tot een deadline of ruzie is woonstress geen tijdelijk probleem, maar een voortdurende spanning in het dagelijks leven. De druk om een geschikte en betaalbare woning te vinden, samen met de onzekerheid over de toekomst op dit vlak, kan sluipend en constant aanwezig zijn. Wanneer deze stress langdurig aanwezig is, kan dit volgens het UMC Utrecht grote gevolgen hebben voor de gezondheid.
Vergroot
Databron: Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024, GGD'en en RIVM
Vergroot
Databron: Enquête Januari 2026
Vergroot
Databron: Enquête Januari 2026
Vergroot
Databron: Enquête Januari 2026
.
Waarom een tijdelijk dak boven je hoofd simpelweg niet genoeg is
Maya is dankbaar dat ze een dak boven haar hoofd heeft. Maar ze is er niet gerust op dat deze voor een lange tijd zal blijven en langzaam zakt de dankbaarheid in. Iedereen kan zich voorstellen wat regelmatige stress met iemand kan doen. Het is helaas wel de dagelijkse realiteit voor veel jongvolwassenen in Utrecht die niet kunnen wortelen in hun eigen stad. Voor hen is een huis geen veilige haven meer, maar een plek van constante onrust.
Deze tijdelijke woonvormen zijn dus voor veel jongvolwassenen geen uitkomst, maar zorgen voor blijvende stress. De focus op snelle tussenoplossingen creëert een omgeving waarin jongvolwassenen nooit echt de rust kunnen vinden om hun leven op te bouwen. Zonder een stabiele basis blijft hun toekomst op pauze staan.
De behoefte aan betaalbare en stabiele woonruimte wordt steeds duidelijker in Utrecht. Alleen door te kiezen voor duurzame perspectieven kunnen we voorkomen dat de woonmarkt een permanente stressfactor blijft. Ook kan de Wet vaste huurcontracten misschien nog eens opnieuw beoordeeld worden. Een huis moet een plek zijn waar je de deur achter je dicht kunt trekken zonder bang te zijn dat je de sleutel morgen weer moet inleveren.
Meer informatie over de totstandkoming van de inzichten en resultaten uit dit artikel, is terug te vinden in de Dataverantwoording.
