Al zeven jaar lang is Jennie Houben vrijwilliger bij Kunst uit Eigen Provincie, dat dit jaar voor de 52ste keer georganiseeerd werd.
Het werk van begin tot eind
“Kunst uit Eigen Provincie begint op 15 september. Vanaf dat moment kan iedereen zich aanmelden tot 15 oktober. Daarna komt er een informatieavond voor alle nieuwe deelnemers. Als deze nieuwe deelnemers daarna nog steeds willen deelnemen, krijgen zij als eerste een plek toegewezen. Vervolgens komen de mensen die eerder zijn uitgeloot en als er dan nog plekken over zijn, krijgen mensen die hier eerder hebben gestaan een plek. De deelnemers zijn erg verschillend. We hebben 55 plekken, waarvan er vijf gereserveerd zijn voor middelbare scholen uit de gemeente De Bilt. Leerlingen werken hier gedurende het schooljaar naartoe en krijgen vervolgens een plek om hun werk te laten zien. Voor de rest zijn het zowel professionele als amateurkunstenaars. Wij hebben geen commissie die bepaalt of je wel of niet mee kunt doen: als jij vindt dat je kunst hebt, kun je jezelf aanmelden, mits je in de provincie Utrecht woont natuurlijk. Het wordt ieder jaar drukker, zowel met het aantal aanmeldingen van kunstenaars als met het aantal bezoekers. Er komen inmiddels zo’n 2000 bezoekers en tijdens de grote opening waren er al 160 mensen aanwezig. Daarnaast zijn er meer aanmeldingen dan beschikbare plekken. Dit jaar moesten er 23 mensen worden uitgeloot, dus er is duidelijk genoeg animo. De deelnemers worden geregeld door een aparte ploeg binnen ons team. Zij verzorgen de administratieve kant en zorgen ervoor dat deelnemers zich kunnen aanmelden, dat er kaartjes worden gemaakt en dat de plekken worden ingedeeld. Daarnaast hebben we ook een opbouwploeg die de ruimte gereedmaakt en alles mooi aankleedt. Wij werken met een vast ploegje dat zich alleen bezighoudt met Kunst uit Eigen Provincie. Het team dat we nu hebben draait inmiddels voor het vierde jaar en dat werkt heel erg goed.”
“Ik heb het gevoel dat het evenement hierdoor ieder jaar iets professioneler wordt, omdat alles in de voorbereidingen sneller en soepeler verloopt. We zijn als team beter op elkaar ingewerkt en kijken ook steeds kritischer naar bijvoorbeeld de catalogus. Ik vind het heel leuk dat het er nu professioneler uitziet, ook al zijn veel deelnemers amateurkunstenaars. Zij mogen ook een mooi podium krijgen. Het hoeft niet allemaal perfect te zijn, maar het moet er wel gewoon mooi uitzien en de juiste sfeer afgeven.”
“Dan is het eindelijk zover: de opening. Die vindt plaats in de binnenhof, de algemene ruimte van het buurthuis. Aan het begin van de opening is de rest van de zaal nog helemaal donker. Eerst is er een toespraak, dit keer van onze directeur, en pas daarna gaan alle lichten aan. Op dat moment zien bezoekers ineens alle kunst, kunnen ze rondlopen, krijgen ze een drankje en ontstaat er meteen een hele feestelijke sfeer”
De juiste sfeer
“Je merkt ook dat bezoekers deels voor de sfeer komen die wij proberen neer te zetten. Het is hier echt van 0 tot 100 jaar, zeg ik altijd. Er zijn mensen die puur voor de kunst komen en anderen die vooral voor de gezelligheid komen. Daarom proberen we het zo breed mogelijk te houden.”
“We proberen ook de jongere generatie meer aan te trekken doordat middelbare scholen hier hun kunstwerken kunnen laten zien. Op die manier spreken we de jeugd aan, want dan komen bijvoorbeeld vriendjes en vriendinnetjes kijken. Zo trek je meteen een heel andere doelgroep aan, wat wij erg belangrijk vinden. Je merkt daardoor ook dat dit voor de omgeving een belangrijk evenement is. Er worden hier veel mooie en goede evenementen georganiseerd, maar deze expositie is extra bijzonder omdat we ook tijdens de feestdagen open zijn. Er wonen hier veel oudere mensen die alleen zijn en soms ook eenzaam. Zeker rond de feestdagen, als je geen familie hebt, kunnen zij altijd even binnenlopen voor een kopje koffie of een praatje, want de toegang is gratis. De versnaperingen moeten we zelf kopen, maar de prijzen zijn heel laag. Een gewone koffie kost bijvoorbeeld één euro.”
“We houden de prijzen bewust zo laag mogelijk, zodat het voor iedereen toegankelijk en betaalbaar blijft. Het gaat hier zeker ook om de gezelligheid; het is echt een combinatie van kunst en samenzijn. Soms komen mensen wel drie keer op een dag langs, gewoon omdat ze alleen zijn. En alleen dat al maakt het de moeite waard om dit te doen.”