DE BILT- Bijna 1 op de 5 jongeren maakt gebruik van jeugdhulp in natura in De Bilt. Met een gemiddelde van 18,8% jongeren in 2024 steekt de Bilt duidelijk boven Utrecht en het landelijke gemiddelde uit. Deze cijfers werden naar buiten gebracht door het CBS. Achter dit verschil schuilen onder meer verschillen in de organisatie van jeugdhulp.
Jeugdhulp in natura is hulp die door de gemeente wordt georganiseerd en geleverd door zorgaanbieders. De jeugdhulp is bedoeld voor jongeren met mentale of fysieke beperkingen en voor ouders die ondersteuning nodig hebben bij de opvoeding. Het beleid wordt gemaakt in afstemming met het Centrum voor Jeugd en gezin. Er wordt heel kritisch gekeken naar wat er aangepast kan worden. De hulp wordt dus beperkt. Toen het CJG in 2015 startte met deze manier van indiceren was de drempel van de toegankelijkheid nog veel lager. Langzamerhand wordt er gekeken naar wat er daadwerkelijk nodig is.
Jeugdhulp heeft verschillende toegangen. Het CJG, maar ook huisartsen en medisch specialisten mogen jongeren door verwijzen. Er zijn ook gemeenten waarbij de afspraken duidelijker zijn gemaakt met de huisartsen om niet te verwijzen. Dit ligt in de Bilt iets lastiger.
Vergelijking met andere gemeente
De cijfers van het CBS waren in 2024 zowel in Utrecht als landelijk 14,0%. In 2024 waren dit naar schatting landelijk 466.020 jongeren die gebruik maakte van jeugdhulp, blijkt uit het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Volgens het CBS ontvingen de meeste jongeren, 73 procent, ambulante jeugdhulp op de locatie van de jeugdhulpaanbieder. In Utrecht waren er 11 duizend jongeren met jeugdhulp.
CBS-cijfers tonen alleen jeugdhulp met een beschikking, oftewel geïndiceerde jeugdhulp. Hulp die gemeenten zelf organiseren via lokale teams wordt niet altijd in deze cijfers meegenomen. Zo heeft Utrecht relatief veel eigen hulpverleners in dienst, terwijl dit aantal in De Bilt kleiner is. Doordat Utrecht een groter deel van de hulp zelf uitvoert, kan dit in de statistieken lager uitkomen dan gemeenten waar meer hulp formeel wordt ingezet. Utrecht doet meer zelf.
Oorzaken
Centrum voor Jeugd en Gezin in de Bilt zet zich actief in om deze cijfers terug te dringen. Teamleider van CJG, Rianne Kuiper, herkent dat deze cijfers hoger zijn en gaat het gesprek met de jongeren kritisch aan. ‘We vragen tijdens een gesprek goed door. Waarom is het nodig? Wat is er aan de hand? Wat speelt er nog meer? Het is voor een kind helemaal niet leuk om jeugdhulp te krijgen. We willen hulp bieden voor de mensen met een onveilige thuissituatie met echt grote zorgen’, vertelt zij. ‘Ik geloof niet dat het probleem bij jongeren in de Bilt hoger ligt. Ik geloof dat hoogopgeleide ouders meer het idee hebben dat ze hun kinderen kunnen helpen en dus een beroep doen op jeugdhulp. De standaard in gezinnen ligt hoger.’
Verder kost het voor het CJG heel veel geld. De gemeente gaf in 2024 ruim 64 miljoen euro uit binnen het sociaal domein, blijkt uit de jaarrekening van de gemeente De Bilt. Jeugdhulp vormt daar een belangrijk onderdeel van, al zijn de exacte kosten verdeeld over verschillende categorieën. De huidige aanpak kost de gemeente zoveel geld dat er minder ruimte overblijft voor andere voorzieningen. Er werd de afgelopen jaren wel minder ambulante hulp ingezet, maar nog niet voldoende. ‘Er is bij inwoners weinig prijsbewustzijn. Soms wijzen we ouders erop om kritisch te zijn op de hulp die zij ontvangen’, vertelt Kuiper. De Bilt is een rijke gemeente, waar veel hoogopgeleide mensen wonen. Er zijn mensen die binnen komen en zeggen: ‘ik heb hier recht op’, vertelt Kuiper. De toon is nog wel eens anders. ‘Ik hoor ook vaak terug van huisartsen dat ze niet goed weten wat ze hierop moeten reageren.’
Sommige scholen zijn moeilijk te bewegen om ook naar zichzelf te kijken. ‘Bijvoorbeeld als wij vragen hoe het kan dat in groep 4 al vijf kinderen worden aangemeld voor ADHD-onderzoek, zou er dan ook iets in het schoolsysteem mis kunnen zijn? Dat blijven ingewikkelde gesprekken’, aldus Kuiper. Gezinnen in de Bilt lijken relatief sneller gebruik te maken van jeugdhulp. ‘Wij krijgen letterlijk vragen van ouders: “Mijn kind zit in groep 8 en krijgt een havo-advies. Kunt u ervoor zorgen dat dit vwo wordt?”’, eindigt zij.
