DE BILT — De gemeente De Bilt telde in 2023 bijna twee keer zoveel woninginbraken per inwoner als het landelijk gemiddelde, blijkt uit cijfers van het CBS. Terwijl het aantal inbraken landelijk al jaren scherp daalt, profiteert De Bilt daar nauwelijks van. Sterker nog: uit de data blijkt dat het verschil tussen De Bilt en het landelijk gemiddelde in de loop der jaren juist is gegroeid. Burgemeester Maarten Haverkamp wijst op het bijzondere risicoprofiel van de gemeente, maar geeft ook toe dat inwoners het inbrekers vaak onnodig makkelijk maken. Extra budget om het probleem aan te pakken is er niet.
Kloof groeit al meer dan tien jaar
Uit de CBS-cijfers over de periode 2012–2024 blijkt dat zowel De Bilt als Nederland een dalende trend laten zien. Maar waar Nederland daalde van ongeveer 8 woninginbraken per 1.000 inwoners in 2012 naar minder dan 2 in 2024, bleef De Bilt daar structureel boven hangen. De factor De Bilt ten opzichte van het landelijk gemiddelde is over die periode niet gedaald maar juist gestegen. De Bilt daalt, maar langzamer dan de rest van het land.
Toch staan inwoners niet massaal bij het gemeentehuis. “Het is hier niet zo dat bewoners voor de deur staan van: doe iets, burgemeester,” zegt Haverkamp. De politie rapporteert evenmin een alarmerend beeld. Recente incidenten zoals de rellen tijdens oud en nieuw, waarbij jongeren winkels plunderden, hebben meer prioriteit.
<iframe class=”localfocusvisual” frameborder=”0″ style=”width:100%;height:550px;overflow:hidden” src=”https://localfocuswidgets.net/69ce6e1e94014″></iframe>
Welvaart trekt inbrekers aan
Dat gebrek aan urgentie is opvallend, juist omdat de oorzaken structureel zijn. Haverkamp wijst op de combinatie van welvaart, woningtypen en ligging. “Wij zijn een hele diverse gemeente, dat onderschatten mensen wel eens,” legt hij uit. “Wij hebben wijken die lijken op Laren, maar ook wijken die lijken op Utrecht-Overvecht.” De grote vrijstaande woningen met ruime tuinen maken de risicoberekening voor inbrekers gunstig: fysiek makkelijk toegankelijk en veel te halen.
Haverkamp ziet wel een voorzichtig dalende trend in de meest recente cijfers: van 107 geregistreerde inbraken in 2024 naar 94 in 2025. Maar hij waarschuwt dat die cijfers bij een gemeente van 44.000 inwoners fragiel zijn. “Als je maar tien inbraken meer hebt, schiet dat natuurlijk de hoogte in.” De impact van elke individuele inbraak bagatelliseert hij niet. Als kind werd er bij hem thuis ingebroken. “De eerste paar keren durf je niet meer naar beneden te gaan. Het idee dat er zomaar onbekende mensen in je huis aan het rommelen zijn, dat doet iets.”
Campagnes zonder extra budget
Concreet bestrijdingsbeleid blijft beperkt. Extra budget heeft de gemeente niet vrijgemaakt, de politie valt onder de rijksbegroting. De aanpak bestaat vooral uit bewustwordingscampagnes rond de donkere dagen en vakantieperiodes, en een wijkgerichte aanpak door gebiedsmakelaars en wijkagenten die inwoners aanspreken op open ramen en slechte verlichting. In de Algemene Plaatselijke Verordening staat dat het verboden is om ‘s avonds met inbrekerswerktuig door bepaalde wijken te lopen. Wie betrapt wordt riskeert een dwangsom van 2.500 euro.
Haverkamp legt de verantwoordelijkheid ook nadrukkelijk bij inwoners zelf. “Helaas worden mensen lui. Ze laten de ladder liggen, ze laten de deur openstaan als ze even naar de buurvrouw gaan.” Zijn advies: ga voor je eigen huis staan en bekijk het door de ogen van een inbreker.
Opvallend genoeg maakt de burgemeester zich inmiddels meer zorgen over digitale dan fysieke inbraak. De gemeente organiseert voorlichtingsbijeenkomsten onder de naam ‘Echt of Nep’, gericht op ouderen die slachtoffer worden van WhatsApp-fraude en Marktplaats-oplichting.
De CBS-data laat er echter weinig twijfel over bestaan: De Bilt loopt al meer dan tien jaar uit de pas met de rest van Nederland. De gemeente vergelijkt zichzelf liever met gemeenten met een vergelijkbaar profiel dan met het landelijk gemiddelde. Of de aanpak van bewustwording en campagnes genoeg is om het verschil met het landelijk gemiddelde te dichten, moet de komende jaren blijken.