DE BILT-Met het warmere weer in aantocht start de gemeente opnieuw met preventieve bestrijding van de eikenprocessierups, met extra aandacht voor scholen, sportclubs en drukke fietspaden in De Bilt. Het doel is het aantal meldingen deze zomer zo laag mogelijk te houden. “Wij bestrijden preventief. Met andere woorden: wij willen die plaag voor zijn,” zegt Tom van den Brink, domeinbeheerder bij Boomtotaalzorg.
Aanpak en doel
De gemeente laat eiken in het vroege voorjaar behandelen met een biologische methode: nematoden, microscopisch kleine aaltjes die specifiek de rupsen doden. Volgens Van den Brink werkt die aanpak: “De druk vanuit de processierups zal daardoor waarschijnlijk niet zo hoog worden. Het hangt ook af van de zomer: bij lang en heet weer kan het toch toenemen.” Ontstaan er toch nesten, dan volgt gerichte inzet. “Als bewoners een melding doen, sturen we een bedrijf en laten we dat nest verwijderen. Meestal is dat binnen één of twee dagen opgepakt.”
Focuslocaties
De bestrijding richt zich vooral op plekken waar veel mensen komen. Van den Brink: “Vooral in de buurt van scholen en sportclubs, doorgaande fietspaden. Daar zit de meeste overlast, áls die er al is.” Het aantal meldingen bleef de afgelopen jaren laag. “Bij ons is het hetzelfde gebleven als het jaar ervoor, bijna het minimum.”
Bewoners
In woonstraten met eikenbomen letten bewoners extra op. Florentine Frederikse uit De Bilt: “We letten er in de zomer wel extra op omdat die eikenboom echt vlak bij ons huis staat. Je weet dat daar processierupsen kunnen zitten.” Een paar jaar geleden merkte ze het voor het eerst: “Toen stonden er ineens waarschuwingslinten om de boom en hoorde je er meer over in de buurt.”
De overlast zit volgens haar vooral in het voortdurend rekening houden met brandharen. “Als het mooi weer is wil je gewoon buiten kunnen zijn zonder na te denken over brandharen of klachten.” In haar gezin had iemand eerder jeuk en huidirritatie. Toch gebruikt ze de tuin nog steeds. “Ja hoor, maar als we weten dat er rupsen in de buurt zitten zijn we wel wat voorzichtiger.” Over de aanpak: “Ik denk dat de gemeente het goed probeert aan te pakken. Helemaal voorkomen lijkt me lastig. Misschien meer informatie delen als ergens nesten zijn gevonden, dan weten bewoners beter waar ze rekening mee moeten houden.” Tegelijk blijft de eik waardevol: “Zo’n grote boom geeft veel groen en schaduw en maakt de straat mooier.”
Bewoners worden daarnaast gevraagd verdachte nesten te melden via de gemeentelijke kanalen. Kleine maatregelen helpen mee, aldus Van den Brink: “Mensen kunnen in hun tuin vogels en insecten stimuleren die op de rupsen jagen, bijvoorbeeld met nestkastjes en geschikte beplanting.”
Grenzen aan de bestrijding
Helemaal uitroeien is niet realistisch, zegt Van den Brink. “Als wij volgend jaar niet meer preventief zouden bestrijden, acht ik de kans groot dat de overlast weer hoger wordt.” Warm weer helpt de soort bovendien. “Eikenprocessierupsen gedijen bij heel warm weer. In die zin zou klimaatverandering kunnen bijdragen.”
Meetlat voor succes
De gemeente rekent op weinig meldingen. Van den Brink: “Succes is voor ons heel concreet: als we heel weinig meldingen krijgen: een stuk of vijf, zes in een seizoen.”
De eikenprocessierups leeft in eikenbomen. De microscopische brandharen kunnen huid-, oog- en luchtwegklachten veroorzaken, vooral in de periode dat nesten aanwezig zijn. Door preventief te behandelen, risicoplekken te prioriteren, meldingen snel af te handelen en bewoners te betrekken, wil De Bilt de blootstelling deze zomer zo klein mogelijk houden.
