De Bilt

Selecteer Pagina

In De Bilt komen werelden samen: Buurtkamer groeit uit tot vaste ontmoetingsplek

In De Bilt komen werelden samen: Buurtkamer groeit uit tot vaste ontmoetingsplek

Het Buurthuis, Foto: Pleun Jonkers

DE BILT – De Buurtkamer in de Voorhof trekt op dinsdagochtend steeds meer bezoekers. Wat begon als een kleinschalig initiatief van twee kerken, ontwikkelt zich tot een drukbezochte ontmoetingsplek waar buurtbewoners, nieuwkomers en taalstudenten elkaar vinden. Tijdens een bezoek blijkt hoe koffie, spelletjes en taalondersteuning elkaar versterken.

Rond half tien druppelen de eerste bezoekers binnen. Jassen worden opgehangen, stoelen schuiven over de vloer en vrijwilligers zetten koffie en koekjes klaar. Aan een lange tafel wordt een Rummikubspel klaargelegd, terwijl in een andere hoek een groepje begint te sjoelen. De sfeer is blij en vertrouwd; mensen begroeten elkaar met korte knikjes en sommigen met warme omhelzingen. De Buurtkamer is eenvoudig ingericht, maar dat doet niks af aan haar functie. De ochtend is bedoeld voor iedereen die behoefte heeft aan contact — of dat nu een praatje, een spelletje of simpelweg een plek om even te zitten is.

Coördinator van de buurtbijeenkomst, Ineke van der Wulp, ziet dat veel bezoekers een eerste stap spannend vinden. “Mensen zeggen vaak: ik ken niemand, dus ik durf niet,” vertelt ze. “Maar als ze eenmaal binnen zijn, merken ze dat het hier heel fijn is. En dan blijven ze terugkomen.” De Buurtkamer begon in 2022 met het openstellen van haar deuren op de dinsdagochtend. Het begon met drie bezoekers. “De week erna waren het er vijf,” zegt Van der Wulp. “En toen ging het groeien. Inmiddels zitten we bijna altijd boven de twintig.” Volgens haar is de vaste kern belangrijk voor de sfeer. “Ze herkennen elkaar, vragen hoe het gaat. Maar er komen af en toe ook wel nieuwe mensen bij. Vaak omdat iemand zegt: kom maar mee, ik ken daar iemand. De drempel is soms hoog, maar als mensen eenmaal komen, blijven ze”

Aan een van de tafels zit Joop, die vertelt waarom hij graag komt. Hij heeft diabetes en moet vaak naar het toilet. “Bij een normale kerkdienst is dat lastig,” zegt hij. “Dan moet je opstaan tijdens de dienst. Hier kan ik gewoon gaan wanneer ik wil. Dat geeft mij rust.” Voor hem is de Buurtkamer een plek zonder verwachtingen. “Je hoeft niet mee te spelen als je dat niet wilt. Je kunt ook gewoon zitten en luisteren. Iedereen laat elkaar in zijn waarde.”

In de aangrenzende zaal vindt tegelijkertijd taalondersteuning plaats. Vrijwilliger Marijke van Veelen begeleidt daar vluchtelingen, statushouders en andere nieuwkomers die Nederlands willen leren. De combinatie van Buurtkamer en taallessen blijkt volgens haar een onverwacht voordeel. “Sommige cursisten schuiven na de les aan voor koffie,” zegt ze. “Hier durven ze sneller Nederlands te oefenen. En ze ontmoeten mensen uit het dorp. Dat werkt enorm verbindend.”

Bij de ingang staat een grote tafel die een belangrijke functie vervult. Bezoekers van de Buurtkamer leggen er spullen neer voor mensen die het nodig hebben: kleding, pannen, speelgoed, spelletjes. Alles verdwijnt binnen korte tijd. “Net stonden hier nog drie stapels spelletjes,” zegt Van Veelen. “Nu is er nog maar één over.” Volgens haar laat dat zien hoe groot de behoefte is, maar ook hoe vanzelfsprekend het geven en nemen hier samenkomt. “Mensen hebben weinig, maar ze delen veel.”

De groep taalstudenten is divers. “We hebben mensen uit wel twintig landen,” zegt Van Veelen. “Sommigen wonen nog in het AZC, anderen zijn al jaren in Nederland. De verschillen in niveau zijn groot, maar iedereen is gemotiveerd.” Ze wijst naar Bibi Zhara, een jonge vrouw die elke week met haar partner komt. “Hij is na een uur helemaal op, maar zij zegt dan: prima, ik ga door met leren!” Ook vertelt ze dat op donderdagen een vrouw uit Afrika komt, altijd in haar mooiste kleren, die voor het eerst in haar leven les krijgt.

De Buurtkamer draait volledig op vrijwilligers. Ze zetten koffie, leggen spelletjes klaar en maken een praatje met bezoekers. Maar volgens Van der Wulp gaat het verder dan praktische taken. “Je merkt vanzelf of iemand behoefte heeft aan een gesprek,” zegt ze. “Soms blijft het bij een paar woorden, soms ontstaat er iets moois.” Vrijwilligers signaleren ook wanneer iemand extra ondersteuning nodig heeft. “We zijn geen hulpverleners,” benadrukt ze. “Maar we kunnen wel doorverwijzen. En soms is een luisterend oor al genoeg.”

Sinds de zomer van 2022 is er elke laatste dinsdag van de maand een gezamenlijke lunch. Voor twee euro schuiven bezoekers aan voor brood, beleg en soep. “Het is niets bijzonders,” zegt Van der Wulp. “Maar samen eten maakt de groep hechter.” De lunch blijkt een succes: bijna iedereen blijft. “Het is een extra reden om te komen.”

Rond het middaguur worden de laatste kopjes opgeruimd. Stoelen schuiven terug onder de tafels, spelletjes verdwijnen in de kast. Buiten regent het pijpenstelen, maar binnen hangt nog steeds de warmte van de ochtend. Bezoekers trekken hun jassen aan, groeten elkaar en zeggen tot volgende week.

De Buurtkamer is geen officiële voorziening en geen zorginstelling. Het is een eenvoudige ruimte met koffie, koekjes en vrijwilligers. Maar juist daardoor werkt het, zegt Van der Wulp. “Mensen voelen zich gezien. Dat is het belangrijkste.”

 

Een ontmoetingsplek, dat is waar de Buurtkamer in De Bilt voor staat. Bezoekers komen er samen voor een kop koffie, een gesprek of een spelletje. Naast de buurtkamer zit een Taalpunt waar mensen terechtkunnen voor hulp bij talen. In deze videoreportage vertellen Ineke van der Wulp van De Buurtkamer en Marijke van Veelen van het Taalpunt over het belang van deze ontmoetingsplekken voor inwoners van De Bilt.

Over de auteur

Pleun Jonkers

Ha! Ik ben Pleun, 17 jaar oud, en ik kom uit het Brabantse Veghel. Ik ben student journalistiek aan de Hogeschool Utrecht en maak momenteel producties voor de bewoners van Houten. Ik ben nieuwsgierig aangelegd met een liefde voor literatuur, kunst en muziek.