De Februaristaking van 1941 werd op donderdag 26 februari in Hilversum herdacht bij Seinhorst. Dit jaar werd er stilgestaan bij de inperking van persvrijheid, zowel tijdens de Februaristaking als in de hedendaagse wereld. Comitévoorzitter Jan Schriefer en fotograaf en filmmaker Kadir van Lohuizen benadrukten dat tegenwoordig de journalistieke onafhankelijkheid steeds meer onder druk komt te staan.
Tijdens de Februaristaking in Hilversum, die plaatsvond op 25 en 26 februari 1941, kwamen Hilversummers in verzet tegen de Duitse bezetter en de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. De staking begon in Amsterdam en verspreidde zich over andere steden, waaronder Hilversum. De directe aanleiding van de protesten was de razzia in Amsterdam, waarbij honderden Joodse mannen werden opgepakt. De Februaristaking was een van de eerste en grootste openlijke verzetsacties tegen het Duitse regime.
In Hilversum wordt de Februaristaking jaarlijks herdacht en dit jaar werd er aandacht gegeven aan de inperking van de persvrijheid. De herdenking werd geleid door Jan Schriefer, voorzitter van het herdenkingscomité. Pieter Broertjes, oud-burgemeester en erelid van het comité, opende de herdenking met een gedicht van Remco Campert. Daarna spraken journalist en auteur Ad van Liempt en fotograaf en filmmaker Kadir van Lohuizen. In hun speech legden ze verbanden tussen de inperking van persvrijheid tijdens de Tweede Wereldoorlog en nu. De herdenking werd afgesloten door de huidige burgemeester Gerhard van den Top.
Volgens voorzitter Jan Schriefer is het juist nu belangrijk om stil te staan bij de inperking van persvrijheid. ‘Dingen herhalen zich en dat zie je in de hedendaagse politiek’, aldus Schriefer. De voorzitter ziet vergelijkingen tussen de Tweede Wereldoorlog en wat er nu gebeurt in de Verenigde Staten met Donald Trump. Zo meent Schriefer dat zowel toen als nu ‘niemand durft te zeggen: “Je bent een gevaar voor de wereldvrede”’. Schriefer vertelt: ‘Het moet zo zijn dat de journalist zijn werk kan doen en verslag kan uitbrengen.’ De voorzitter hoopt met de herdenking meer bewustwording te creëren onder de Hilversummers. ‘De Februaristaking is een stukje geschiedenis waar we van moeten leren’, meent Schriefer.
Ook fotograaf en filmmaker Kadir van Lohuizen ziet, net als in de Tweede Wereldoorlog, dat tegenwoordig de onafhankelijkheid van journalisten onder druk staat. ‘Ik zit meer dan dertig jaar in het vak dus ik heb dat wel zien veranderen. Journalisten worden vaak als bedreiging gezien, omdat ze dingen naar buiten brengen die een regime onwelgevallig is.’ Van Lohuizen geeft hier het voorbeeld van Gaza, maar noemt net als Schriefer ook de Verenigde Staten. ‘Wat je in de krant leest of op het journaal hoort, zou een waarheid moeten zijn die je zou moeten kunnen geloven.’ Terwijl hij het voorbeeld geeft van Trump vertelt Van Lohuizen: ‘Je kunt maar gewoon wat beweren en dat schijnt dus zomaar te kunnen.’ Volgens Van Lohuizen is de journalistiek altijd subjectief, maar vertellen journalisten wel de waarheid, omdat zij zich houden aan de journalistieke mores.
Van Lohuizen ziet dat ook in Nederland dat persvrijheid in het nauw gedreven wordt. ‘Dat er zo erg is gekort op de publieke omroep, vind ik echt problematisch, want bij een democratie hoort een publieke omroep’, aldus Van Lohuizen. Volgens hem heeft de publieke omroep als taak de macht te bevragen. Van Lohuizen benadrukt dat vrijheid geen gegeven is: ‘Daar zullen we voor moeten vechten en persvrijheid en onafhankelijke media zijn daar een essentieel onderdeel van. Je ziet het gewoon ontsporen op het moment.’
