HILVERSUM – Op basisscholen is het vandaag weer die éne dag. Vandaag is het 1 april, dé dag waarop je je juf of meester ouderwets in de maling mag nemen. Dat gebeurt volop, zo ook in Hilversum op de Driewerf. Normaal hoor je niet om de haverklap een grapje, vandaag wel.
Terwijl de zon net opkomt heerst er achter de deuren van de Driewerf een bijzondere sfeer. Een sfeer die je maar eenmaal per jaar ervaart. Net zoals overal in Nederland is het vandaag ook op de Hilversumse basisscholen 1 april. Een scheetkussen ligt hier ten grondslag van de eerste grap van de dag. Het rubberachtige, ongepolijste geluid van ontsnappende lucht, het scheetkussen is een echte klassieker op 1 april. Uiteraard is het eerste slachtoffer een leraar die erop gaat zitten, de kinderen lachen. Gelukkig kan de leerkracht er zelf ook nog wel de grap van inzien.
Leerlingen lopen binnen. Er wordt wat gekletst, jassen worden opgehangen aan ieder zijn eigen kapstok en de leerlingen gaan zitten. Iedereen luistert aandachtig naar de juf of meester, zo ervaar ik vanaf de gang. Sommige kinderen praten iets te lang door, de juf grijpt in en krijgt de klas stil. In de pauze is het raak, de meeste grappen worden dan gemaakt. Iedereen weet uiteraard dat het vandaag 1 april is. ‘1 april, kikker in je bil, die er nooit meer uit wil’, zo klinkt een ouderwetse 1 april grap meermaals op het speelplein. Leerlingen gedragen zich niet persé anders, toch proef je een andere sfeer. Leerlingen weten dat het vandaag 1 april is, dat is het.
Gegiechel, geroezemoes en bovenal veel grappen die uitgehaald worden. Niet alleen bij juffen of meesters, ook bij leerlingen onderling worden er grappen uitgehaald. Niet iedereen is daar blij mee, toch hoort het erbij. Een van de meesters van de school, Martijn, leerkracht van groep 5 is blij dat de traditie nog leeft op de basisscholen in Nederland. ‘Ik hield vroeger al van grapjes uithalen, ik kon dus echt uitkijken naar deze dag. Toch snap ik ook dat er leerlingen zijn die het geluid van een scheetkussen op een gegeven moment wel zat zijn. Als leraar ervaar je dit uiteraard ook heel anders dan wanneer je zelf kind bent.
Het is het begin van de lente, de zon schijnt heerlijk. Ondanks dat de vogels fluiten, de zon schijnt en er al een aantal leerlingen zijn die met korte mouwen zitten zorgt zo’n dag als deze voor een verbeterde groepsdynamiek, zo merkt Martijn op. ‘Iedereen die lacht, dat maakt je als leerkracht ondanks de chaos ook wel weer erg vrolijk. Vooral de rijmgrappen zijn vaak populair, het woord kikkerbil kan ik vanavond denk ik wel dromen. Zo’n dag is voor een keer leuk, voor de rest van het jaar hoef ik in ieder geval geen scheetkussen meer te zien, te horen én er bovenop te zitten. Dat is ook wel weer prettig, haha.’