HILVERSUM – Het aantal inwoners in Hilversum dat een uitkering ontvangt tot de AOW-leeftijd is de afgelopen jaren opvallend stabiel gebleven. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat het totaal aantal uitkeringen sinds 2022 niet meer is veranderd.
Volgens arbeidseconoom en arbeidsmarktonderzoeker Lusine Virabyan is zo’n stabiel patroon ongebruikelijk. ‘Normaal gesproken zie je dat uitkeringen meebewegen met de economie. Dat het aantal meerdere jaren exact gelijk blijft, zie je niet vaak,’ zegt ze.
In 2021 telde Hilversum nog 2160 uitkeringen. In 2022 daalde dit aantal licht naar 2130, een afname van ongeveer 30 uitkeringen, oftewel 1,4 procent. Sindsdien is het aantal onveranderd gebleven. Daarmee komt de groei over de periode 2022–2025 uit op precies 0 procent.
Om deze ontwikkeling in perspectief te plaatsen, is gekeken naar steden met een vergelijkbare omvang en ligging: Delft, Alphen aan den Rijn, Amstelveen en Purmerend. Deze gemeenten hebben een vergelijkbaar aantal inwoners en liggen in de Randstad, waardoor ze onder vergelijkbare economische omstandigheden vallen.
In deze steden is juist een tegenovergestelde ontwikkeling zichtbaar. In alle vier de gemeenten neemt het aantal uitkeringen sinds 2022 toe. Die groei verschilt per stad, maar is in alle gevallen positief. Waar Hilversum geen verandering laat zien, stijgt het aantal uitkeringen in de andere steden met enkele procenten over dezelfde periode. De verschillen worden duidelijker wanneer gekeken wordt naar de ontwikkeling over meerdere jaren. In Hilversum blijft het aantal na 2022 stabiel, terwijl in de andere steden sprake is van een geleidelijke toename per jaar. Dat betekent dat het aantal uitkeringen daar niet alleen groeit, maar ook structureel blijft stijgen in plaats van te stabiliseren.
De cijfers wijzen erop dat Hilversum zich anders ontwikkelt dan vergelijkbare gemeenten in dezelfde regio. Waar elders een opwaartse trend zichtbaar is, blijft het niveau in Hilversum gelijk. Dit maakt de stad een uitzondering binnen een groep gemeenten met vergelijkbare kenmerken. Volgens Virabyan kan dit betekenen dat de instroom en uitstroom van mensen in de uitkering in Hilversum in balans zijn. ‘Er kan wel degelijk beweging zijn, maar als er evenveel mensen uitstromen als instromen, blijft het totaal gelijk.’
Tegelijkertijd laten de cijfers alleen het totaal zien en niet de onderliggende dynamiek. Zo is niet zichtbaar of de groei in andere steden wordt veroorzaakt door meer instroom, minder uitstroom, of beide. Ook is onduidelijk of specifieke groepen vaker gebruikmaken van uitkeringen, of dat de stijging gelijk verdeeld is over de bevolking.
Daarnaast is gekeken naar de verhouding tussen het aantal uitkeringen en het aantal inwoners. Ook daarin blijven de cijfers in Hilversum vrijwel gelijk, wat de stabiliteit verder bevestigt. In andere steden neemt niet alleen het absolute aantal uitkeringen toe, maar groeit ook het aandeel uitkeringsontvangers binnen de bevolking.
Wat wel duidelijk is, is dat de ontwikkeling in Hilversum afwijkt van de bredere trend. Waar vergelijkbare steden een gestage groei laten zien, blijft het aantal uitkeringen hier op hetzelfde niveau. Dat maakt de cijfers niet alleen opvallend, maar ook relevant voor verder onderzoek naar de oorzaken achter deze verschillen.