HOUTEN – De geestelijke gezondheidszorg komt onder druk staat en steeds meer jongeren kampen met mentale problemen, gemeenten en gezinnen zoeken naar alternatieven om eerder hulp te bieden. Gezinnen in Houten die vastlopen door opvoed- en gedragsproblemen kunnen terecht bij Atlas Jeugdhulp voor onder andere ambulante gezinsbegeleiding aan huis. Deze vorm van ondersteuning kan een belangrijke tussenstap zijn om zwaardere GGZ-zorg te voorkomen of uit te stellen. Deze begeleiding richt zich op gezinnen waar problemen al spelen, bijvoorbeeld bij overprikkeling door autisme of ADHD. Marjolein Dittmar, ambulante gezinsbegeleider en videohome trainer bij Atlas Jeugdhulp, vertelt hoe zij samen met ouders en kinderen werkt aan meer rust en begrip binnen het gezin.
Atlas is geen GGZ-instelling maar een jeugdhulpaanbieder, naast het team ambulante gezinsbegeleiding beschikken zij ook over een afdeling jeugd GGZ. Juist in een tijd waarin de reguliere GGZ vastloopt, zijn de wachttijden bij Atlas relatief kort, volgens Marjolein. ‘We zijn een groeiende organisatie waardoor we sneller kunnen starten dan veel andere instellingen.’ Ook bij de GGZ zijn de wachttijden relatief kort, in ieder geval korter dan bij veel reguliere GGZ-instellingen.
De gezinnen die bij Atlas terechtkomen, lopen vaak al langere tijd vast. Het gaat veelal om gezinnen met kinderen die kenmerken van autisme of ADHD laten zien, zoals overprikkeling en moeilijk gedrag. ‘Soms is er (nog) geen diagnose, maar merken ouders en school wel dat het niet goed gaat.’ Juist voor deze groep is het belangrijk om niet te lang te hoeven wachten op specialistische hulp.
Atlas wordt ingeschakeld via de gemeente, het sociaal team, Veilig Thuis of de huisarts. Ouders kunnen zich niet rechtstreeks aanmelden. ‘De gemeente bepaalt welke zorg passend is en zet ons vervolgens in.’ Juist doordat de begeleiding laagdrempelig is en thuis plaatsvindt, kan snel worden begonnen.
Volgens Marjolein speelt gezinsbegeleiding een duidelijke preventieve rol. ‘Ouders zitten soms echt met hun handen in het haar. Door al hulp te bieden terwijl ze nog op een onderzoek of diagnose wachten, voorkom je dat de situatie verder escaleert.’ Daarmee kan de druk op zowel gezinnen als de GGZ worden verminderd.
Zonder begeleiding kan de spanning in een gezin flink oplopen. ‘Kinderen kunnen agressief gedrag laten zien door overprikkeling. Ouders begrijpen dat gedrag niet altijd, worden boos en raken uitgeput.’ Als dit lang aanhoudt, kunnen problemen verergeren. ‘Door tijdig begeleiding in te zetten, kun je verdere escalatie voorkomen.’
De ambulante begeleiding bestaat uit gesprekken met ouders, individuele momenten met kinderen en soms gezamenlijke gezinsgesprekken. Daarnaast wordt soms video-hometraining ingezet. ‘Ouders zien zichzelf terug in de interactie met hun kind. Vaak herkennen ze dan zelf wat er misgaat en wat anders kan.’
De focus ligt op het verbeteren van de onderlinge interactie. ‘Ouders belanden soms in een negatieve spiraal waarin ze vooral corrigeren en straffen. Dat werkt vaak averechts.’ Door terug te kijken naar alledaagse interacties en deze samen te analyseren, om zo te kijken wat goed gaat en wat beter zou kunnen, worden opvoedvaardigheden verbeterd.
Ook kinderen worden actief betrokken. Via spelletjes, opdrachten en werkboekjes oefenen zij bijvoorbeeld emotieregulatie. ‘Met hulpmiddelen zoals een emotiethermometer leren kinderen hun boosheid herkennen en eerder ingrijpen.’ Dit helpt hen om beter met hun emoties om te gaan en voorkomt dat spanningen verder oplopen.
Ambulante gezinsbegeleiding is niet in alle gevallen toereikend. ‘Wij bieden geen therapie of behandeling. Als een kind bijvoorbeeld speltherapie of intensievere behandeling nodig heeft, verwijzen we door naar onze eigen afdeling Jeugd GGZ of naar andere specifieke jeugdhulpaanbieders.’
De duur van een traject verschilt per gezin. Vaak wordt begeleiding voor gemiddeld een jaar ingezet. ‘We werken met een begeleidingsplan waarin doelen worden vastgelegd waaraan we samen met het kind en het gezin werken. Als deze doelen nog niet behaald zijn, kan de ondersteuning worden verlengd.’
Volgens Marjolein merken veel gezinnen duidelijke verbetering. ‘We kunnen bijvoorbeeld kenmerken van autisme of ADHD niet laten verdwijnen, maar we kunnen kinderen en ouders wel handvatten geven om ermee om te gaan.’ Dat zorgt ervoor dat gezinnen minder snel opnieuw vastlopen.
Gezinsbegeleiding blijkt daarmee niet alleen ondersteunend, maar ook preventief te zijn. In een periode waarin de mentale gezondheid van jongeren verslechtert en de GGZ onder druk staat, kan vroegtijdige inzet van deze ondersteuning zwaardere zorg soms voorkomen en krijgen ouders en kinderen weer perspectief.