Odette Konter, verpleegkundig specialist bij het St. Antonius ziekenhuis, is al sinds haar 17e actief in de zorg. Haar carrière in de zorg kent vele rollen, zoals een leidinggevende rol als teamhoofd binnen de oncologie, maar na een aantal jaren leidinggeven kwam ze erachter dat het persoonlijke contact met patiënten voor haar het speciaals is. Als borstkankerspecialist werkt ze nauw samen met patiënten die een onzekere tijd beleven, maar wat maakt het werk in de medische wereld zo speciaal?
Waarom heeft u specifiek gekozen voor het medische werkveld?
‘Ik ben als 17-jarige de verpleging in gegaan, dit was dan een interne vier jarige opleiding voor verpleegkundige in het OudenRijn ziekenhuis in Utrecht. Daar ben ik een waarneming gaan doen als teamhoofd waardoor ik meer de leidinggevende kant op ging, maar ik bleef wel werkzaam binnen de afdeling oncologie. Toch vond ik dat ik met de leidinggevende rol ver van patiëntenzorg af stond wat wel het gene is waarom ik het allemaal ben gaan doen, namelijk het voor mensen zorgen. In het St. Antonius kon ik als verpleegkundig consulent aan het werk binnen de borstkankerzorg. Ik werkte samen met de chirurg op de polikliniek en daar was ik verantwoordelijk voor de begeleiding van patiënten, maar ook het logistieke proces voor hen regelen. Nadat ik dit drie jaar lang had gedaan ben ik de opleiding voor verpleegkundig specialist gaan doen.’
Wat maakt de specialisatie in borstkankerzorg zo speciaal?
‘Het is ontzettend dankbaar werk, maar ook afwisselend. Je zoekt steeds wat voor deze ene patiënt het beste is om te doen. Daarnaast zijn er ook heel veel ontwikkelingen binnen het vak. Je kunt ook echt iets betekenen voor mensen in een moeilijke fase van hun leven. Vooral het psychosociale aspect is voor mij speciaal, de band die je opbouwt met mensen en het feit dat jij de vaste aanspreekpersoon bent voor de patiënten is erg bijzonder. Je hebt veel verschillende disciplines, je werkt veel samen met andere specialismes. Het kan zo zijn dat er een patiënt bij mij komt, maar dat zij dan chemotherapie moeten krijgen. Dan overleg ik met oncologen en zet ik dat pad samen met hen helemaal uit. Patiënten komen altijd bij ons terug, waardoor wij een goede band opbouwen met de patiënt voor langer termijn tijdens een kwetsbare periode. Mensen geven jou het vertrouwen om hen zo goed mogelijk door het proces heen te loodsen.’
Is de rol van zorgverleners in de afgelopen jaren verandert?
‘Er is meer ondersteuning binnen de zorg dan toen ik als verpleegkundige nog aan bed stond en het eten en drinken ook zelf uitdeelde. Nu is daar gelukkig ondersteuning voor vanuit facilitaire dienst. Mensen blijven korter in het ziekenhuis, we worden ouder en mensen hebben vaker meerdere gezondheidsklachten. Vroeger lagen mensen met een blindedarmontsteking een week in het ziekenhuis, dat is nu niet meer. Alles is ook veel digitaler, vooral tijdens de Coronapandemie was er veel meer sprake van bellen en videobellen.’
Wat vraagt het werk van zorgverleners op emotioneel gebied?
‘We hebben elkaar daarin hard nodig. Zeker met het werk met jonge, maar ook oudere vrouwen, dat geeft dan op andere manier impact als zij slecht nieuws krijgen. Dat raakt mij zelf ook nog steeds. Wij vinden het belangrijk om patiënten gezamenlijk te bespreken. Ook is er aandacht als iemand een heel heftig slecht nieuws gesprek heeft gehad. Het helpt om dit met elkaar te delen. Ik heb soms wel eens dat ik denk: het is ook mensenwerk. Ik vind het ook niet erg als dit mij zelf raakt. Het zijn vooral de collega’s, wij hebben een heel fijn team en we zijn er voor elkaar. Ik ben met een van de chirurgen eens naar een begrafenis geweest van een jonge vrouw die wij samen een tijd behandeld hadden. Het was heel fijn dat wij dit samen konden doen. Haar partner en de familie heeft dat heel erg gewaardeerd. Wij hebben met haar een bijzondere band opgebouwd. Toch realiseer je je dat je dit echt niet bij elke patiënt kan doen. Je moet natuurlijk de grens bewaken tussen professioneel en de nabijheid. Het was erg uitzonderlijk, maar het voelde goed.’
Zijn er specifieke verhalen van patiënten die zijn bijgebleven?
‘Pas had ik een patiënt, die erg nerveus was voor de uitslag van een scan van haar gehele lichaam. Ik had de uitslag van de scan al binnen en zij zou een paar dagen later bij mij langskomen. Toen dacht ik, ik ga haar alvast bellen. Dat scheelt haar ook een aantal slapeloze nachten. Daar had ze helemaal niet op gerekend. Achteraf vertelde ze me dat ik haar slapeloze nachten had bespaard en dat het telefoontje van mij haar zo veel goeds had gedaan. Dat was voor mij ook weer bevestiging dat je verschil kan maken in iemands traject door de persoonlijke benadering.’