Leidsche Rijn

Selecteer Pagina

“Als je helemaal geen emotie meer voelt, dan moet je je afvragen of dit vak nog wel bij je past”

“Als je helemaal geen emotie meer voelt, dan moet je je afvragen of dit vak nog wel bij je past”

Op 4 april was het Internationale zwerfdierendag. Op deze dag wordt er aandacht gevraagd voor de miljoenen zwerfdieren. Dierenartsen komen het meest in contact met deze dieren. Dagelijks moeten ze deze behandelen. Hoe is het voor hen achter de schermen? Hoe is het om met terminale dieren en met emotionele eigenaars om te gaan? Silke is pas twee maanden aan het werk als dierenarts bij MARK, maar ze heeft in deze korte tijd al gemerkt dat het vak veel zwaarder is dan alleen het behandelen van dieren.  

 

Hoezo bent u dierenarts geworden? 

“Eigenlijk wist ik het al vanaf dat ik een kind was; ik denk dat je dat heel vaak hoort in de diergeneeskunde. Ik wilde gewoon niets anders worden. De reden is natuurlijk de liefde voor dieren, maar daarnaast is het mensencontact ook heel belangrijk. Dat onderschatten mensen soms, maar ik hield als kind al van dieren én ik vind de medische kant van het vak ontzettend interessant. Het was voor mij echt een no-brainer om dit te gaan studeren”. 

 

Wat betekent het werk nou echt voor u als u om acht uur ’s ochtends binnenkomt?  

“Ik vind elke dag leuk, juist omdat ik elke dag weer wat nieuws zie. Het is heerlijk om in de spreekkamer te staan met de mensen; we vinden goed contact met klanten in deze praktijk heel belangrijk. Naast het sociale contact is het werk vaak een puzzel. Dieren kunnen immers niet praten, dus je moet op andere manieren proberen te achterhalen waar ze pijn hebben of wat er speelt”. 

 

U zegt dat u elke dag wat nieuws meemaakt. Wat is het zwaarste wat u tot nu toe heeft gezien? 

“Laatst had ik een hondje met waarschijnlijk een tumor in de lever of de milt die was gaan bloeden in de buik. Je hebt dan twee opties: per direct opereren om de bloeding te stoppen, wat soms niet eens kan, of afscheid nemen. Dat is lastig, want voor mensen is een dier vaak echt een familielid. Het mooie is wel dat wij als mensen kunnen beslissen om een dier verder lijden te besparen en hem uit zijn lijden te verlossen”. 

 

Hoe zwaar is het voor u persoonlijk als een dier moet worden ingeslapen?  

“Op een gegeven moment leer je daar wel mee omgaan. Het is voor mij minder zwaar als ik weet dat het voor het dier echt beter is. Toch blijft het moeilijk omdat eigenaren vaak heel emotioneel zijn, zeker als het afscheid plotseling komt. Maar de gedachte dat je het dier echt helpt, geeft mij een soort rust”. 

 

Neemt u die emoties ook mee naar huis?  

“Soms wel, zeker als het mensen zijn waar je al een persoonlijke band mee hebt opgebouwd. Mijn eerste euthanasie was bij een ouder stel thuis. Dat was pittig omdat het voor hen echt als hun kind voelde en je die emotie in hun eigen huis heel sterk voelt. Toen ik daar wegging, moest ik echt mijn best doen om zelf niet te gaan huilen”. 

 

Heeft u dan al wel eens echt moeten huilen om een situatie? 

 “Tot nu toe ben ik er redelijk goed in om het op het moment zelf weg te drukken en er pas later bewust over na te denken. In de spreekkamer is het dus nog niet gebeurd, maar ik verwacht dat dit in de toekomst zeker wel gaat gebeuren. Dat is ook belangrijk; als je helemaal geen emotie meer voelt, moet je je afvragen of dit vak nog wel bij je past. Als je het aan een collega hier vraagt, zullen ze je vast een situatie kunnen noemen waar ze om moesten huilen “. 

 

Is er ook een moment geweest waarbij u dacht: ‘Ja, hier doe ik het voor’?  

“Zeker, laatst hadden we een puppy die heel jong en ontzettend zwak was. Met onze hulp zag je dat diertje weer helemaal opknappen. Het geeft zoveel voldoening om zo’n dier dan weer een kans te geven op een goede start in het leven, dat zijn de momenten waar ik het voor doe”. 

Over de auteur