Vrijwilliger Karin (56), die nu vier jaar meedraait bij De Kindertelefoon, vertelt vanuit haar eigen ervaring dat ze de laatste tijd vaker wordt gebeld of gechat over onderwerpen die haar raken. In haar diensten heeft ze het gevoel dat gesprekken over geweld, misbruik en pesten vaker langskomen dan een paar jaar geleden. “Het is natuurlijk mijn indruk vanuit wat ik zelf hoor en meemaak, maar het voelt alsof de zware thema’s vaker op tafel komen dan eerder,” zegt ze.
Karin draait ongeveer één dienst per week en spreekt kinderen en jongeren via telefoon én chat. Ze ziet daarbij een grote variatie aan verhalen: van pestgedrag op school of online tot ingewikkelde thuissituaties. Soms merkt ze dat kinderen zich thuis niet veilig of prettig voelen, of dat ze het liefst zo min mogelijk thuis zijn. “Dat soort zinnen blijven hangen,” vertelt ze. “Niet omdat ik er meteen conclusies aan wil verbinden, maar omdat je voelt hoeveel spanning er achter kan zitten.”
Wat haar ook opvalt, is dat de coronaperiode voor veel mensen hét moment was waarop je extra zorgen verwachtte, omdat kinderen vaker thuis waren en minder contact hadden met school en anderen. Toch heeft Karin het idee dat juist nu, achteraf, veel kinderen nog steeds – of opnieuw – worstelen en dat ze die worstelingen vaker benoemen in contactmomenten. “Ik had zelf verwacht dat het vooral toen zou pieken. Maar in mijn diensten lijkt het alsof die zware onderwerpen niet zijn verdwenen, misschien zelfs eerder vaker terugkomen,” zegt ze voorzichtig.
Stress is volgens Karin een thema dat geregeld terugkeert. Ze heeft het gevoel dat kinderen sneller druk ervaren dan een aantal jaren geleden: over school, vrienden, thuissituatie en verwachtingen. Tegelijk ziet ze ook veerkracht. “Wat ik mooi vind: zelfs als het niet meteen om de allerzwaarste dingen gaat, hoor ik vaak dat kinderen zélf al ideeën hebben om ermee om te gaan. Soms helpt het al om samen hardop te sorteren: wat kan je vandaag doen, wie kan je vertrouwen, wat zou een kleine stap kunnen zijn. Dan hoor je opluchting aan de andere kant.”
In bredere zin sluiten Karins indrukken aan bij wat vaker in landelijke onderzoeken wordt beschreven: dat veel jongeren mentale klachten en stress ervaren. Het RIVM-kwartaalonderzoek naar jongeren laat bijvoorbeeld zien dat het gemiddelde mentale welzijn sinds de coronapiek langzaam herstelt, maar nog niet op het niveau van vóór de pandemie ligt, en dat stresservaringen verschillen per groep.
Ook het NJi benadrukt dat het belangrijk is dat jongeren hun problemen kunnen delen. Tegelijk waarschuwt het NJi dat een sterke focus op negatieve mentale gezondheid ook averechts kan werken: emoties horen bij het leven en zijn niet automatisch “afwijkend” of “verkeerd”.
Voor Karin zit de kern vooral in wat zo’n gesprek op dat moment kan betekenen. Ze benadrukt dat De Kindertelefoon voor veel kinderen voelt als een laagdrempelige, anonieme plek om te praten. “Ik merk hoe helpend het kan als iemand echt luistert,” zegt ze. “Soms is het voor een kind al groot dat ze hun verhaal durven vertellen en ervaren: ik word gehoord, en ik ben niet de enige die hiermee zit.”
