LEIDSCHE RIJN – Uit verschillende onderzoeken blijkt dat basisscholen steeds meer te maken krijgen met groeiende klassen en meer zorgvragen. In een lokaal van een basisschool, waar de tafeltjes dicht op elkaar staan en leerlingen door elkaar praten, wordt duidelijk hoe deze ontwikkelingen in de praktijk zichtbaar zijn. In een gesprek met docent Femke Bijen komen de gevolgen naar voren: het onderwijs wordt intensiever en de werkdruk neemt toe.
Het gesprek vindt plaats op de basisschool uit haar eigen jeugd. In het lokaal zitten de leerlingen dicht bij elkaar, de kleurpotloden liggen nog verspreid over de tafels van de vorige opdracht, op de achtergrond klinkt geroezemoes. Tussen het lesgeven door neemt docent Femke Bijen de tijd om te vertellen hoe het onderwijs de afgelopen twee jaar in haar ogen is veranderd. Ze verteld dat de klassen simpelweg steeds voller raken door alle binnenstromende aanmeldingen. “Het klinkt een beetje raar maar dat komt door bijvoorbeeld de coronababy’s, er is gewoon een hele grote groep kinderen die nu instroomt,” zegt zij. Tegelijk merkt zij ook dat ouders steeds kritischer worden en bewuster kiezen voor een school.
Toenemende druk op scholen
Door de groei van wijken zoals Leidsche Rijn neemt de vraag naar onderwijs toe. De verwachting is dat het aantal leerlingen in Utrecht blijft groeien tot ongeveer 53.596 leerlingen in 2040, dit is een groei van ongeveer 1.500 leerlingen per jaar. Om deze groei op te vangen, zet de gemeente in op uitbreiding en aanpassingen van scholen, zodat er voldoende ruimte blijft voor alle leerlingen.
De druk is niet alleen zichtbaar aan de volle klassen, maar ook merkbaar voor ouders. Dahne, een moeder uit de regio, merkt hoe lastig het is om een plek op de basisschool te vinden. Tegenwoordig hebben veel populaire scholen een wachtlijst.“Je wilt gewoon graag dat je kind dichtbij naar school kan, het liefst in eigen wijk,” zegt zij.
Gevolgen in de klas
Ook zijn de gevolgen zichtbaar in de klassen. Groepen worden steeds groter en de verschillen tussen de leerlingen nemen toe. In sommige gevallen zijn er klassen met meer dan dertig leerlingen.“We hebben nu een groep 4 van 34 leerlingen, dat is gewoon heel groot,” zegt Bijen. Tijdens het gesprek benoemt zij dan ook dat het steeds moeilijker wordt om alle leerlingen goed te begeleiden. “Het is niet meer alleen lesgeven op één niveau, je geeft les op meerdere niveaus tegelijk.”
Naast te grote klassen speelt ook de zorgvraag een steeds grotere rol. Docenten krijgen steeds meer te maken met uiteenlopende situaties, van leerproblemen tot gedrags- en thuissituaties. Terwijl het geluid van de kinderen op de gang doorgaat, benoemt Bijen dat ze het hier soms wel moeilijk mee heeft.“Je wil eigenlijk alle kinderen zo goed mogelijk helpen, maar dat lukt gewoon niet altijd.”
Door de hoge druk gaat de aandacht in de klas vaak naar de leerlingen die een extra duwtje in de rug nodig hebben. Dit betekent voor de andere leerlingen dat er soms gewoon minder aandacht is.“Je moet keuzes maken in je prioriteiten, en dat is soms lastig,” zegt Bijen.
Oplossingen en uitdagingen
Volgens het gemeentelijk beleid wordt geprobeerd de druk te verminderen door te investeren in onderwijshuisvesting. Dat betekent dat er nieuwe scholen worden gebouwd, of dat al bestaande scholen worden uitgebreid. Er wordt daarnaast ook gekeken naar flexibelere schoolruimtes. Deze schoolruimtes zijn flexibel in te richten, afhankelijk van wat de leerlingen nodig hebben.
Ondanks de plannen om het onderwijs uit te breiden, lijkt het erop dat in snelgroeiende wijken zoals Leidsche Rijn niet voldoende ruimte is om nieuwe scholen te bouwen. Hierdoor moeten sommige leerlingen uitwijken naar scholen in andere wijken. Dat vergroot dan weer de druk op het onderwijs in andere delen van de stad.
Wat tijdens het gesprek en in de klas opvalt, is dat de druk niet alleen een toekomstprobleem is maar nu al heel erg voelbaar is. De combinatie van groeiende klassen en toenemende zorgvraag zorgt ervoor dat leerkrachten steeds meer moeten schakelen.
