De verschillen in opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen in Utrecht zijn ook in 2026 nog steeds groot. In sommige wijken gaat een ruime meerderheid stemmen, terwijl in andere wijken nog niet eens de helft komt opdagen. Uit de nieuwe cijfers van de gemeente Utrecht blijkt dat de opkomst wel is gestegen, maar dat de verschillen tussen wijken blijft bestaan.
In meerdere wijken is de opkomst in 2026 hoger dan in 2022. In West ging bijvoorbeeld 68,6 procent stemmen (tegen 61,4 procent in 2022) en in Noordwest steeg de opkomst van 43,7 naar 57,6 procent. Toch zijn de verschillen nog steeds duidelijk. In Overvecht kwam in 2026 maar 40 procent van de kiesgerechtigden opdagen, terwijl dat in Noordoost 75,7 procent was. Opvallend is dat de Binnenstad juist een daling laat zien, van 84,6 procent in 2022 naar 66,3 procent in 2026. Het verschil tussen verschillende wijken blijft daarmee ruim 35 procentpunt.
Bij deze cijfers hoort wel een belangrijke nuance. Utrechters konden stemmen in elk stembureau in de stad, dus niet alleen in hun eigen wijk. De opkomst per wijk is berekend op basis van het aantal kiesgerechtigden dat aan een wijk is gekoppeld en het aantal stemmen. Daardoor zit er een onzekerheid in de cijfers. Ook is de Binnenstad lastig te vergelijken: bij de verkiezingen van 2022 zijn stemmen van grote locaties zoals Utrecht Centraal niet meegerekend, terwijl dat in 2026 wel zo is.
Volgens Josje den Ridder, onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, hebben de verschillen vooral te maken met wie er in een wijk wonen. ‘Opkomstverschillen hangen heel sterk samen met wie er in een wijk wonen,’ zegt ze. ‘Mensen met een lagere opleiding, jongeren en mensen met een migratieachtergrond gaan gemiddeld minder vaak stemmen.’ Als dat soort groepen meer in een wijk wonen, ligt de opkomst daar dus automatisch lager. Ze zegt ook dat stemmen sociaal gedrag is: ‘Als mensen in jouw omgeving stemmen, doe je dat zelf ook eerder.’ Daardoor blijven verschillen tussen wijken vaak bestaan.
Een andere belangrijke reden is dat veel mensen weinig weten over lokale politiek. ‘Veel mensen weten niet goed wat de gemeente doet of waar de verkiezingen over gaan,’ zegt den Ridder. Omdat gemeenteraadsverkiezingen veel minder aandacht krijgen dan landelijke verkiezingen, voelen ze voor veel mensen minder belangrijk. Ook vertrouwen speelt een rol. ‘Sommige mensen denken dat hun stem toch geen verschil maakt of dat de politiek niet naar hen luistert.’
De lage opkomst is al langer een probleem en is lastig op te lossen. Gemeenten proberen van alles, zoals campagnes en extra stembureaus, maar dat werkt maar beperkt. ‘We weten uit onderzoek dat het heel moeilijk is om dit te veranderen. Er zijn geen snelle oplossingen,’ zegt Den Ridder. Volgens haar moeten gemeenten ook buiten verkiezingen om beter contact zoeken met inwoners, vooral in wijken waar weinig mensen stemmen. De cijfers van 2026 laten zien dat de opkomst wel iets stijgt, maar dat de verschillen tussen wijken gewoon groot blijven. Daardoor worden niet alle groepen in de stad even goed vertegenwoordigd.