UTRECHT – Het onveiligheidsgevoel onder inwoners van Utrecht verschilt aanzienlijk per wijk. Uit recente cijfers uit 2025 blijkt dat delen van de stad zoals Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern waar ongeveer 40% van de inwoners zich weleens onveilig voelt. In andere wijken liggen die percentages aanzienlijk hoger, zoals rond het Bolle Dak (55%) en in Overvecht (58%).
De verschillen zijn duidelijk zichtbaar in de cijfers, waarin Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern onderaan de lijst staan. Toch betekent dit niet dat de zorgen in deze wijken minder serieus genomen hoeven te worden.
De cijfers spelen een rol in de discussie over veiligheid in de stad. Aanleiding hiervoor is onder meer een motie van David Bosch van UtrechtNU!, die zich richtte op de veiligheid in en rondom het Máximapark. Volgens hem hebben incidenten in 2025 bijgedragen aan een toename van het onveiligheidsgevoel onder bezoekers.
Ook vanuit de omgeving komen signalen dat het gevoel van veiligheid onder druk staat. Hockeyclub Fletiomare, actief in het Máximapark, heeft ouders gewaarschuwd en geadviseerd hun kinderen niet alleen te laten fietsen in het gebied. Dat soort berichten versterken het gevoel dat de situatie als onveilig wordt ervaren.
De gemeenteraad wees de motie uiteindelijk af. Burgemeester Sharon Dijksma gaf aan dat de beperkte capaciteit van politie en handhaving schaars is. Volgens Dijksma kan dit beter worden ingezet in wijken waar het onveiligheidsgevoel nog hoger ligt. Extra inzet in het Máximapark wordt daarom niet als prioriteit gezien.
Ook andere maatregelen liggen gevoelig. Extra verlichting botst met het ecologisch plan van het gebied, en cameratoezicht blijft een onderwerp van discussie vanwege privacy.
“Het probleem wordt eigenlijk verschoven”
Volgens beveiliger Lieke die al enkele jaren meeloopt in Utrecht wordt het veiligheidsprobleem met de huidige aanpak niet opgelost, maar juist verschoven. “Ik vind het zorgwekkend dat er niet tijdelijk langs bepaalde regels gekeken kan worden in het belang van de bewoners en hun veiligheid. Op deze manier wordt het probleem alleen maar naar voren geschoven.” zegt ze.
Lieke kan zich goed voorstellen dat bewoners zich niet gehoord voelen: “Ik kan zeker begrijpen dat mensen zich niet gehoord voelen. Omdat er andere prioriteiten zijn, betekent dat niet dat hun gevoel onterecht is,” zegt ze.
Balans tussen cijfers en beleving
De situatie roept een bredere vraag op: hoe moet de gemeente omgaan met verschillen tussen objectieve cijfers en het gevoel van veiligheid?
Hoewel de cijfers laten zien dat sommige wijken, zoals Overvecht, hogere percentages onveiligheidsgevoel kennen, betekent dit niet dat andere wijken met lagere percentages minder serieus genomen hoeven te worden.
Binnen de discussie over extra inzet in het Máximapark wordt benadrukt dat er keuzes gemaakt moeten worden binnen de beschikbare middelen. Er is niet altijd ruimte om overal extra maatregelen te nemen.
Daarbij wordt ook opgemerkt dat er een verschil kan bestaan tussen de gemeten cijfers en het daadwerkelijke gevoel van onveiligheid. Niet iedereen kan volledig worden meegenomen in het onderzoek, waardoor het beeld kan afwijken van de werkelijkheid.
De burgemeester geeft aan te willen kijken naar mogelijke oplossingen. Tegelijkertijd stelt zij dat de mogelijkheden voor extra maatregelen beperkt zijn door de beschikbare middelen en bestaande regels.
Wat duidelijk wordt: veiligheid gaat niet alleen over statistieken, maar ook over hoe bewoners de stad ervaren.
