Leidsche Rijn

Selecteer Pagina

Uithuisplaatsingen in Utrecht dalen maar de zorgduur stijgt hard

Uithuisplaatsingen in Utrecht dalen maar de zorgduur stijgt hard

Het aantal uit huis geplaatste kinderen daalt al jaren in de Domstad.

UTRECHT – De daling van het aantal uithuisplaatsingen verhult een groeiend probleem in de jeugdzorg. De landelijke stijging van 36 procent in de zorgduur en de aanhoudend lange wachtlijsten wijzen er echter op dat de problematiek zich verplaatst in plaats van structureel wordt opgelost. Hoewel officiële cijfers een succesvol beleid suggereren, waarschuwen experts dat de dalende trend een vertekend beeld geeft van de daadwerkelijke zorgbehoefte.
Op papier lijkt het jeugdzorgbeleid in de Domstad zijn vruchten af te werpen. Volgens de data van ZorgNed, gepubliceerd door Utrecht in Cijfers, ontvingen in 2016 nog circa 335 Utrechtse kinderen jeugdhulp met verblijf, waarna dit aantal daalde en zich in 2025 stabiliseerde rond de 270 jongeren. Deze daling van ruim negentien procent sluit aan bij de landelijke ambitie van staatssecretaris Judith Tielen om het zorggebruik binnen de gespecialiseerde jeugdzorg terug te dringen van één op de zeven naar één op de tien jongeren in 2028. De praktijk laat echter zien dat deze afname niet per definitie voortkomt uit een lagere zorgbehoefte.

De verstopping in cijfers
Wie de cijfers uit de recente kamerbrief Jeugd van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport leest, ziet een meespelende factor. Hoewel de instroom naar woonvoorzieningen afneemt, is de gemiddelde duur van de geboden jeugdhulp aan thuiswonende jongeren tussen 2015 en 2024 met maar liefst 36 procent gestegen, van gemiddeld 297 naar 403 dagen.

Harmke Bergenhenegouwen, expert in ‘het voorkomen van uithuisplaatsing’ bij het Nederlands Jeugdinstituut (NJi), reageert op deze stijging: ‘Wat we zien is dat de kennis om uithuisplaatsingen te voorkomen is versterkt en we moeten dat gewoon niet doen, uithuisplaaten.’
Desondanks stelt zij: ‘Wat je wel ziet is dat het aantal uithuisplaatsingen naar beneden gaat, maar het aantal crisisplaatsingen gaat omhoog.’ Volgens Bergenhenegouwen zorgt de focus op zo thuis mogelijk opgroeien ervoor dat hulptrajecten in de thuissituatie eindeloos worden gerekt. Dit leidt tot een stijging in het aantal acute crisisuithuisplaatsingen, omdat situaties thuis escaleren voordat er door middel van passende hulp wordt ingegrepen.

Verhullende wachtlijsten
Naast de stijgende zorgduur zorgen lange wachtlijsten voor een vertekend beeld in de statistieken. Manja Thomas, jeugdhulpverlener in een wijkteam van de gemeente, bevestigt dat jongeren die op een wachtlijst staan simpelweg niet worden meegeteld in de actuele cijfers. ‘Het onderzoek voor de Raad van de Kinderbescherming duurt op dit moment gemiddeld negen maanden.’, zegt Thomas. Gedurende deze steeds langer wordende periode van wachten, blijven gezinnen zowel gewild als ongewild zonder de noodzakelijke hulp. Dit kan de daling in de cijfers van de gemeente deels verklaren.

Thomas kaart bovendien misstanden aan bij de besteding van budgetten. De gemeente stelt een ruim budget ter beschikking voor jeugdhulp, maar in de praktijk gaat dit geld niet altijd naar de zorg voor het kind. ‘Daar wordt enorm gefraudeerd,’ aldus de jeugdhulpverlener. ‘Soms heeft een kind echt een aantal uren per week aan behandeling nodig. Die hulp wordt dan niet geboden, maar de uren worden wel gedeclareerd.’

Labels in plaats van hulp
Hoewel data vooral een verschuiving naar meer ambulante ondersteuning laten zien, leggen experts een probleem bloot dat in de statistieken verhult blijft. Namelijk het overmedicalisering van kinderen. Waar de cijfers suggereren dat er meer hulp aan huis wordt geboden, waarschuwen professionals dat dit in de praktijk vaak neerkomt op het labelen van het kind in plaats van onderliggende problematiek aanpakken binnen het gezin. Bergenhenegouwen schetst het zogeheten ‘ADHD-weggetje’ dat volgens haar in de praktijk veel voorkomt. ‘Wanneer een kind op school druk gedrag vertoont, wordt er al snel aan ADHD gedacht. De huisarts stuurt aan op een diagnostisch onderzoek, waardoor het kind in een medische molen belandt.’, stelt de expert. Volgens haar ligt de daadwerkelijke oorzaak van het gedrag echter vaak extern, zoals bij financiële problematiek of ruzies tussen de ouders: ‘Het is makkelijker om een diagnose te stellen dan dat je ouders aanspreekt op hun gebreken.’
Thomas herkent dit en stelt dat haar wijkteam om die reden bewust geen diagnoses afneemt. Zij ziet dat een medisch label door ouders regelmatig wordt gebruikt als een ‘toverstafje’ waarmee de verantwoordelijkheid volledig bij het kind wordt gelegd: ‘Ouders eisen dat het kind verandert, terwijl de opvoedstijl of de dynamiek thuis het eigenlijke probleem vormen.’ Deze vorm van overmedicalisering zorgt ervoor dat de werkelijke onderliggende crisis binnen een gezin in de cijfers buiten beeld blijft.

Effectiviteit
Bergenhenegouwen zegt niet dat het streven naar minder uithuisplaatsingen op zichzelf onjuist is. Desondanks ziet zij een zorgwekkende verschuiving in de praktijk. De combinatie van een daling in geplande uithuisplaatsingen en een gelijktijdige stijging van het aantal acute crisisplaatsingen maakt de vraag naar de effectiviteit van het huidige beleid onvermijdelijk.

Bovendien laten cijfers van ZorgNed en de signalen uit de praktijk zien dat de druk op de jeugdhulp in de stad, zich binnen het systeem verschuift. De daling die zichtbaar is in de statistieken van het aantal uithuisplaatsingen naar circa 270 jongeren, verhult het aantal jongeren op de wachtlijsten dat oploopt tot een jaar of langer. De verbeterde cijfers in de Domstad wijzen daarmee niet per definitie op een verbeterd beleid. Juist daardoor rijst de vraag of de huidige ambitie van staatssecretaris Tielen in de praktijk wel realistisch is.

 

Over de auteur

Sara Berkhout

Sara Elena Berkhout (Den Haag, 13 november 2000) groeide op als jongste van zes kinderen, waar ze zowel haar gevoel voor verbondenheid als haar Haagse directheid ontwikkelde. Ze rondde een muziekopleiding af, waarna ze zich richtte op haar journalistieke interesse in verhalen achter het nieuws. Een reis naar Kenia in 2016 versterkte haar fascinatie voor humanitaire thema’s en de waarde van persoonlijke verhalen.