Nieuwegein

Selecteer Pagina

Als traumachirurg op de winterse spoedeisende hulp

Als traumachirurg op de winterse spoedeisende hulp

Het was een extreme jaarwisseling. De verwachting was een nacht vol vuurwerkspettakels met luide knallen en opgeblazen ledematen; nog één laatste rondje. Vanaf 2026 gaat er een vuurwerkverbod in. Na deze nacht verschenen veel berichten in de media: vondelkerk afgebrand, geweld tegen politie en verwondingen. Philippe de Rooij had dienst in de nacht van 31 december op 1 januari. Hij is traumachirurg in het Erasmus MC in Rotterdam. Na de nieuwjaarsdrukte kwam ook nog het winterse weer langs. Dit verandert het gezicht van de spoedeisende hulp.

Happy new year

‘Zo een avond is altijd druk. Maar eerlijk gezegd viel het me nog mee. Door de voorspellingen in de media had ik meer drukte verwacht, dat de hel los zou breken na twaalf uur.  Normaal slaap ik thuis tijdens een nachtdienst. Als ik gebeld word moet ik binnen een kwartier in het ziekenhuis zijn. Deze dienst sliep ik in het ziekenhuis. Dat deed ik omdat ik verwachtte opgeroepen te worden, maar vooral door de onbegaanbare stad die ik zou moeten doorkruisen om bij het ziekenhuis te komen. We hebben piketkamers in het ziekenhuis. Dat zijn kamers op een speciale afdeling voor medewerkers die ’s nachts wachtdienst hebben en elk moment opgeroepen kunnen worden. Het is een nette kamer met een bed en een eigen badkamertje. Je moet het zien als een klein hotel in de kelder van het ziekenhuis. En tuurlijk, het was drukker dan een gewone nachtdienst, maar ik heb nog best wat uren geslapen. Wat we meestal zien met oud en nieuw zijn ongevallen door overmatig drinken, drugsgebruik en mensen die gekke dingen doen met vuurwerk. Soms komt er nog een familieruzie voorbij tijdens dit soort feesten. Echter heb ik eerdere jaren meegemaakt die veel drukker waren dan dit jaar. Toen stonden we in drie kamers naast elkaar spoedoperaties uit te voeren. Zo een dienst laat zich ook niet voorspellen. Ongelukken houden zich niet aan statistieken. Het is hollen of stilstaan. En als we hollen, doen we dat met het hele team. Dat verbindt ontzettend.’

De binnenkomers van de spoedeisende hulp

Als traumachirurg ben je verantwoordelijk voor patiënten die in het ziekenhuis liggen met acute problemen. Gelukkig hadden we de opgenomen patiënten allemaal voor de jaarwisseling geopereerd. Zo konden we vol inzetten op de acute gevallen die binnenkwamen. Iemand was bijvoorbeeld met de auto tegen wand van de maastunnel gereden. Een ander had een vuurpijl in zijn oog. Er waren ook drie mensen met verschroeide handen binnengekomen. Eén viel nog te redden, maar van de andere twee was geen hand meer over. Die moet je dan amputeren. Het is wel ernstig. Dit gaat om jonge mensen, tieners zelfs. Die zullen nu voor de rest van hun leven hun hand of oog moeten missen. De plastisch chirurg heeft de handletsels behandeld. Ik was op de spoedeisende hulp om mensen met ernstig letsel op te vangen en te stabiliseren. De traumahelikopter heeft vroeg op de avond nog gevlogen en spoedgevallen gebracht, maar in de nacht bleef het vrij rustig. Niet omdat het niet kon door vuurwerk, de helikopter vliegt daar heel ver boven. Vanaf de grond lijkt het alsof die vuurpijlen heel hoog gaan, maar toen ik nog traumahelikopterdiensten draaide zag ik dat dat wel meevalt. De helikopter vliegt op 300 meter. Dat zo hoog als de Eiffeltoren is. Alleen bij de landing moet je even opletten. Maar mensen snappen wel dat je even moeten stoppen met vuurwerk afsteken als er een traumahelikopter laag overvliegt.

Winterweer

‘Ik merk geen extreme drukte door de gladheid. Komende week hebben we bijvoorbeeld wel één dag waarop we het programma helemaal vullen met gebroken polsen. Omdat wij een academisch ziekenhuis zijn behandelen wij over het algemeen alleen de ergste en gecompliceerde gevallen. Gebroken ledematen worden meestal doorverwezen naar kleinere ziekenhuizen. Zij zullen nu wel grote drukte hebben. Wij kunnen deze patiënten niet opvangen. Als we dat zouden doen hebben we geen plek meer voor de ernstigste gevallen. Over het algemeen letten mensen wel extra goed op met winters weer. Ze gaan minder de weg op. Als ze gaan, dan heel voorzichtig. Zo valt het tegen elkaar weg en valt de drukte wel mee. Echter ontgaat het winterse weer ons niet. Bijvoorbeeld door auto-ongelukken zien we mensen met hersenletsel, gebroken wervels, een klaplong of een bloeding in de lever. Dit is niet te behandelen in een klein ziekenhuis en deze mensen zien wij dan weer. Verkeersongevallen zien we toch het vaakst in de zomer, mensen zijn dan roekelozer en halen hun motoren van stal. Het is van alle seizoenen, maar andere oorzaken van het ongeval.’

 

Over de auteur

Juliette Niers

Juliette Niers (18) is een eerstejaars-student journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. Ze heeft een speciale interesse in persoonlijke verhalen van mensen en leert graag bij over culturen en landen. Het eerste halfjaar van haar studie stort ze zich op het lokale nieuws uit Nieuwegein. Mocht u een leuk nieuwtje voor haar hebben kunt u haar altijd een mailtje sturen op: juliette.niers@student.hu.nl -of een berichtje naar: 0618261211