Nieuwegein— Buurtsportcoach Senna Fransen uit Nieuwegein heeft een passie om kinderen aan het sporten te krijgen. Tijdens zijn SportMix lessen daagt hij kinderen uit om verschillende sporten uit te proberen om zo hopelijk hun sportvuur te vinden. Door het dalende aantal kinderen dat voldoende beweegt, wijdde hij in De Digitale Stad Nieuwegein een column aan alle voordelen van sport. Op deze dinsdagmiddag staat een tiental kinderen naast de gymzaal in Fokkesteeg ongeduldig voor de deur te wachten.
‘Jongens en meisjes, jullie mogen alle ballen even terugleggen’, galmt het door de lege gymzaal. Alle kinderen gaan braaf in een rijtje zitten. Meester Senna legt de spellen van vandaag uit en de kleine scholieren wiebelen op hun zitplaatsen van opwinding. De kinderen moeten met hun hoofd naar de muur kijken. Senna doet voor: als je een tikje op je schouder krijgt, ben je een tikker. Bij twee tikjes ben je een bevrijder. En bij drie tikjes? ‘Een rode smurf!’ Schalt het door de zaal. De kinderen hebben Smurfentikkertje duidelijk vaker gespeeld.
De SportMix les is een initiatief van SportID Nieuwegein, een organisatie die inwoners aan het bewegen probeert te krijgen, door verschillende soorten lessen en activiteiten aan te bieden. ‘Sporten is niet alleen om je lichaam te ontwikkelen, het bevordert ook vooral de sociale vaardigheden’, Vertelt Fransen na de les, ‘Winnen en verliezen, vrienden maken en voor sommigen ook de taal goed leren.’
Welzijn in de wijk
Tijdens de les krijgt Fransen ondersteuning van een jeugdwerker van Movactor. Vandaag is dat Mike van Dalum. ‘Ik sta in verbinding met de doelgroep, dus ik doe activiteiten met de jeugd en ben aanwezig in de wijk.’ Van Dalum legt uit dat SportID zich meer richt op de sport, en Movactor is meer een welzijnsorganisatie. ‘Dat zorgt voor een goede samenwerking tussen sport en welzijn voor kinderen in de buurt.’
Een van de kinderen valt tijdens het rennen op de grond, haar ogen worden waterig. Jeugdwerker Mike grapt de tranen weg. ‘Ja, nu moet je arm eraf. Kijk, helemaal vanaf de bovenkant.’ Het meisje moet lachen en gaat daarna weer door met rennen. ‘We zorgen tijdens de lessen ervoor dat kinderen samen in verbinding staan, door in teams te spelen, of we laten ze samenwerken met anderen die ze nog niet zo goed kennen’, verklaart Van Dalum.
De jongens gaan aan de ene kant van de zaal staan om te voetballen. De meiden staan netjes in de rij voor het hoogspringen. Eén van de kinderen besluit een salto te doen, al was dit duidelijk verboden door meester Senna. Mike corrigeert hem: ‘dat gaan we niet doen, dan breek jij je nek en heb ik het weer gedaan.’ De waaghals knikt en kijkt lichtelijk schuldig.
Kinderen meer laten sporten
Fransen doet dit werk nu al ruim een jaar en onderzoekt wat kinderen het meest motiveert om te gaan bewegen. ‘Het competitieve deel van sport trekt veel kinderen aan, dus als we een puntensysteem verwerken in een spel bijvoorbeeld.’ Veel opties geven werkt ook, zegt hij. ‘Laat ze vooral veel verschillende sporten uitproberen, hierdoor ontdekken ze vaak wat ze het leukst vinden.’
Na het voetballen en hoogspringen kunnen de kinderen nog een kwartier doen wat ze het leukst vinden. Een aantal kinderen gaat voetballen, maar de meesten staan in de rij voor de trampoline. Na het kwartier roept Senna iedereen bij elkaar om af te sluiten. Eén van de meiden wil nog heel graag een bepaalde hoogte halen bij het springen, Senna laat het toe en kijkt met lichte trots naar het ijverige meisje.
Van Dalum loopt al een jaar rond in Nieuwegein. Zijn advies aan ouders: ‘Begin gewoon, neem ze mee naar buiten. Het hoeft niet gelijk bij een grote vereniging. Als je wil dat je kind gaat sporten, ga een keer een balletje met hem trappen.’ Nadat de les is afgelopen rennen alle kinderen nog even langs meester Mike om hun welverdiende high five op te halen.
Collega Hannah Bosch heeft een videoreportage gemaakt bij de SportMix les
